Wat bracht 2019, wat brengt 2020? - Het fiscaal jaaroverzicht volgens Koen Janssens

Gepubliceerd op 29-01-2020

“In gewone tijden stuit de geringste wijziging van de belastingregeling niet op beschouwingen gegrond op de wetenschap of de rechtvaardigheid, maar op kiesbelangen. Belastinghervormingen kunnen [daarom] slechts ingevoerd worden tijdens en na grote economische veranderingen die met oorlogen gepaard gaan en erop volgen”.(1)

Revolutionaire veranderingen zijn vaak alleen mogelijk als gevolg van een grote crisis. En in België ook van internationale druk. Dat wisten ze 100 jaar geleden ook al, toen de basis gelegd werd voor ons huidige stelsel van inkomstenbelasting. Een hervorming die toen blijkbaar alleen mogelijk was als gevolg van de schok van de Eerste Wereldoorlog.

Klimaat- en andere crisissen

De vraag is of het gevoel van crisis vandaag de dag groot genoeg is om een vergelijkbaar kantelmoment te veroorzaken. Infernale branden in Australië en het Amazonegebied, tropische stormen van ongeziene kracht, hitterecords in eigen land en een verzopen Venetië roepen het beeld op van een nakende klimaatcatastrofe. Oplopende spanningen rond Iran en nieuwe menselijke ellende door de Turkse inval in Syrië maar ook straatprotest in Hong Kong of Chili en racistische aanslagen in Christchurch en elders dragen bij tot de crisissfeer. En dan is er nog de vrees voor het instorten van de internationale orde door de dreiging van een handelsoorlog met China, het feitelijk opblazen van de WTO door de VS, en de Brexit, die dan toch een feit wordt op 31 januari 2020 – en waarbij het risico op alsnog een ‘harde’ Brexit op 31 december niet geweken is, namelijk als de onderhandelingen over een nieuw partnerschap met de EU niet afgerond raken binnen de krappe deadline die Johnson zichzelf opgelegd heeft. Op het leed van Anderlecht-supporters in 2019 gaan we even niet in …

En in eigen land is er natuurlijk de politieke crisissfeer waarin we nu al meer dan een jaar verkeren, eerst als gevolg van de val van de regering-Michel I en na de verkiezingen de moeizame formatiegesprekken. Op wetgevend vlak was 2019 daardoor een bizar jaar. Sommige commentatoren juichten de herwonnen macht van het parlement (bij gebrek aan volwaardige regering) toe als een overwinning van de democratie. Maar de praktijk bleek minder mooi dan de theorie. Zelfs wie (zoals wij) gewoon was te klagen over de dalende kwaliteit van het wetgevende werk, zette grote ogen op toen de parlementsleden in een sfeer van ‘vrijheid blijheid’ willekeurig nieuwe fiscale koterijen begonnen bij te timmeren, btw-cadeautjes uitdeelden waarvan ze wisten dat die niet mogelijk waren onder de Europese regels (2), en zelfs verschillende versies creëerden van eenzelfde wetsartikel, omdat blijkbaar niemand door had dat er tegelijk nog andere wetten in voorbereiding waren die een wetsartikel met hetzelfde nummer wilden invoeren. De eerste foto van een zwart gat, waar astronomen over juichten, dreigde ook een metafoor te worden voor waar het budgettair naartoe ging. Zelfs de afschaffing van de 5 %-strafheffing bij een ontoereikende bedrijfsleidersbezoldiging – waar op zich weinigen om rouwden – had een wrange bijsmaak, omdat die het gevolg was van een bizar politiek spel (geen enkele centrumpartij kon het zich veroorloven minder bedrijfsvriendelijk te lijken dan uitgerekend de PS, die het wetsvoorstel indiende) en ingegeven was door fake news. En dat was nog vóór de ophef over deep fakes op Facebook …

Maar uiteindelijk bleef de schade beperkt. Over de partijgrenzen heen groeide het inzicht dat men zich op fiscaal vlak niet te veel uitschuivers kon permitteren. Al te avontuurlijke fiscale wetsvoorstellen werden na de verkiezingen bewust niet geagendeerd in de Kamer en riskeerden dus ook niet om ‘per ongeluk’ goedgekeurd te worden. We hadden niet eens John Bercow nodig om aan te manen tot “Order, ordeeeer!” … En vooral is het een hele prestatie dat de regering in lopende zaken er in slaagde uiteindelijk parlementaire goedkeuring te krijgen voor alle belangrijke ontwerpen die eind 2018 nog een onzekere toekomst tegemoet leken te gaan wegens de val van de regering. Dat is des te opmerkelijker omdat na de verkiezingen zelfs met de N-VA erbij de aftredende regering geen meerderheid meer had. Daaronder vallen belangrijke hervormingen als het nieuwe Wetboek Invordering en een vernieuwd fiscaal strafrecht, tijdige omzetting van enkele belangrijke Europese richtlijnen en – tegenwoordig blijkbaar onvermijdelijk – een heel pak reparatiewetgeving.

