Weet u nog wat BEPS is ? Welke praktische gevolgen kunnen we in de nabije toekomst verwachten ?

De internationale fiscaliteit is momenteel bijzonder complex, vooral omdat landen soeverein en onafhankelijk van elkaar hun  fiscale wetgeving opstellen. Bij het uittekenen van hun ondernemingsstrategieën houden bedrijven rekening met dergelijke verschillen in fiscale wetgeving om zo de ‘minst belaste weg’ te bekomen. Op vraag van de G20 heeft de OESO nu een BEPS-actieplan (‘Base Erosion and Profit Shifting’) opgesteld dat het internationale fiscale landschap grondig zal hertekenen. Het BEPS-actieplan bevat een pakket maatregelen waarmee landen worden gestimuleerd om nauwer met elkaar samen te werken en hun (internationale) fiscale regelgeving op elkaar af te stemmen, onder meer met het oog op herstel van belastingheffing in grensoverschrijdende situaties.

“…The OECD/G20 Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) Project provides governments with solutions for closing the gaps in existing international rules that allow corporate profits to ‘disappear’ or be artificially shifted to low/no tax environments, where little or no economic activity takes place…” (OECD Press release, 5 October 2015)

Op 5 oktober 2015 werd het finale actieplan voorgesteld door de OESO.  Tijd dus voor een overzicht: waar staan we nu en wat kunnen we in de nabije toekomst verwachten

Het BEPS-actieplan – stand van zaken

Concreet bestaat het BEPS-actieplan uit vijftien actiepunten, met drie pijlers als rode draad:

a)  coherentie: in de strijd tegen belastingconcurrentie moet het fiscale beleid van landen op elkaar worden afgestemd;

b)  substantie: belastingheffing moet plaatsvinden daar waar er door een onderneming ‘waarde’ wordt gecreëerd (daar waar activiteiten plaatsvinden en meerwaarden worden gecreëerd, daar waar het risico wordt gedragen, daar waar beslissingen worden genomen en controle wordt uitgevoerd, …);

c)  transparantie: rapporteringsverplichtingen moeten worden uitgebreid zodat er niet alleen een doorgedreven  transparantie ontstaat m.b.t. de bedrijfseconomische processen binnen een onderneming, maar zodat er ook een doorgedreven gegevensuitwisseling en een verhoogde internationale samenwerking komt tussen de belastingautoriteiten.

Voor elk van de vijftien actiepunten heeft de OESO dus op 5 oktober 2015 een eindrapport opgesteld.  De conclusies in de eindrapporten nemen verschillende vormen aan, kennen ieder een eigen mate van consensus en binden de betrokken landen niet allemaal in dezelfde mate.  Sommige van de voorgestelde maatregelen zijn nu al geschikt voor implementatie in nationale regelgeving, andere lenen zich beter voor gezamenlijke implementatie, bv. door aanpassing van verdragen, ook in EU-verband.

Er zijn vier types van conclusies te onderscheiden.
 

Conclusies vastgelegd in een minimumstandaard

De landen hebben zich verbonden om de minimumstandaard toe te passen in het kader van:

  • de strijd tegen schadelijke belastingpraktijken (actiepunt 5) door:
    • aanpassing van hun fiscale regeling inzake octrooien (‘patent box regimes’);
    • uitwisseling van informatie over rulings;
  • de strijd tegen elke vorm van verdragsmisbruik (actiepunt 6);
  • het implementeren van een country-by-country reporting (actiepunt 13);
  • het verbeteren van de procedures inzake geschillenbeslechting (actiepunt 14).

Conclusies vastgelegd in de vorm van verbeterde afspraken

In eerste instantie komen er verbeterde afspraken met betrekking tot de ‘Transfer Pricing Guidelines’ van de OESO: het gaat om de toepassing van verrekenprijzen binnen een groep van ondernemingen (actiepunten 8 tot 10 en 13). Ook het OESO-modelverdrag zal worden aangepast voor wat betreft de criteria voor het vaststellen van het al of niet aanwezig zijn van een vaste inrichting en de bepalingen inzake de geschillenbeslechting en ‘hybrid mismatch’ regelingen (actiepunten 2, 6, 7 en 14).

Conclusies vastgelegd in de vorm van ‘common approaches’ of ‘best practices’

Het betreft aanbevelingen aan de lidstaten voor het doorvoeren van gelijke multilaterale hervormingen.  De ‘best practices’ zijn het minst verregaand en betreffen aanbevelingen die er in de toekomst toe moeten leiden dat wanneer landen maatregelen invoeren, deze gelijk zouden lopen. De ‘common approaches’ betreffen afspraken over een gemeenschappelijke aanpak van bepaalde structuren waarover alle betrokken landen het eens zijn.  Nationale regels zullen wat dit betreft op elkaar worden afgestemd (actiepunten, 2 tot 4 en 12). Belangrijk hierbij is het feit dat de OESO de mogelijkheid oppert om dubbelbelastingverdragen aan te passen, zonder dat deze heronderhandeld zouden moeten worden.

