Wanneer moet een factuur in de btw-aangifte worden opgenomen?

In de praktijk rijzen er toch nog steeds vragen inzake het opstellen en uitreiken van facturen, zeker sinds het in werking treden van de nieuwe Europese facturatieregels op 1 januari 2013. De meest voorkomende praktische vragen werden in het boek “Hoe factureren? De meest gestelde praktijkvragen” samengebundeld en de auteur geeft er een eenvoudig, duidelijk en praktisch bruikbaar antwoord op. Een van de vragen is wanneer een factuur in de btw-aangifte moet worden opgenomen.

 

Antwoord

De btw-plichtige moet iedere maand of elk kwartaal een aangifte indienen, waarin hij o.m. moet vermelden, het bedrag van de door hem en de aan hem verrichte belastbare handelingen, het bedrag van de opeisbare btw, het bedrag van de te verrichten aftrek en het bedrag van de te verrichten herzieningen.

Een handeling moet dus worden opgenomen in de btw-aangifte die betrekking heeft op de periode waarin de btw opeisbaar is geworden (voor uitgaande handelingen) of waarvoor het recht op aftrek van btw is ontstaan (voor inkomende handelingen: het recht op aftrek van de btw in hoofde van de afnemer ontstaat op het ogenblik waarop de btw opeisbaar wordt in hoofde van de leverancier).

Toelichting

Leveringen van goederen

De regels inzake opeisbaarheid van btw geven o.m. aan wanneer een handeling in de btw-aangifte moet worden opgenomen (en wanneer bijgevolg de btw over de handeling moet worden betaald aan de Schatkist of mag worden afgetrokken door de afnemer):

  • Voor de levering van goederen in België vindt het belastbaar feit plaats en is de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. Wordt de prijs of een deel ervan ontvangen vóór het tijdstip waarop de levering wordt verricht, dan wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip van de ontvangst ten belope van het ontvangen bedrag. Merk hierbij op dat de uitreiking van een factuur de btw dus niet (langer) opeisbaar maakt. Deze belangrijke wijziging is geïntroduceerd met ingang van 1 januari 2013. Gelet op de praktische (en systeemtechnische) moeilijkheden die belastingplichtigen ondervinden door het feit dat de btw dus niet meer opeisbaar is op voorschotfacturen (uitgereikt vóór levering of betaling), voorziet de btw-administratie terzake in een overgangsregeling. Leveranciers (voor wat betreft het uitreiken van facturen) en hun klanten (voor wat betreft de uitoefening van het recht op aftrek) mogen tot die datum de oude regeling blijven toepassen. Bijgevolg zullen voorschotfacturen voorlopig nog worden aanvaard als basis voor btw-rapportering en btw-aftrek. Onder deze overgangsregeling kunnen dergelijke voorschotfacturen dan nog wel worden opgenomen in de btw-aangifte die betrekking heeft op het tijdvak waarin deze voorschotfacturen werden uitgereikt. Dit geldt zowel in hoofde van de leverancier/dienstverrichter als voor de koper/ontvanger van de dienst.
  • Voor leveringen van goederen tussen twee belastingplichtigen waarbij de goederen worden vervoerd vanuit België naar een andere lidstaat onder vrijstelling van btw (intracommunautaire leveringen), is de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de factuur wordt uitgereikt. De belasting wordt opeisbaar op de vijftiende dag van de maand, volgend op die waarin het belastbare feit heeft plaatsgevonden, indien geen factuur werd uitgereikt vóór deze datum. Let wel: betalingen, alsook facturen voor een gedeelte van de prijs maken de btw niet opeisbaar in het geval van intracommunautaire leveringen. Facturen (voor de volledige prijs) uitgereikt vóór het belastbaar feit mogen ten vroegste worden gerapporteerd in de btw-aangifte en intracommunautaire listing met betrekking tot de periode waarin het belastbaar feit zich heeft voorgedaan. Hier wordt de factuur dus strikt genomen opgenomen in de btw-aangifte die betrekking heeft op het tijdvak waarop het belastbaar feit zich heeft voorgedaan.