Toch liep het tegen het einde van het jaar nog een keer mis. Een ontwerp met diverse fiscale bepalingen moest nog een reeks losse fiscale eindjes wegwerken. Maar het ontwerp dreigde een reeks amendementen van de oppositie uit te lokken die politiek onwenselijk waren (o.m. het terugdraaien van de verlaging van de vennootschapsbelasting). Een ongeluk is gauw gebeurd, zoals ook Wout van Aert mocht ondervinden in de Tour. De regering wou niet het risico lopen dat die amendementen met een ‘alternatieve’ meerderheid goedgekeurd zouden worden. En dus verkoos ze uiteindelijk, blijkbaar onder het motto “da gade gij nie bepalen”, het ontwerp in te trekken, inclusief een reeks geplande regeringsamendementen. Het belangrijkste onderdeel uit het ontwerp – de uitvoeringsbepalingen bij de nieuwe EBITDA-interestaftrekbeperking – werd alsnog doorgevoerd via een KB. Maar enkele andere punten bleven dus onopgelost, waardoor er onzekerheid bleef voor de belastingplichtige over o.m. het VVPRbis-regime, de mogelijkheid van een negatieve notionele interestaftrek (3) en de berekening van de criteria voor een ‘valse hybride’. Een ander onopgelost probleem is het regime voor buitenlands vastgoed: zelfs na vijf jaar en twee uitspraken van het Hof van Justitie en met intussen de zekerheid van Europese dwangsommen (!) bleek het niet mogelijk een oplossing te vinden. 

Onzekerheid troef

Het was slechts een van de redenen waarom onzekerheid een bepalend thema was voor de fiscaliteit in 2019. En niet alleen omdat er voortdurend onzekerheid bleef over de vraag of een wetsontwerp (op tijd) goedgekeurd zou raken in het parlement.

Want net als vorige jaren was het zelfs na goedkeuring vaak niet duidelijk of een wet van toepassing was of niet. Voor de nieuwe tax shelter voor ontwerpers van games bijvoorbeeld is het nog altijd wachten op groen licht van Europa. (4) Van de fusie van de instituten is er geen nieuws, evenmin als van de starterslonen. Sommige uitvoerings-KB’s raken maar niet gepubliceerd (zoals dat over de nieuwe una via-regeling – 41/14) (ook al is er in december een eindspurt ingezet). Of als ze na lang wachten dan toch verschijnen, kan het bv. gebeuren dat de auteurs van het verslag aan de Koning een wel zeer eigenzinnige afrondingsregel gebruiken, waardoor een populair automodel ineens ten onrechte een ‘valse hybride’ blijkt. (5) Wat een ‘valse hybride’ is, weten we overigens nóg niet zeker, ondanks dat KB, want de aangekondigde lijst is er nog steeds niet.

Als we allemaal terug naar de schoolbanken moeten omdat bijvoorbeeld het vennootschapsrecht hervormd is, verwacht iedereen toch een duidelijke uitleg van de schoolmeester of -juf. Maar ook dat is ons niet gegund. Zelfs de grootste specialist te lande verzuchtte dat ze het ook niet weet en dat op heel veel punten de rechtspraak het zal moeten uitwijzen. Het was een van de onderwerpen die de fiscale wereld in 2019 het meeste bezighield. Maar over de zogenaamde dwingende bepalingen in het WVV, die op 1 januari 2020 in werking treden, is er nog altijd geen duidelijkheid. Ook de belofte van fiscale neutraliteit blijkt onzeker, gezien o.m. de verwarring over het VVPRbis-regime en de onduidelijkheid over de fiscale gevolgen van een ‘inbreng in nijverheid’. Zolang het niet zeker is dat de fiscus op die basis geen beroepsinkomen zal belasten, zit de kans er trouwens in dat een interessante bepaling uit het nieuwe vennootschapsrecht dode letter blijft. (6)

Tot de thema’s die de fiscale wereld het meeste beroerden in het afgelopen jaar, behoorde ook het lot van vastgoed in de vennootschap, en dan vooral de kostenaftrek. De uiteenlopende lagere rechtspraak en de ondoorgrondelijkheid van de cassatiearresten over het onderwerp, zijn al jaren een grote bron van onduidelijkheid. Maar in 2019 was er een lichtpuntje: het Hof van Cassatie velde een nieuw arrest dat ons wellicht in staat stelt de schijnbare tegenstrijdigheden in de rechtspraak met elkaar te verzoenen. En uitgerekend het op dat punt meestal strenge Gentse hof kwam met een positieve primeur m.b.t. een appartement aan de kust.

Nog m.b.t. vastgoed in de vennootschap blijft er onduidelijkheid over de waardering van het voordeel van alle aard. Voor de toekomst is alles helder, maar er is tegenstrijdige rechtspraak over de vraag of een ontheffing van ambtswege mogelijk is voor het verleden. Binnenkort krijgen we normaal gezien wel uitsluitsel, want de kwestie is voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof. Ook inzake btw werd de actualiteit overigens gedomineerd door vastgoed, wegens de nieuwe regeling voor onroerende verhuur.

