1. Home
  2. Nieuws
  3. Uitgespit
  4. Wat brengt het nieuwe erfrecht: een gesprek met Caroline Maes

Wat brengt het nieuwe erfrecht: een gesprek met Caroline Maes

Met het nieuwe erfrecht komt ook een nieuwe auteur aan boord voor de module erfrecht van monKEY. We stellen haar graag aan u voor u en peilen naar haar verwachtingen en eerste indrukken van de hervorming.

Gepubliceerd op 21-11-2017

caroline-maes-foto2
Caroline Maes, nieuw auteur module erfrecht monKEY

Kan u zichzelf kort voorstellen?

In 2014 studeerde ik af aan de Universiteit Antwerpen als Master in de rechten, afstudeerrichting fiscaal recht. Nadien voltooide ik magna cum laude het postgraduaat Fiscaal Recht en Fiscale Praktijk aan de Fiscale Hogeschool te Brussel en specialiseerde ik mij verder in vermogensplanning met de Permanente vormingscyclus Estate Planning aan de Vrije Universiteit Brussel.

Zowel tijdens als na mijn studies deed ik werkervaring op bij een Big Four accountantskantoor en een fiscaal advieskantoor. Sinds 1 april 2016 ben ik advocaat aan de Balie van Antwerpen en leg ik mij voornamelijk toe op het fiscaal recht en het familiaal vermogensrecht.

In mijn vrije tijd ben ik actief als bestuurslid van een jongerenvereniging die zich inzet voor de kansarmen van onze samenleving, schrijf ik regelmatig fiscale artikels en ben ik redactiesecretaris van het Tijdschrift Beleggingsfiscaliteit / Revue Fiscalité des Placements.

Het erfrecht wordt grondig hertekend. Wat zijn voor u de pluspunten van de hervorming?

Het huidig erfrecht, zoals het momenteel nog van toepassing is, kende een aantal gebreken waaraan de hervorming tegemoet is gekomen. Een pluspunt is bijvoorbeeld de wijziging van de inbrengregels. Hoewel inbrengregels de gelijkheid tussen de erfgenamen moeten waarborgen wanneer de erflater bij leven schenkingen heeft gedaan, zijn de regels erg complex. Ze stroken daardoor vaak niet met de gedachtegang van de erflater op het ogenblik van de schenking. Op heden gebeurt de inbreng van roerende schenkingen immers in waarde, aan de waarde op de dag van de schenking, terwijl de inbreng van onroerende goederen in principe in natura geschiedt, aan de waarde op de dag van de verdeling. Het nieuw erfrecht komt hieraan tegemoet, enerzijds door te bepalen dat een inbreng voortaan altijd gebeurt in waarde en anderzijds door de regels voor de waardering van schenkingen eenvormig vast te leggen.

Een ander pluspunt van de hervorming is de mogelijkheid om een regeling te treffen die meer beantwoordt aan de nieuwe maatschappelijke realiteit, zoals bijvoorbeeld nieuw samengestelde gezinnen en de hogere levensverwachting. Het nieuw erfrecht biedt meer beschikkingsvrijheid over het eigen vermogen en mogelijkheden om bij erfovereenkomst een afwijkende regeling over en toebedeling van de nalatenschap te voorzien. 

Meer uniformiteit, vereenvoudiging en flexibiliteit zijn zeker pluspunten van deze hervorming. Gezien het huidig erfrecht nog steeds gebaseerd is op de Code Napoléon die dateert van 1804 was de nood aan een nieuw erfrecht groot.

En wat ziet u als gemiste kans?

Hoewel reeds wijzigingen zijn aangekondigd van het relatievermogensrecht en de erfbelastingen, valt het enigszins te betreuren dat dit niet als één samenhangend geheel met de hervorming van het erfrecht werd behandeld. Deze drie rechtstakken gaan immers hand in hand met elkaar en de vrees voor tegenstrijdigheden is niet denkbeeldig. Anderzijds moeten we er ons ook van bewust zijn dat de wijziging van het erfrecht al een zeer moeilijke opdracht was en dat een gelijktijdige hervorming van het relatievermogensrecht én de gewestelijke fiscale regelgeving quasi onmogelijk was geweest.

Ook het huwelijksvermogensrecht, of beter het relatievermogensrecht, staat op de planning voor een hervorming. Zal die impact even groot zijn?