Conclusies die geen impact op de nationale wetgeving zullen hebben

Hier gaat het om de eindrapporten inzake de digitale economie, het meten van de omvang van BEPS en van de effecten van de maatregelen en ten slotte de implementatie van een aantal BEPS-afspraken in een multilateraal verdrag (actiepunten 1, 11 en 15).

Bij de presentatie van het BEPS-actieplan heeft de OESO een toelichtende verklaring (‘explanatory statement’) gegeven waarin duidelijk de nadruk wordt gelegd, enerzijds op het feit dat de maatregelen een samenhangend geheel van niet-bindende afspraken zijn en anderzijds op het belang van de (tijdige) implementatie van deze maatregelen, de monitoring ervan en het blijven betrekken van zoveel mogelijk landen, inclusief ontwikkelingslanden. De OESO houdt hierbij vast aan een strikte timing voor de uitvoering van het BEPS-actieplan en zal hier ook nauwgezet op toezien.

Het BEPS-actieplan – overzicht van de actiepunten 

 schema BEPS 

Welke impact kunnen we in België van BEPS verwachten in 2016?

Verschillende landen hebben reeds aanpassingen doorgevoerd aan hun fiscale wetgeving of hebben deze in ontwerp. Ook België zal maatregelen nemen in uitvoering van het BEPS-actieplan. Hoewel er nog geen officiële documenten beschikbaar zijn, verwachten we in België op korte termijn volgende wetswijzigingen:

‘Country-by-country reporting’ en transferpricing documentatie

Wat dit betreft heeft België zich geëngageerd om o.m. vanaf  2016 de aanbevelingen van de OESO  inzake de ‘country-by-country reporting’ in wetgeving te verwerken. Multinationals met een zekere omzet moeten dan, in elk land waar ze actief zijn, welbepaalde informatie en documentatie  rapporteren aan de belastingadministraties, die deze dan onderling kunnen uitwisselen. De informatie is belangrijk in het kader van transparantie en moet de belastingautoriteiten meer inzicht verschaffen, enerzijds in de werking van de onderneming, de plaats waar haar economische activiteiten plaatsvinden en het gegenereerde inkomen, en anderzijds in de wijze waarop winsten worden gealloceerd en belastingen worden betaald. Op basis van deze informatie moeten de belastingautoriteiten ook een risicoanalyse van de onderneming kunnen maken omtrent de toegepaste verrekenprijzen. Bij structuren die onderbouwd worden, fiscaalrechtelijk verdedigbaar zijn en ook effectief worden toegepast, zal er normaal gezien geen fiscaal en transfer pricing-risico bestaan.

Aftrek voor octrooi-inkomsten

Onder impuls van BEPS en het voornemen van de OESO om elke fiscale concurrentie tussen staten weg te werken, verwachten we dat België ten laatste medio 2016 ook een wijziging zal doorvoeren aan de octrooi-aftrek (cfr. actiepunt 5). Ondernemingen zullen vanaf dan niet meer in het huidige regime kunnen stappen en de toepassing ervan zal geleidelijk aan uitdoven, uiterlijk op 30 juni 2021. De nieuwe regelgeving zal uitgaan van een ‘nexus-approach’, d.w.z. dat in het land waar het fiscaal voordeel wordt genoten, er effectief waarde moet worden gecreëerd en er voldoende R&D kosten moeten worden gemaakt die inkomsten zullen voortbrengen. In het kader van actiepunt 5 zullen ondernemingen die vanaf 6 februari 2015 de octrooi-aftrek toepassen, ook onderworpen zijn aan een doorgedreven transparantie en spontane gegevensuitwisseling (zie hierna).

Spontane uitwisseling van inlichtingen inzake belastingen

Het BEPS-actieplan voorziet vanaf 1 april 2016  in een verplichte ‘spontane’ uitwisseling van rulings m.b.t. nationale preferentiële belastingregimes en dit volgens een welbepaalde procedure (die overigens grotendeels overeenkomt met deze voorzien in de geplande Europese Richtlijn – zie hierna).  Oude rulings van na 2010 moeten uiterlijk op 31 december 2016 zijn uitgewisseld (rulings uitgereikt tussen  1 januari 2014 en 31 maart 2016 zijn steeds uit te wisselen, rulings uitgereikt tussen 1 januari 2010 en 31 december 2013 zijn enkel uit te wisselen als ze nog uitwerking hebben op 1 januari 2014).  België heeft wat dit betreft beslist om alle grensoverschrijdende rulings, afgesloten sinds 1 januari 2015, nu al spontaan te communiceren aan de andere Europese belastingadministraties. Verder heeft ons land zich geëngageerd om de nieuwe transparantiestandaard inzake rulings, vooropgesteld in het BEPS-actieplan, te implementeren. 