De houding van de fiscus draagt ook bij aan de onzekerheid. Zo legt de fiscus nogal eens een uitspraak van Cassatie naast zich neer. Tenzij het hem goed uitkomt. Dan aarzelt de fiscus ineens weer niet om het standpunt van de minister naast zich neer te leggen, zoals gebeurde met de aftrek voor receptiekosten voor een publicitair event. Maar ja, als het Spaanse Hooggerechtshof ook al denkt arresten van het Hof van Justitie te kunnen negeren … En dat circulaires veel te laat verschijnen, is ook al een oud zeer. We worden weliswaar gebombardeerd met korte circulaires vlak na het verschijnen van een nieuwe wet, maar het lijkt er soms op dat die (veelal) nietszeggende mededelingen als excuus gebruikt worden om nóg meer tijd te nemen voor circulaires met echte inhoud. Zo liet de FAQ over de btw-herzieningsregels in de context van onroerende verhuur bijna een jaar op zich wachten. Voor de circulaire over de POZ duurde het anderhalf jaar. En dat pas gepubliceerde circulaires al meteen weer ingetrokken worden, is helaas ook niet nieuw. (7)

hervorming-vennootschapsrecht

Raad van State en Grondwettelijk Hof roeren zich

De vraag is ook of de fiscus nog wel inhoudelijke commentaar mag leveren via circulaires. Hoe langer hoe meer worden die immers voorgelegd aan de Raad van State. En in de meeste gevallen blijkt dat slecht af te lopen voor de fiscus. Zelfs los van de inhoudelijke discussie beschouwt de Raad een circulaire al als onwettig van zodra ze een verordenend karakter heeft. En in de ogen van de Raad is dat al heel snel het geval.

Maar haast geen enkele fiscale wet is glashelder zonder verdere commentaar en zonder dat de fiscus de knoop doorhakt over bepaalde interpretaties. In zoverre de Raad het de fiscus moeilijk of onmogelijk zou maken om dergelijke knopen door te hakken, is die rechtspraak eigenlijk geen positieve evolutie. Het wordt nog erger als blijkt dat de Raad zelf tegenstrijdige signalen geeft. Het vernietigingsberoep tegen de btw-circulaire over escape rooms werd zowel bij de Nederlands- als bij de Franstalige kamer ingediend. Zodat ook twee auditeurs zich moesten uitspreken. En die kwamen tot een tegengestelde conclusie! Volgens de Nederlandstalige auditeur moest de circulaire nietig verklaard worden, de Franstalige zag geen enkel probleem. Gelukkig voor de rechtszekerheid had die tweespalt geen verdere gevolgen want het Franstalige advies kwam pas een tijd later en tegen dan had de fiscus de circulaire al ingetrokken. (8)

Nog in de rechtspraak viel op dat het Grondwettelijk Hof er nu een gewoonte van maakt om vernietigingsarresten niet te laten terugwerken. Zoals met de effectentaks. Het Hof doet dat in de naam van de rechtszekerheid, maar de vraag is of het Hof daarmee niet het tegenovergestelde bereikt. Want zo kan de wetgever als het ware ‘straffeloos’ ongrondwettelijke wetgeving uitvaardigen. De inkomsten blijven dan toch behouden voor pakweg de eerste twee jaar en de gevolgen van een eventuele vernietiging zijn dan met een beetje geluk een probleem voor de volgende regering. Dat is niet bepaald een stimulans om deugdelijke wetgeving uit te vaardigen … Onvermijdelijk moet men daarbij ook denken aan de discussies over politieke benoemingen (zelfs van niet-juristen) van rechters bij het Hof. Dergelijke benoemingen vergroten nog het risico dat het Hof in zijn arresten politieke (en budgettaire) belangen zou laten doorwegen ten koste van een puur fiscale redenering.

Al te vaak houdt de fiscus ook vast aan een uiterst formalistische ingesteldheid. Zo bestond hij het in 2019 zelfs om de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor onderzoek en ontwikkeling te weigeren aan ondernemingen gewoon omdat ze in hun Belspo-dossier geen einddatum voor het project ingevuld hadden. Ook de verwarring over inschrijvingsbewijs en gelijkvormigheidsattest is daar een voorbeeld van.