De hervorming van het relatievermogensrecht gaat ongetwijfeld ook een grote invloed hebben, in het bijzonder op het erfrecht. Zoals gezegd zijn deze rechtstakken immers te beschouwen als een Siamese tweeling: in geval van een overlijden spelen eerst de regels het relatievermogensrecht hun rol om dan te weten wat in de nalatenschap van de overledene valt. Wat zeker valt toe te juichen is dat de hervorming van het relatievermogensrecht dezelfde insteek heeft als de hervorming van het erfrecht. Zo wordt de nodige aandacht besteedt aan de belangen van de langstlevende echtgenoot en de kinderen. Bovendien zal men ook in het relatievermogensrecht trachten tegemoet te komen aan buitenechtelijke samenlevingsvormen. Men wil dit verwezenlijken door het uitwerken van een versterkt wettelijk kader met betrekking tot vermogensrechten en -plichten voor deze samenlevingsvormen.

Veel mensen die in het verleden aan vermogens- of successieplanning hebben gedaan, zitten nu met vragen: wat met mijn plan? Moeten zij hiervan wakker liggen?

Het nieuw erfrecht is van toepassing op de nalatenschappen die zijn opengevallen vanaf de inwerkingtreding van deze wet (1 september 2018). Dit betekent evenwel ook dat het nieuw erfrecht van toepassing is ten opzichte van de schenkingen gedaan door de erflater voorafgaandelijk aan de inwerkingtreding van deze wet. Gelet op de grote wetswijzing is het bijgevolg van belang om even na te gaan wat een mogelijke impact is van de hervorming van het erfrecht op de in het verleden gedane schenkingen. In sommige gevallen (bv. ouder met één kind, zonder complexe factoren) zal de planning nog steeds de gewenste gevolgen hebben, maar in heel wat gevallen mogelijk niet meer. Het valt dan te bekijken of het de voorkeur geniet om te opteren voor de toepassing van het huidig erfrecht dan wel voor een aangepaste planning overeenkomstig het nieuw erfrecht. Niettegenstaande kan het, zelfs zonder hervorming van het erfrecht, soms aangewezen zijn om de vermogens- en successieplanning tijdig te evalueren, gezien relaties tussen mensen kunnen wijzigen en ook bepaalde omstandigheden kunnen veranderen.

Welke stappen zou u aanraden tegen 1 september 2018, wanneer de regeling echt van kracht wordt?

Wie in het verleden reeds een vermogens- en successieplanning heeft uitgewerkt, raad ik absoluut aan om deze grondig te evalueren. Zoals gezegd heeft het nieuw erfrecht bij overlijden mogelijk gevolgen die niet meer stroken met de initiële doelstellingen van de gedane planning. In dergelijk geval heeft men twee keuzes om dit te herstellen: (1) men legt vóór 1 september 2018 een verklaring af dat men opteert voor de toepassing van het oud erfrecht of (2) men doet na 1 september 2018 de nodige aanpassingen overeenkomstig het nieuw erfrecht. Hierbij is het evenwel belangrijk te weten dat de eerste optie een ‘alles of niets’-principe is. Indien men opteert voor de toepassing van het oud erfrecht dan geldt deze keuze voor alle schenkingen die men in het verleden heeft gedaan. Anderzijds veronderstelt de tweede optie mogelijk het sluiten van een erfovereenkomst waarbij men de toestemming van andere erfgenamen nodig heeft. Het niet afleggen van een desbetreffende verklaring vóór 1 september 2018 met een keuze voor het oud erfrecht kan bijgevolg cruciale gevolgen hebben. Om te weten of het gewenst is, moet men – bij voorkeur al vandaag – een grondige analyse doen van zijn of haar persoonlijke situatie.

Een van de nieuwigheden is de verruimde mogelijkheid om globale en punctuele erfovereenkomsten op te maken. Is dat voor iedereen een goed idee?

Erfovereenkomsten zullen voornamelijk een planningstool zijn voor gezinnen of familiale relaties waar enigszins ‘complexe’ factoren aan te pas komen. Denk bijvoorbeeld aan een familie waarbij enkele kinderen actief zijn binnen de familiale vennootschap en de overige kinderen niet. In dergelijk geval zal men ernaar streven om het bedrijfsvermogen aan de actieve kinderen toe te kennen en het overige vermogen aan de niet actieve kinderen. Het bereiken van een evenwichtige behandeling is hierbij doorgaans een belangrijke doelstelling, waarbij een erfovereenkomst een goed hulpmiddel kan zijn om duidelijke afspraken te maken. Het modaal gezin van twee ouders met één of twee kinderen die steeds alles gelijk hebben toebedeeld, zullen minder behoefte hebben om een globale erfovereenkomst op te maken. 

De punctuele erfovereenkomst daarentegen kan voor iedereen een goed idee zijn, gezien deze een specifiek aspect van de nalatenschap regelt. Mijns inziens wordt de mogelijkheid tot het sluiten van een overeenkomst over een niet-opengevallen nalatenschap een zeer nuttig instrument voor vermogens- en successieplanning.

Waar denkt u dat er mogelijk nog problemen zullen rijzen als de hervorming van kracht is ?

  2180