Woonbonus 2015 in het kort

U heeft het ongetwijfeld al ergens gelezen, de zesde staatshervorming laat zijn sporen na in de aangifte PB en dan vooral in het vak over de woonkredieten. Het aantal codes is verdubbeld en het vak beslaat nu bijna tweeënhalve pagina.

Eerst en vooral een geruststelling: als u vorig jaar recht had op de ‘woonbonus’, dan krijgt u die normaalgezien dit jaar ook nog als u nog steeds aan de voorwaarden voldoet. U heeft dus nog steeds recht op een belastingvermindering voor de betaalde interesten, de kapitaalaflossingen en de premies van de schuldsaldoverzekering.

Welke belastingvermindering u krijgt, hangt af van één cruciale vraag: is de woning de eigen woning of niet. De eigen woning is de woning die u zelf betrekt. Hiervoor krijgt u een  gewestelijke belastingvermindering, terwijl die vroeger federaal was. Let wel op: doordat ‘de woonbonus’ van federaal nu gewestelijk wordt, moet u nu andere codes invullen. De ‘eigen’ woning moet worden aangegeven in vak IX rubriek B, bij de codes (code 3370/4370) en niet bij de code van de federale woonbonus (1370/2370) die u tot vorig jaar nodig had. De begincijfers ‘3’ en ‘4’ worden trouwens voor alle gewestelijke belastingverminderingen gebruikt.

Het Gewest waar de belastingplichtige woont op 1 januari van het aanslagjaar (dus 1 januari 2015) is bevoegd.

Voldoet u niet aan de voorwaarden van de woonbonus, dan heeft u misschien recht op een andere gewestelijke belastingvermindering voor uw woning:

  • de belastingvermindering voor bijkomende en/of gewone interesten (werd vroeger de bijkomende interestaftrek en de gewone interestaftrek genoemd): code 3100/4100 en volgende invullen in subrubriek b, 3, a. Vergeet hier zeker niet het niet-geïndexeerde KI (voor in België gelegen goederen) of de brutohuur(waarde) (voor in het buitenland gelegen goederen) te vermelden;
  • de belastingvermindering voor langetermijnsparen of bouwsparen: subrubriek B, 4 invullen.

Wil u een tegemoetkoming voor de niet-eigen woning (een woning waar u niet in woont), dan moet u vak IX, rubriek C voor de federale belastingverminderingen invullen. Deze rubriek heeft de oude nummering behouden. Het invullen van deze rubriek zal dus niet moeilijker zijn dan vroeger.

Soms zal het echter nodig zijn om de uitgaven voor de woning op te splitsen in deels een gewestelijke vermindering en deels een federale vermindering. De verschillende rubrieken en bijhorende codes moeten dan beide worden ingevuld. Dat zal het geval zijn als de eigen woning in de loop van 2014 een niet-eigen woning is geworden, bv. als de belastingplichtige vorig jaar verhuisd is of de woning (gedeeltelijk) beroepshalve is gaan gebruiken. De eigen woning wordt immers van dag tot dag bekeken.

Voorbeeld

Een belastingplichtige bezit een woning waarvoor hij een hypothecaire lening afbetaalt. Tot vorig aanslagjaar had hij recht op de aftrek voor enige woning ( = de woonbonus). Op 23 augustus 2014 verhuist hij. De woning is vanaf dat moment niet langer zijn eigen woning omdat hij ze niet zelf betrekt. De aangifte van dit jaar wordt voor deze belastingplichtige wat complexer: hij moet de uitgaven uitsplitsen, want hij heeft deels recht op de gewestelijke belastingvermindering voor eigen woning (tot 23 augustus) en deels op een federale belastingvermindering (vanaf 23 augustus). In aanslagjaar 2016 zal hij niet langer moeten opsplitsen, aangezien de woning het hele jaar 2015 een niet-eigen woning zal zijn.

Meer uitleg over de woonbonus anno 2015 en het begrip eigen vindt u terug in Fiscale Actualiteit 2015, afl. 14, 3-5 en 8-11.

Of tijdens de opleiding Update Personenbelasting aj. 2015 (incl. ingrijpende wijzigingen woonfiscaliteit)

Gepubliceerd op 06-05-2015

  360