Maar we mogen niet vervallen in veralgemeningen. Inzake digitalisering gaat de fiscus goed met zijn tijd mee. (9) Alle overheden kwamen snel met info over de Brexit. En alvast de Vlaamse fiscus lijkt doorgaans wél een goede indruk te maken. Hij scoort met klantvriendelijkheid en blijft in de praktijk ook trouw aan het in 2017 door de administrateur-generaal van Vlabel in de krant uitgesproken voornemen om nieuwe standpunten van Vlabel nooit retroactief toe te passen. (10) Dat creëert natuurlijk rechtszekerheid. Net als de mogelijkheid van een kosteloze schatting van de waarde van vastgoed door Vlabel. Het viel ook op dat Vlabel onmiddellijk duidelijkheid bracht over de werking in de tijd van de afschaffing van de woonbonus, ruim vóór er een ontwerp van decreet was. (11)

Zwart geld

Meer en meer zekerheid is er ook over het lot van zwarte vermogens in het buitenland. Voor de fiscus blijft hoe langer hoe minder verborgen. Het aantal landen dat inlichtingen doorspeelt aan België, is het afgelopen jaar nog uitgebreid, o.a. met opvallende namen als Jersey. Het aantal fiscale regularisaties heeft opnieuw een piek bereikt vlak vóór het jaareinde 2019. Zelfs specialisten hadden de nieuwe toestroom niet verwacht. Maar het toont aan dat de maatregelen hun vruchten afwerpen. Dat er nog altijd mensen zijn die de ernst van de situatie niet begrijpen (anders zouden ze al een tijd geleden geregulariseerd hebben), is te verklaren doordat de fiscus tijd nodig had om alle informatie te verwerken. Maar die fase is bijna voorbij en de fiscus is vast van plan om alle info goed te gebruiken. Betrokkenen die nog geen bericht van wijziging gekregen hebben, mogen er wellicht heel binnenkort een verwachten. Merk op dat de kwestie ook een communautaire dimensie heeft. Het gerechtelijke vervolgingsbeleid is namelijk niet hetzelfde in het noorden en het zuiden van het land. De Waalse betrokkenen weten dat ook en voel(d)en daarom absoluut niet de noodzaak om bijvoorbeeld fiscaal verjaard kapitaal te regulariseren.

Fiscalisten zeggen vaak dat de mentaliteit aan het veranderen is en dat de jongere generatie in het reine wil komen met de fiscale zonden van hun voorzaten. Cynici daarentegen merken op dat zoiets al jaren gezegd wordt en zien daarin een aanwijzing dat de zogezegde mentaliteitsverandering zich toch niet echt doorzet. Maar het gaat natuurlijk vaak om zaken uit het verleden, soms een heel ver verleden. Dat dat meer is dan een dooddoener, wordt mooi geïllustreerd door een geruchtmakende rechtszaak uit het afgelopen jaar, waarin de hoofdrol weggelegd was voor een oud besje van … 92 jaar.

In de praktijk is er toch het een en ander veranderd. (12) Btw-bonnetjes in een restaurant bijvoorbeeld zijn meer dan ooit een vanzelfsprekendheid. Gesjoemel met de witte kassa krijgt ruime persaandacht maar is wellicht slechts een achterhoedegevecht. Toch is er nog veel werk aan de winkel. De omvang van de zwarte economie in België neemt af maar de daling verloopt trager dan in andere landen. (13) Ook de zogenaamde btw-kloof, een indicator van btw-fraude en inningsproblemen, ligt in België hoger dan in vergelijkbare landen. (14) Van het plan uit 2014 om de Hoge Raad van Financiën een jaarlijks rapport te laten maken over de strijd tegen fiscale fraude, is nooit iets in huis gekomen. Daarentegen is er sinds 2018 wel een instrument om de opbrengst van BBI-acties in kaart te brengen (Reprere: Results, Previsions and Reporting). De effectieve inning van door de BBI vastgestelde fraudebedragen was ooit het onderwerp van verhitte politieke discussies. Die zijn echter niet gaan liggen nu we over officiële cijfers beschikken. (15) In 2018 is binnen Financiën ook een project opgestart om de tax gap inzake vennootschapsbelasting te meten. Die oefening is echter dermate complex dat het nog wachten is op echte resultaten.

Respect voor de fiscale regels, zeker bij een nieuwe generatie die in de eerste plaats gemoedsrust wil, vereist dat de pakkans groot genoeg is. Ook de personeelsevolutie binnen de controlediensten en vooral de BBI blijft aanleiding geven tot welles-nietesspelletjes tussen regering en oppositie. (16) Datamining, dat meer gerichte controles moet opleveren, blijft controversieel. De fiscus is overtuigd van de voordelen. Maar omdat daardoor het aantal controles afneemt bij belastingplichtigen met een profiel dat geen knipperlichten doet afgaan, dreigt volgens sommigen opnieuw het gevoel te ontstaan dat er toch niet gecontroleerd wordt. En misschien is dat uiteindelijk ook niet in het belang van de belastingplichtige, die mogelijk ongewild iets fout doet maar niet de kans krijgt om dat recht te zetten omdat geen enkele controleur hem erop wijst. Behoorlijk bestuur houdt ook in dat de overheid zich kwijt van haar controletaken.