Europa en BEPS

Ook binnen het Europese wetgevingsproces wordt rekening gehouden met de implementatie van het BEPS-actieplan, met volgende aandachtspunten.

Wijzigingen aan de Moeder-Dochterrichtlijn (Richtlijn 2014/86/EU)

Twee belangrijke wijzigingen werden aangebracht aan de Moeder-Dochterrichtlijn, om situaties aan te pakken die ook door BEPS worden geviseerd:

  • ontvangen dividenden kunnen voortaan enkel nog worden vrijgesteld wanneer de dochtervennootschap de uitkering niet in aftrek kan brengen. Deze wijziging kadert in de strijd tegen de dubbele niet-belasting door het gebruik van hybride structuren (bv. de ‘profit participating loan’ of ‘winstdelende lening’, een financieringsinstrument dat door de lidstaat van een dochteronderneming wordt gekwalificeerd als een lening met interestaftrek (bv. België), terwijl de lidstaat van de moedervennootschap deze beschouwt als een deelneming en de interesten als dividenden vrijstelt (bv. Luxemburg of Nederland)). Markant is echter dat de oplossing die BEPS voorstelt, net omgekeerd is:  BEPS beveelt in eerste instantie aan dat de betalende partij géén rente-aftrek geniet;
  • de introductie van een algemene antimisbruikbepaling waarbij de voordelen van de Richtlijn niet toepasselijk zijn op kunstmatige constructies met als hoofddoel de verkrijging van een belastingvoordeel. Voor België wordt nog onderzocht of artikel 344 WIB92 past binnen het kader van deze algemene antimisbruikbepaling.

Wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied

De wijzigingen op Europees niveau gaan verder dan het BEPS-actieplan (zie hoger) en leggen een verplichte ‘automatische’ uitwisseling  van cross-border rulings op aan alle lidstaten. Lidstaten zijn vanaf  1 januari 2017 verplicht hun rulings automatisch uit te wisselen volgens een welbepaalde procedure. Uitwisseling van oudere rulings moet uiterlijk op 1 januari 2018 gebeuren (voor rulings uit 2012-2013 enkel op voorwaarde dat ze op 1 januari 2014 nog in werking zijn, rulings daterend uit de periode 2014-2016 zijn steeds uit te wisselen). Voor welbepaalde ondernemingen hebben lidstaten de mogelijkheid om af te zien van de verplichte uitwisseling van rulings die werden uitgereikt, gewijzigd of hernieuwd vóór 1 april 2016.

Aanpassingen aan de Boekhoudrichtlijn (2013/34/EU)

De wijzigingen betreffen onder meer de grootte en de drempelbedragen van de entiteiten aan de hand waarvan kan worden bepaald of een onderneming bepaalde betalingen aan overheden moet rapporteren (‘country-by-country reporting’). Een wetsontwerp en ontwerp koninklijk besluit ter omzetting van deze Richtlijn liggen in België klaar ter goedkeuring.

Besluit

De BEPS-eindrapporten zijn een ongeziene mijlpaal in de ontwikkeling van het internationale belastingrecht. Binnen enkele jaren zal het internationale fiscale landschap er helemaal anders uitzien. Misbruiken en belastingontwijking zullen in de toekomst sterk aan banden worden gelegd.
Niettegenstaande de conclusies van de OESO geen enkele wettelijke en dwingende waarde hebben, oefenen ze toch een grote morele kracht uit op de deelnemende landen (zowel OESO-landen als  niet-OESO-landen). En hoewel men op het eerste zicht zou denken dat BEPS enkel belangrijk is voor multinationals en ondernemingen met grensoverschrijdende activiteiten, is het - zeker na de publicatie van de eindrapporten – duidelijk geworden dat BEPS zijn toepassing zal vinden in een veel ruimere context. De actiepunten zullen een weerslag in de wetgeving moeten krijgen, zowel op nationaal als op Europees vlak (wel steeds met inachtneming van de essentiële Europese beginselen, zoals de Europese vrijheden).

In die optiek is het alvast aangewezen dat ondernemingen niet alleen hun huidige fiscale planningsstructuren en transferpricing politiek herbekijken, maar dat zij ook alle aspecten van hun organisatie (business strategieën, financiële rapportering, fusies en overnames, operationeel model, distributieketen, infrastructuur en technologie, …) onder de loep nemen.  

In de komende weken zullen wij meer diepgaande informatie en analyses verschaffen over de BEPS-actiepunten, met een focus op de implementatie ervan in België.

Gepubliceerd op 18-12-2015

  1766