Werken, maar niet te veel

Gepubliceerd op 28-05-2018

Rond deze tijd van het jaar buigen we ons met z’n allen weer over de belastingaangifte. De meesten hebben de bruine enveloppe vervangen door invulveldjes op een computerscherm of een tablet. Ja, Tax-on-web maakt het leven heel wat makkelijker. In de aangifte vallen twee nieuwe rubrieken op: een voor alleenstaande ouders en een voor de aangifte van inkomsten uit de deeleconomie.

Vanaf deze aangifte worden alleenstaande ouders fiscaal wat meer ondersteund. Een alleenstaande ouder is niet getrouwd, heeft minstens één kind ten laste en woont niet samen met andere personen dan zijn kinderen, ouders, grootouders, broers, zussen of pleegouders. Hij of zij mag dus niet samenwonen met een vriend of een vriendin. De alleenstaande ouder bevestigt zijn status met de nieuwe aangiftecode 1101. Het is raadzaam die niet over het hoofd te zien, want ze geeft recht op extra fiscale voordelen. Zo wordt het belastingvrije inkomen van een alleenstaande ouder met 1000 euro verhoogd, wat resulteert in een besparing tussen 300 en 450 euro. Betaalt die ouder voor kinderoppas, dan leveren die kosten een belastingvermindering van 75 procent op, in plaats van 45 procent.

Deeleconomie is de verzamelnaam voor diensten die particulieren aan andere particulieren leveren via een erkend internetplatform – een app of website, zoals KlaarisKees (klusjesdienst), Deliveroo (maaltijdkoerier) en BijlesHuis (bijlessen). De vergoedingen die de particuliere dienstverlener van zo’n platform krijgt, vallen onder een fiscaal gunstregime en worden belast tegen slechts 10 procent. Daarom moeten die inkomsten dit jaar worden vermeld in een aparte rubriek op de aangifte. Mogelijk worden zulke inkomsten binnenkort volledig vrijgesteld van belasting.

Wat hebben deeleconomie en alleenstaande ouders gemeen? Beide maatregelen hebben als doel de activiteitsgraad te verhogen. Voor de deeleconomie ligt dat voor de hand: nieuwe activiteiten ontplooien en proeven van het zelfstandige ondernemerschap als klusser, koerier, kok of bijlesgever. Maar ook de alleenstaande ouder wordt gestimuleerd om actief te zijn, maar dan wel in het reguliere arbeidscircuit. Want om recht te hebben op de extra fiscale voordelen – een hogere belastingvrijstelling en een hogere belastingvermindering voor kinderoppas – moet die ouder een beroepsinkomen van minstens 3200 euro hebben. Dat inkomen moet een activiteitsinkomen zijn, want werkloosheidsuitkeringen tellen niet mee. Daarom wordt het fiscale voordeel voor kinderopvang ook fors verhoogd. Kinderen mogen voor de alleenstaande ouder geen drempel meer zijn om toe te treden tot de arbeidsmarkt.

In ruil voor die extra sociale voordelen moet de alleenstaande ouder dus werken. Maar vanaf een belastbaar inkomen van 15.000 euro worden de voordelen systematisch afgebouwd. Heeft de ouder een belastbaar inkomen van 19.000 euro of meer, dan verliest hij het recht op de extra voordelen. Die lage inkomensgrenzen fnuiken de maatregel compleet. Want een alleenstaande ouder met een beetje fulltime baan, die ook echt iets heeft aan het hogere belastingvoordeel voor kinderoppaskosten, heeft al snel een inkomen boven 19.000 euro en blijft zo volledig in de kou staan. De extra voordelen gelden daarom in de praktijk enkel voor wie werkt, maar niet te veel.

  201