Het overtreden van de fiscale regels wordt tenslotte ook in de hand gewerkt door de oeverloze complexiteit van de regelgeving. Op dat punt is de pijngrens allang bereikt. Getuige de nieuwe recordomvang van het Staatsblad: de jaargang 2019 telde maar liefst 119 518 bladzijden (het vorige record werd gevestigd in 2017: 117 002). In die mate zelfs dat er een nieuw fenomeen dreigt op te duiken: belastingplichtigen die, omdat ze het ook niet meer weten maar anderzijds geen problemen met de fiscus willen riskeren, de voor hen minst gunstige oplossing kiezen. Neem de autofiscaliteit. Die was al een kluwen, maar dat wordt nog erger in 2020, nu voor elke auto een apart aftrekpercentage berekend moet worden. Er zijn belastingplichtigen die verzuchten dat ze nog liever uniform op de hele vloot het aftrekpercentage van het model met de hoogste uitstoot zouden willen toepassen dan voor bv. elk parkeerticket uit te vlooien wat het juiste percentage is.

Fiscale wetgeving zal nooit eenvoudig zijn. Daar moeten we ons geen illusies over maken. En vergeleken met bv. de VS mogen we nog niet eens klagen. Maar af en toe worden er wel stappen gezet. In dat licht kan men eigenlijk niet anders dan positief zijn over de afschaffing van de woonbonus in Vlaanderen – een van de belangrijkste fiscale feiten van het afgelopen jaar, en niet alleen omdat de aankondiging onmiddellijk de vastgoedmarkt op zijn kop zette. Men kan teleurgesteld zijn over de tegenvallende compensatie in de vorm van een slechts symbolische verlaging van het verkooprecht, maar economisch is de maatregel de logica zelve. En er wordt eindelijk afgerekend met wat voor de meeste belastingplichtigen veruit het meest complexe deel van de PB-aangifte was. Simpeler is vaak beter (zoals ze bij Boeing wellicht ook beseft hebben nadat ze hun 737 Max volgestopt hadden met onbeheersbare software). Daar steekt dan des te meer tegen af dat de aangifte in de vennootschapsbelasting ineens ontzettend veel onoverzichtelijker is geworden als gevolg van één kleine antimisbruikbepaling uit de hervorming ...

De problemen met compliance, al dan niet door een te ingewikkelde fiscaliteit, maken de nood aan ‘horizontaal toezicht’ alleen maar groter. Maar veel schot zit er niet in dat dossier. Voorlopig blijven we steken in de fase van een pilootproject. Dat is weliswaar intussen uitgebreid tot kmo’s. Maar blijkbaar is er bij ondernemingen weinig appetijt om mee te werken aan het project. Is het wantrouwen tegenover de fiscus nog te groot? Hoe dan ook blijft men er bij de fiscus van overtuigd dat er geen weg terug is en dat horizontaal toezicht de toekomst is. 

zwarte-economie

De grote uitdagingen

Maar dergelijke discussies worden wellicht overschaduwd door de grote uitdagingen waar we voor staan, en die waarschijnlijk een groot deel van de agenda in 2020 zullen bepalen.

De eerste is natuurlijk het milieu. Greta Thunberg is niet voor niets de persoon van het jaar volgens Time. En ‘schaamte’ (zoals in o.m. vliegschaamte) is niet voor niets het woord van het jaar in Nederland (in het Engels werd climate emergency uitverkoren). Dat de vleesloze burger het product van het jaar is en een commerciële doorbraak lijkt te beleven, illustreert dat zeer velen ook echt open staan voor verandering. Toch stoot daadkrachtig ingrijpen van de (fiscale) wetgever in de praktijk nog op veel bezwaren. Een partij die van de afschaffing van de bedrijfswagen een verkiezingsthema gemaakt had, ging met de billen bloot toen ze niet uitgelegd kreeg hoe ze het inkomensverlies bij de betrokkenen zou gaan compenseren. Plannen voor rekeningrijden in Vlaanderen zijn opgeborgen omdat – deels door een verkeerde perceptie – de weerstand te groot geworden was (in Brussel blijft men wel nadenken over een “slimme stadstol”). Opvallender nog: in Wallonië ontpopte uitgerekend Ecolo zich tot een tegenstander van een kilometerheffing. Dat zelfs ecologisten terugdeinzen voor wat toch een van de meest voor de hand liggende milieumaatregelen is, illustreert perfect hoe moeilijk het is om een groen beleid in de praktijk om te zetten. Het verwondert dan ook niet dat in de reeds vermelde enquête slechts 11 % van de ondervraagden pleitte voor meer milieuheffingen. Bovendien valt het op dat brainstormsessies over groene fiscaliteit meestal uitmonden in een uitgebreide wenslijst van nieuwe koterijen, uitzonderingen, gunstregimes en bijkomende voorwaarden. In een reeds onaanvaardbaar complex fiscaal landschap kunnen we zoiets missen als kiespijn.