Ten aanzien van de leveringen van roerende goederen door een belastingplichtige die gewoonlijk goederen levert aan particulieren en waarvoor hij niet verplicht is een factuur uit te reiken, wordt de belasting opeisbaar in verhouding tot de ontvangst van de prijs (toepassing van het kasstelsel).

Levering van diensten

Om te beoordelen wanneer dienstverrichtingen in de btw-aangifte moeten worden gerapporteerd (en btw moet worden afgedragen en/of mag worden afgetrokken door de afnemer), is het van belang te weten wanneer een dienst plaatsvindt en wanneer de btw erover opeisbaar wordt:

  • Voor diensten vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de dienst is verricht. Wordt de prijs of een deel ervan ontvangen vóór het tijdstip waarop de dienst is verricht, dan wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip van de ontvangst ten belope van het ontvangen bedrag. Hiertoe moet dan een factuur worden uitgereikt die wordt gerapporteerd in de btw-aangifte die betrekking heeft op het tijdvak waarin de prijs of een deel ervan werd ontvangen.
  • Diensten die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen, worden geacht te zijn verricht bij het verstrijken van elke periode waarop een afrekening of betaling betrekking heeft. De factuur die hiervoor wordt uitgereikt wordt opgenomen in de btw-aangifte die betrekking heeft op het tijdval waarin het belastbaar feit plaatsvond, namelijk het verstrijken van de periode waarop de afrekening of een betaling betrekking heeft.
  • Doorlopende diensten waarvoor de belasting wordt verschuldigd door de ontvanger van de dienst overeenkomstig de B2B-hoofdregel, en die gedurende een periode langer dan één jaar geen aanleiding geven tot afrekeningen of betalingen in die periode, worden geacht te zijn verricht bij het verstrijken van elk kalenderjaar, tot op het ogenblik dat de dienst wordt beëindigd. Deze handelingen worden opgenomen in de btw-aangifte die betrekking heeft op het laatste tijdvak van een kalenderjaar.
  • Ten aanzien van de diensten, verricht door een belastingplichtige die gewoonlijk diensten verricht voor particulieren en waarvoor hij niet verplicht is een factuur uit te reiken, wordt de belasting opeisbaar in verhouding tot de ontvangst van de prijs.

Merk op dat de uitreiking van een factuur de btw niet (langer) opeisbaar maakt. Deze belangrijke wijziging is geïntroduceerd met ingang van 1 januari 2013.

Gelet op de praktische (en systeemtechnische) moeilijkheden die belastingplichtigen ondervinden door het feit dat de btw dus niet meer opeisbaar is op voorschotfacturen (uitgereikt vóór dienst of betaling) voorziet de btw-administratie in een overgangsregeling.

Voorschotfacturen zullen voorlopig nog worden aanvaard als basis voor btw-rapportering en btw-aftrek.

Facturen met betrekking tot diensten onder de B2B-hoofdregel, waarbij de btw wordt verlegd naar de medecontractant en die worden uitgereikt vóór het belastbaar feit, mogen evenwel ten vroegste worden gerapporteerd in de btw-aangifte en intracommunautaire listing met betrekking tot de periode waarin het belastbaar feit zich heeft voorgedaan.

Referenties

  • Artikelen 16, 17, 22 en 22bis van het Btw-wetboek
  • Artikel 53, § 1, 2° van het Btw-wetboek
  • Artikel 2, 1° van het KB nr. 3
  • Beslissing nr. E.T. 123.563 van 19 december 2012

Hoe factureren? De meest gestelde praktijkvragen

Hoe factureren? De meest gestelde praktijkvragen 

De meest gestelde vragen over de factuur beantwoord.

Sven Reynders

Gepubliceerd op 11-06-2013

  935