Wie schrijft, wordt belast. Maar hoe?

Veel mensen zijn tijdens hun job creatief bezig. Journalisten, redacteurs, fotografen, architecten, acteurs creëren werken die auteursrechtelijk beschermd zijn. De vraag rijst of de vergoeding die ze van hun opdrachtgever ontvangen een beroepsinkomen uitmaakt, of dat een (deel van) het bedrag eigenlijk een vergoeding is voor de (con)cessie van auteursrechten. De vraag is relevant omdat de inkomsten uit de (con)cessie van auteursrechten gunstiger belast worden. In deze bijdrage bekijken we de visie van de rulingcommissie.

Auteursrechten: roerende inkomsten tot bepaalde drempel

Door de wet van 16 juli 2008 werd een nieuw fiscaal regime ingevoerd voor auteursrechten. De inkomsten die een auteur/kunstenaar/acteur haalt uit de cessie of concessie van auteursrechten en naburige rechten, krijgen een aparte fiscale behandeling. De eerste schijf van 37.500 EUR (geïndexeerd voor aj. 2015: 57.080 EUR) zijn roerende inkomsten, waarop 15 % roerende voorheffing van toepassing is. Deze inkomsten ontsnappen dus nog aan het standaardtarief voor roerende inkomsten van 25 %.

Op de eerste schijf van 10.000 EUR mag de auteur bovendien een kostenforfait van 50 % toepassen, en op de volgende 10.000 EUR nog eens 25 %.

Dit gunstig systeem is uiteraard aanlokkelijk voor iedereen die bij de uitoefening van zijn job ‘werken’ creëert die onder de bescherming van de auteurswet kunnen vallen, bv. journalisten, architecten, fotografen. De vraag rijst dan in hoeverre de inkomsten die zij uit hun job halen roerende inkomsten kunnen zijn die voortkomen uit de (con)cessie van de auteursrechten of eerder beroepsinkomsten die voortvloeien uit een prestatie, bv. bezoldigingen, winsten of baten.

De rulingcommissie heeft hierover al verschillende beslissingen genomen. We bekijken hoe ze hierbij te werk gaat en wat er eventueel afgeleid kan worden.

Een beschermd werk

Voor de rulingcommissie een uitspraak kan doen over de fiscale behandeling van de inkomsten, moet worden onderzocht of het werk dat de werknemer heeft gecreëerd wel onder het auteursrecht valt. Met andere woorden: heeft de journalist/fotograaf/architect een door de auteurswet beschermd werk gemaakt?

Grosso modo gelden twee basisregels: (i) het werk moet worden uitgedrukt in een vorm die verspreiding naar een publiek mogelijk maakt (een louter ‘idee’ kan niet worden beschermd) en (ii) het moet een origineel werk zijn, dat de persoonlijke stempel van de schepper draagt.
Met dit aspect heeft de rulingcommissie weinig problemen: een artikel van een journalist, fotoreportage van een fotograaf, plannen van een architect werden allemaal aanvaard als originele werken, die onder de bescherming van de auteurswet vallen.

Cessie of concessie van de auteursrechten

Eens de rulingcommissie heeft vastgesteld dat het werk beschermd is, onderzoekt ze of er een cessie of concessie van de auteursrechten heeft plaatsgevonden. Bij een cessie worden de auteursrechten overgedragen aan een ander. Bij een concessie wordt aan een ander persoon het recht overgedragen om bepaalde rechten te exploiteren, bv. het recht om een merknaam in een ander land te gebruiken, om een octrooi te exploiteren, om een kunstwerk te vermenigvuldigen en verder te verspreiden, een toneelregistratie uit te zenden, enz.

Volgens de rulingcommissie hoeft er geen expliciete schriftelijke overeenkomst te zijn. De cessie of concessie kan ook uit de feiten afgeleid worden.

Ook op dit punt is de commissie eerder flexibel.

Inkomsten uit de (con)cessie

Ten slotte komt de vraag naar de fiscale behandeling van de vergoeding die de auteur/schepper van het werk ontvangt. Zijn deze inkomsten afkomstig van de (con)cessie van zijn auteursrechten of is het een vergoeding voor de door hem geleverde prestaties voor de opdrachtgever (bv. bouwheer van een woning bij een architect, de werkgever als de journalist met een arbeidsovereenkomst aan een krant is verbonden)?

De vergoeding die de auteur ontvangt, zal dus moeten worden opgesplitst in roerende inkomsten (voor de (con)cessie van de auteursrechten) en de beroepsinkomsten (uit de prestatie).