Waarschijnlijk zal de grote impuls dus moeten uitgaan van Europa, en met name van de ambitieuze Green Deal van kersvers Commissievoorzitter Ursula von der Leyen. (17) Die bevat voor de hand liggende recepten zoals – jawel – rekeningrijden maar ook revolutionaire concepten zoals een border carbon tax, een heffing op ingevoerde producten die niet CO2-efficiënt geproduceerd zijn. Hoe (en wanneer) dat concreet uitgewerkt zal worden, is echter nog allerminst duidelijk. (18)

De (on)grijpbare digitale economie

Een tweede grote uitdaging is de digitale economie. Zoals bekend is die redelijk ongrijpbaar binnen de klassieke concepten van de internationale fiscaliteit. De grote spelers kunnen met één muisklik hun intellectuele eigendom onderbrengen in een belastingparadijs en zo grotendeels aan belasting ontsnappen in de landen waar ze actief zijn. De OESO werkt volop aan een oplossing. Op de G20-top in Japan in juni is een politieke consensus bereikt over de marsrichting. De publieke consultatie die op basis daarvan gehouden werd, zou in de eerste helft van 2020 moeten uitmonden in concrete voorstellen. (19)

Maar veel landen zijn niet bereid daarop te wachten. Frankrijk nam het voortouw en introduceerde al op 24 juli 2019 een Google-taks (of GAFA-taks: Google, Amazon, Facebook, Apple, officieel taxe sur les services numériques). De heffing is van toepassing op digitale diensten die geleverd zijn sinds 1 januari 2019. De belasting wordt geheven op de bijdragen die Fransen betalen om gebruik te maken van digitale platformen en op de bedragen die adverteerders betalen voor reclame die Franse gebruikers te zien krijgen. (20) Oostenrijk heeft op 20 september 2019 zijn Digitalsteuer goedgekeurd. Vanaf 1 januari 2020 wordt daardoor een belasting van 5 % geheven op de advertentie-inkomsten van digitale aanbieders die zich richten tot Oostenrijkse consumenten. Zoals in Frankrijk worden alleen de grote spelers geviseerd (met een wereldwijde omzet van minstens € 750 mln.). (21) Andere landen zullen ongetwijfeld volgen. Canada, het VK en Tsjechië hebben plannen in die richting. Italië, dat in 2017 een van de eerste landen was om zo’n belasting aan te kondigen, gaat die nu effectief implementeren. En India, dat al sinds 2016 een beperkte belasting heft op reclame-inkomsten die buitenlandse spelers ontvangen van Indiërs, bouwt die heffing nu verder uit. (22) Op EUniveau zijn de besprekingen echter stilgelegd omdat men wil wachten op de voorstellen van de OESO/G20. Het zal er daarbij ook op aankomen te vermijden dat unilaterale initiatieven leiden tot internationale spanningen. Trump heeft al duidelijk laten weten dat hij het Franse initiatief even weinig apprecieert als de Unesco Aalst Carnaval.

Een thema dat waarschijnlijk vroeg of laat ook weer opduikt, is de verdere regionalisering van de fiscaliteit. De afschaffing van de woonbonus heeft opnieuw de aandacht gevestigd op de onlogische, soms absurde manier waarop in het verleden bevoegdheden overgedragen zijn: de fiscale voordelen voor een tweede woning zijn immers federaal gebleven en blijven volledig overeind. Het lijkt weinig waarschijnlijk dat die anomalie nog lang zal overleven. En mogelijk is dat alleen maar een aanloop naar een verdere herschikking van de fiscale bevoegdheden tussen het gewestelijke en federale bestuursniveau. Nog los van de samenhang van bevoegdheidspakketten leeft bij de gewesten de – politiek breed gedragen – wens om meer beleidsinstrumenten in handen te krijgen (ook fiscale) en meer te responsabiliseren door een groter deel van de opbrengst van de personenbelasting toe te wijzen aan de gewesten (ter vervanging van de huidige dotaties). Zelfs een gedeeltelijke regionalisering van de vennootschapsbelasting is op papier perfect doenbaar op basis van soortgelijke verdelingscriteria als in de Europese CCCTB-plannen. 

regionalisering-fiscaliteit

Transparantie, gelijkheid

Transparantie is ook al enkele jaren een centraal thema in de fiscaliteit. Over internationale uitwisseling hebben we het al gehad. Er is echt geen ontsnappen meer aan. In 2019 ging veel aandacht naar het UBO-register, het vernieuwde CAP en TP-rapportering. Zelfs voordelen die toegekend worden door een buitenlandse moedervennootschap, moeten nu gerapporteerd worden. Voor de toekomst wordt de vraag nu meer en meer hoe lang het nog duurt vooraleer die ontwikkeling doorgetrokken wordt naar het binnenland. Van de omzetting van de DAC6-richtlijn is geen gebruik gemaakt om, zoals in Duitsland, ook niet-grensoverschrijdendende agressieve constructies meldingsplichtig te maken. (23) Maar dat het bankgeheim in België nog steeds bestaat voor Belgen, terwijl het al lang verdwenen is voor buitenlanders, lijkt hoe langer hoe meer een anomalie, temeer daar de banksector zelf geen vragende partij is voor het behoud van het huidige regime. (24) Net als vorige jaren valt het trouwens op dat de meeste nieuwe maatregelen die de slagkracht van de fiscus verhogen, uitsluitend gericht zijn op buitenlandse inkomsten.

