Wat brengt 2018 op fiscaal vlak

Gepubliceerd op 18-12-2017

Volgend jaar staat er fiscaal heel wat te gebeuren. Er staan drie grote hervormingen op de planning die fiscaal een impact zullen hebben: naast de vennootschapsbelasting is dat het vennootschapsrecht en het erfrecht. Naast deze grote drie, staat er nog een heel scala aan andere fiscale maatregelen op het programma. Een kort overzicht.

De drie grote hervormingen

De hervorming van de vennootschapsbelasting zal plaatsvinden in twee fases: de eerste fase volgend jaar, de tweede fase in 2020. De meest opvallende maatregel is dat het tarief daalt. Vanaf 2018 betalen vennootschappen nog 29,58 %, vanaf 2020 nog 25 %. Nu is dat nog 33,99 %. Kleine ondernemingen zullen zelfs maar 20 % betalen (op de eerste 100.000 EUR winst die ze behalen). Helaas wil de overheid geen opbrengsten uit de vennootschapsbelasting verliezen, zodat de hervorming budgetneutraal moet zijn. Zo zal de bekende notionele interestaftrek anders berekend worden en veranderen de regels voor kapitaalverminderingen. Het ontwerp van de Relancewet, die enkele aspecten van deze hervorming omvat, is ondertussen aan de Kamer voorgelegd.

Ook het vennootschapsrecht wordt hervormd. De regering strijdt tegen de vervennootschappelijking, dat wil zeggen dat ze ondernemers die niet echt een vennootschap nodig hebben, wil ontmoedigen met een vennootschap te werken. Zij kunnen beter als natuurlijk persoon werken. Bedoeling is vooral dat alles eenvoudiger wordt. Zo wordt het aantal vennootschapsvormen beperkt. De nv of naamloze vennootschap, misschien wel de bekendste vennootschapsvorm, wordt vanaf nu voorbehouden voor echt grote ondernemingen. De bvba of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid heet vanaf nu gewoon bv.

 De regels van het nieuwe erfrecht zijn al bekend, maar zullen pas in september 2018 in werking treden. Dit om successieplanners, fiscalisten en notarissen de kans te geven zich op de wijzigingen voor te bereiden. Ouders krijgen een groter beschikbaar deel: dit is het deel waar ze volledig vrij mee kunnen dan wat ze willen. Daarnaast worden ook de regels inzake inbreng en inkorting aangepakt.

Maatregelen voor werkende mensen

In vrijetijdswerk en in de non-profitsector mag iedereen die al 4/5 werkt of gepensioneerd is tot 6.000 EUR per jaar belastingvrij bijverdienen. Let op: u mag die 6.000 EUR niet in één keer verdienen: er geldt een maximum van 1.000 EUR per maand.

Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid om een flexijob uit te oefenen uitgebreid. Bijklussen was eerst enkel mogelijk in de horeca, daar komt nu de volledige detailhandel bij (bv. krantenwinkel, kapper, bakker).

Voor wie het beroepskostenforfait gebruikt is er goed nieuws. Het maximum wordt opgetrokken tot 4.500 EUR. Ook voor zelfstandigen zal vanaf 2018 dat maximum gelden. Wie wil kan natuurlijk nog altijd zijn hogere werkelijke kosten bewijzen.

Werknemers met een bedrijfswagen (een salariswagen) krijgen de mogelijkheid hun wagen in te ruilen voor een mobiliteitsbudget. Bij de berekening van de vergoeding wordt rekening gehouden met de cataloguswaarde van de ingeleverde bedrijfswagen (met indexatie), de tankkaart, en of de werknemer een bijdrage betaalde voor eigen gebruik.

Het participatieplan wordt aantrekkelijker gemaakt. Het wordt interessanter voor ondernemingen om hun werknemers te laten delen in de winst.

Pensioenen

Tot nu toe waren zelfstandigen beperkt in hun mogelijkheden om op een fiscaal gunstige manier een spaarpotje aan te leggen voor na hun pensioen: naast hun wettelijk pensioen, is er enkel nog het (beperkt) vrij aanvullend pensioen zelfstandigen (VAPZ). Vanaf 2018 kunnen ook zij een extralegaal pensioen opbouwen zoals de bedrijfsleiders in een vennootschap dat kunnen met een groepsverzekering of individuele pensioentoezegging. Ze zullen een premie kunnen betalen die net als bij bedrijfsleiders afhankelijk zal zijn van de hoogte van het belastbaar inkomen. Het plafond is ook hier de 80 %-grens: het extralegaal pensioen (omgerekend op jaarbasis) mag samen met het wettelijk pensioen niet hoger zijn dan 80 % van het laatste jaarinkomen. Bij een zelfstandige zal het gemiddelde inkomen van de laatste drie jaar gelden. De premie geeft recht op een belastingvermindering van (30 %), de latere uitkering van het gespaarde eindkapitaal wordt belast (een riziv-bijdrage van 3,55 %, een solidariteitsbijdrage van 2 %, en een belasting van 10 %).

Financiële producten

Ondertussen is het welbekend dat er een abonnementstaks op effectenrekeningen komt, voor wie meer dan 500.000 EUR aan effecten heeft. Tarief van deze jaarlijkse heffing is 0,15 %. De Raad van State heeft al wel meerdere keren bezwaren geformuleerd bij deze nieuwe heffing.

Daarnaast komt er een meerwaardebelasting bij obligatiefondsen.

Ten slotte zal het tarief van de beurstaks stijgen naar 0,35 % (vroeger tarief: 0,27 %). Voor beursverrichtingen die onder het verlaagd tarief vallen (zoals obligaties en kasbons) wordt de taks verhoogd van 0,09 % tot 0,12 %.

Strijd tegen fiscale fraude

  3277