Hoe moet die opsplitsing gemaakt worden? Meest voor de hand liggend is kijken naar de overeenkomst die de auteur gesloten heeft: zeggen de contractuele clausules hier expliciet iets over? Anderzijds spelen ook de concrete feitelijke elementen eigen aan het individuele geval een rol. De rulingcommissie neemt verschillende aspecten in aanmerking: (i) het domein waarin de auteur actief is, of gespecialiseerd is, (ii) de organisatie van zijn werk, (iii) de wijze waarop hij vergoed wordt en (iv) de eventuele terugbetaling van door hem gedragen kosten.

Drie voorbeelden van beslissingen van de rulingcommissie

Hieronder geven we alvast enkele voorbeelden van beslissingen (rulings) van de rulingcommissie. Let wel op: het is niet vanzelfsprekend hier algemene conclusies uit te trekken. Alles hangt immers af van de concrete feitelijke elementen van de zaak.

  • Een journalist wil een deel van zijn inkomsten als roerende inkomsten aangeven. De rulingcommissie onderzoekt en doet de volgende vaststellingen: (i) In casu is er geen contract waarin expliciet wordt bepaald dat een deel van de inkomsten een vergoeding is voor de (con)cessie van auteursrechten, zodat moet worden geoordeeld dat de (con)cessie ten kosteloze titel is (dit is het vaste standpunt van de rulingcommissie), (ii) de journalist heeft zijn inkomsten steeds als baten aangegeven, (iii) zijn activiteit is na de inwerkingtreding van de wet van 16 juli 2008 niet gewijzigd (iv) hij ontvangt een vaste dagvergoeding en (v) zijn vervoerskosten worden terugbetaald. Besluit van de rulingcommissie: de vergoeding die hij ontvangt is uitsluitend bedoeld als tegenprestatie voor de door hem geleverde prestaties en geenszins een vergoeding voor de (con)cessie van auteursrechten.
  • Een stemacteur behaalt een inkomen uit zijn naburige rechten. Naburige rechten zijn rechten die naast het auteursrecht toekomen aan een uitvoerend kunstenaar (acteur, zanger). Zij geven hem het recht te bepalen wat er verder mag gebeuren met zijn prestatie (bv. opname van de prestatie, verdere verspreiding, uitzending). Ook voor de naburige rechten ontvangt hij een vergoeding. De acteur stelt een factuur op en maakt daarbij een onderscheid tussen zijn diensten als stemacteur en de concessie van zijn naburige rechten. Voor zijn prestaties als stemacteur krijgt hij een vast bedrag. De vergoeding voor de concessie van zijn naburige rechten hangt ondermeer af van de duur van de concessie, de geografische reikwijdte, enz. Hier aanvaardt de rulingcommissie dat het gedeelte voor de overdracht van de naburige rechten als roerend inkomen wordt belast.
  • Een architect, gespecialiseerd in het ontwerpen van woningen voor particulieren, wil in zijn standaardcontract een clausule opnemen waarbij hij afstand doet van de rechten op het auteursrechtelijk beschermde werk (de woning in kwestie) tegen een vergoeding van 2,5 % van de totale bouwwaarde van de woning. De rulingcommissie heeft vragen bij deze werkwijze. Een particuliere opdrachtgever die een gezinswoning laat bouwen, is immers niet geïnteresseerd in de auteursrechtelijke bescherming van het gebouw en zal die normaliter ook niet gaan exploiteren. Bovendien werd bij de vroegere standaardcontracten het auteursrecht op het gebouw wel aan de architect voorbehouden. De betaling aan de architect kan dan ook enkel als een ereloon voor geleverde diensten worden gezien en niet als een vergoeding voor het afstaan van auteursrechten.

U merkt dat het niet evident is om te bepalen of een vergoeding al dan niet gedeeltelijk betrekking heeft op de (con)cessie van auteursrechten. Al u zelf zekerheid wil, kan u zich tot de rulingcommissie wenden.

auteursrecht

Meer weten? In het boek Auteursrechten in de inkomstenbelastingen van Jasper Bossuyt, verschenen in de reeks Fiscale Praktijkstudies, vindt u nog veel meer informatie over de fiscale behandeling van (inkomsten uit) auteursrechten in de inkomstenbelasting. De auteur bespreekt daarin onder andere nog andere beslissingen van de rulingcommissie en de visie van de rechtspraak op deze problematiek.

Gepubliceerd op 30-09-2014

  470