Hoewel op binnenlands vlak de rechtspraak wel eens bijsprong om de fiscus meer slagkracht te geven. Zo krijgt de fiscus bijna altijd gelijk in de rechtspraak over fiscale visitaties die ook in 2019 vaak de headlines haalde. Een uitzondering is wel de nieuwe algemene antimisbruikbepaling. In 2019 was voor het eerst een hof van beroep aan zet. En dat floot tot tweemaal toe de fiscus terug. Maar wie nu concludeert dat het nieuwe artikel 344, § 1 dan toch geen wonderwapen is voor de fiscus, rekent wellicht buiten de Europese waard …

Internationaal is er in 2019 ook veel te doen geweest rond het thema gelijkheid. En de sleutelrol die de fiscaliteit speelt in het terugdringen van de toegenomen ongelijkheid. De opgemerkte toespraak van Rutger Bregman tot de rijken der aarde in Davos, de politieke programma’s van o.m. Ocasio-Cortez en Warren in de VS en de standpunten van IMF-toplui waren ongezien en hebben het onderwerp meer dan ooit op de agenda geplaatst. Het (weliswaar sussende) themanummer van The Economist op 30 november wakkerde de discussie alleen maar verder aan. Maar opvallend genoeg vond die weinig weerklank in eigen land. Het was wel een thema bij de nationale staking op 13 februari, maar die had op zich weinig politieke gevolgen. Ook al bleek kort daarop uit een enquête dat 77 % van de Belgen vindt dat de belastingdruk rechtvaardiger verdeeld moet worden. In zijn nieuwe boek Gigantisme vat Geert Noels nog wel goed de tijdsgeest door een fixatie op grootte in het bedrijfsleven als een ziekte af te schilderen. (25) Maar om de negatieve fiscale gevolgen van dat fenomeen in te dijken, hebben we BEPS-acties en Google-taksen. En Europees commissaris Vestager …

Gelijkheid is fiscaal gezien ook een uiterst moeilijk thema omdat het vaak tegenstrijdig is met vergroening. Milieubelastingen (waaronder ook btw op elektriciteit of accijns op diesel) drukken naar verhouding zwaarder op de armen dan op de welstellenden. Fiscale voordelen voor bv. elektrische auto’s vormen een subsidie voor de rijken. En als de ‘mobiscore’ als basis zou dienen voor de vastgoedfiscaliteit, zoals sommigen bepleiten, zou dat erop neerkomen dat de sterkste schouders de lichtste lasten dragen (zij die rijk genoeg zijn om zich een loft in het stadscentrum te kunnen permitteren).

Maar de belangrijkste reden dat het thema in eigen land weinig weerklank vindt, is wellicht dat het gewoon minder acuut is. België blijft een van de minst ongelijke landen ter wereld. En de armoede blijkt in Vlaanderen gedaald te zijn volgens alle indicatoren. Zelfs vrij significant gedaald.

Het herinnert ons eraan dat er, ondanks alle onheilstijdingen, ook heel veel goed nieuws te melden is. En niet alleen omdat voor het eerst sinds jaren de files (iets) korter geworden zijn, 2019 een recordjaar was voor de beurs, de koopkracht effectief toegenomen is, België opnieuw de Europese president mocht leveren én voor het eerst een vrouwelijke premier kreeg (en Vlaanderen even een vrouwelijke minister-president, en natuurlijk de Europese Commissie een vrouwelijke voorzitter), en baby Pia een ongeziene solidariteit op gang bracht. De belastingdruk is gedaald. En de hervorming van de vennootschapsbelasting heeft geleid tot een effectieve belastingverlaging (ook al was dat officieel niet de bedoeling …). (26) 2020 dient zich ook aan als een heuglijk jaar voor veel bedrijven omdat ze voor de eerste keer gebruik zullen kunnen maken van een verlaat cadeau van Di Rupo: uitkering van de liquidatiereserve aan een gunsttarief.

Het fenomenale succes van een boek als De Bourgondiërs van Bart Van Loo suggereert misschien dat veel mensen de harde realiteit van vandaag willen ontvluchten door nostalgisch te mijmeren over een bijzonder rijke episode uit de geschiedenis van Vlaanderen en de Nederlanden. Maar dat mag niet doen vergeten dat we er in veel opzichten beter aan toe zijn dan ooit tevoren. De conclusie lijkt dan ook dat het crisisgevoel waarover we het in het begin hadden, nog niet acuut genoeg is om tot het soort drastische hervormingen te leiden dat volgens de wetgever van 1919 alleen mogelijk is in een echte crisissituatie. Cynici zullen een zekere parallel zien met een welbekende impeachment-procedure: ondanks de ernst van de feiten doen de betrokkenen voort alsof er niets aan de hand is.

Stilte voor de storm?

Voorlopig ziet het er inderdaad niet naar uit dat ons wereldschokkende dingen te wachten staan op fiscaal gebied in 2020. De formatienota’s die tot nu toe opgesteld zijn, bevatten weinig fiscale maatregelen. Er wordt gesproken over een Google-taks, een uitbreiding van het btw-gunsttarief voor afbraak en heropbouw tot het hele land, elektrificatie van het bedrijfswagenpark, een kerosineheffing. Maar niet over een grote hervorming. Ook op Vlaams niveau, waar er wel al een regering is, heeft het uur van de revolutie niet geslagen. De aangekondigde nieuwe jobbonus – een belastingverlaging voor werkenden met een laag inkomen – mag dan al een zeer gepaste maatregel zijn (nu arbeidseconomen eens te meer benadrukken dat het echte probleem in België niet de werkloosheid is maar de vele inactieven die geen baan zoeken), het blijft een beetje rommelen in de marge.

Het gebrek aan ambitie maakt soms bijna wanhopig. Temeer omdat eigenlijk zowat iedereen het erover eens is wat er zou moeten gebeuren. Iedereen beseft dat het kadastraal inkomen een hopeloos verouderde indicator is, en dat het écht wel doenbaar is om het systeem te hervormen, bv. met input van de gemeenten zoals in Nederland. Iedereen beseft dat de progressiviteit van de tarieven volledig uitgehold is doordat het hoogste tarief al begint bij een inkomen van € 40 000 – t.o. bijna € 900 000 (geïndexeerd) in 1962! – en dat zoiets onhoudbaar is in termen van belastingdruk maar ook rechtvaardigheid en herverdeling. En als men eerlijk is, is iedereen ter linker- en ter rechterzijde het erover eens dat het systeem van bedrijfswagens vrij pervers is. Maar een praktisch gevolg geven aan die vaststelling, blijkt aartsmoeilijk, omdat alles met alles samenhangt in de fiscaliteit (en de economie) en omdat men niet zomaar ineens een stuk inkomen kan afpakken van een grote groep. En natuurlijk omdat er geen budgettaire ruimte is voor experimenten.

Daarom werd met verwachting uitgekeken naar het rapport van de Hoge Raad van Financiën over een hervorming van de personenbelasting. Dat rapport had eigenlijk al eind 2018 af moeten zijn, maar het is er intussen nog altijd niet. Zoals het er nu naar uit ziet, zal het nóg wel minstens enkele maanden op zich laten wachten. Het chronische uitstel – het lijkt wel de Brexit – illustreert in de eerste plaats het aartsmoeilijke karakter van de oefening. Elke hervorming zal slachtoffers maken. En de manier waarop zoiets telkens uitvergroot wordt in de media en de sociale media, en felle “How dare you!”-reacties oproept, lijkt elk politiek handelen bij voorbaat te blokkeren (zie hierboven over de kilometerheffing). Veel dingen zijn ook echt niet zo simpel als ze lijken.

Maar er is hoop. Want in tegenstelling tot vorige rapporten, zou het kunnen dat de Hoge Raad er niet langer voor kiest om expliciete aanbevelingen te doen. Blijkbaar zou het de bedoeling zijn om de cijfers voor zich te laten spreken. Het rapport zou, aan de hand van diverse scenario’s, duidelijk aangeven wat de impact is op de diverse inkomstencategorieën en bevolkingsgroepen. Dat is mede mogelijk dankzij gesofisticeerde nieuwe simulatietools waarover de fiscus nu beschikt. Die aanpak biedt het voordeel dat een aantal mythes zullen sneuvelen. Want met een beetje geluk zal het dan zwart op wit blijken dat sommige stokpaardjes toch geen goed idee zijn. Of niet de effecten hebben die men er traditioneel aan toeschrijft. En dan wordt het misschien mogelijk om de hele fiscaliteit met een open geest en zonder (al te veel) politieke taboes te bekijken. En vanuit het besef dat niets voor eeuwig is (zelfs een monument als de Parijse Notre-Dame): ook aan Game of Thrones en de Star Wars-cyclus kwam een einde (ook al doen De Kampioenen dapper voort …).

Veel zal wel afhangen van de timing. Als het rapport snel genoeg verschijnt, kan het misschien nog meegenomen worden in een regeerakkoord. Als het nog lang op zich laat wachten, slinken echter ook de kansen op een echte hervorming.

De hervormers van 1919, die we hoger al eens geciteerd hebben, hadden het ook op een ander punt goed gezien. Veel politici hebben schrik van de kiezer, werd opgemerkt. “Al te dikwijls had men den moed niet hem de waarheid te zeggen.” Hopelijk kan het rapport van de Hoge Raad helpen om daarin verandering te brengen.

 

De bijhorende voetnoten bij dit artikel vindt u hier.

 

Auteur: Koen Janssens

  1368