Voetballen met de fiscus (1): betaalt een voetballer belasting?

Vanavond gaat het WK voetbal van start. Een ideale gelegenheid om de bijzondere fiscale regels voor sportlui eens van naderbij te bekijken. Zo genieten jonge sporters (onder de 26) van een bijzonder tarief en geldt er een aparte regeling voor wie naast zijn hoofdactiviteit nog een ‘centje’ bijverdient op of naast het voetbalveld (als speler, coach of scheidsrechter). En hoe zit het met de Belgen die in het buitenland spelen, of de buitenlanders die bij een Belgische club actief zijn?


Jonge sporters

Jonge sporters zijn sporters tussen de 16 en 26 jaar. Hun loon wordt belast aan een voordelig tarief (slechts 16,5 %) voor zover de bezoldiging voor hun sportactiviteit niet meer bedraagt dan 18.520 EUR (aanslagjaar 2014). We kunnen dus wel met zekerheid zeggen dat de jonge Rode Duivels niet onder dit regime zullen vallen. Wie meer verdient, wordt voor het deel dat de drempel overschrijdt aan het progressieve tarief onderworpen.

Om te bepalen of een speler nog jong is, wordt gekeken naar zijn leeftijd op 1 januari van het aanslagjaar.

Andere sporters

De bezoldiging van andere sporters (wie +26 is en dus niet meer ‘jong’) worden belast aan 33 % (meestal nog altijd een gunstiger tarief dan de progressieve belasting) als zij daarnaast ook uit een andere beroepsactiviteit inkomsten halen. Bovendien moeten de bruto belastbare inkomsten uit de niet-sportactiviteit hoger liggen dan die uit de sportactiviteit. Het bijzonder tarief geldt enkel voor de eerste schijf van 18.520 EUR (aj. 2014). Dit regime geldt in feite dus voor (semi-professionele) sporters die toch een inkomen uit hun sport halen, maar daarnaast ook nog een gewone job uitoefenen. Als het gewone progressieve tarief voordeliger is, wordt dat toegepast.

De regeling geldt ook als de inkomsten uit hun sportactiviteit geen bezoldiging is die ze van hun club krijgen, maar baten die ze als zelfstandige verdienen (wanneer ze geen arbeidsovereenkomst met hun club hebben).
Voetballers als de Rode Duivels die bij topclubs spelen en enkel met hun sport bezig zijn, vallen dus buiten deze regeling.

Ook scheidsrechters en trainers en begeleiders van sportlui vallen trouwens onder deze regeling. 


Belgische spelers in het buitenland

Sporters worden belast in het land waar ze hun sportactiviteit uitoefenen. Die regel vinden we terug in de meeste dubbelbelastingverdragen. Dit zijn verdragen waarin twee staten afspreken wie mag belasten als een inkomen een band heeft met de twee staten.

Voorbeeld

Het loon van een Belg die in Nederland voetbalt, kan zowel een band met België hebben (België belast zijn inwoners op hun wereldwijd inkomen), als met Nederland (het land waar hij actief is, waar dus de bron van het inkomen ligt).

Veel spelers van de Rode Duivels spelen bij buitenlandse topclubs en zullen dus in het land waar ze actief zijn, worden belast.

Sommige sportlui werken met een vennootschap (door hen zelf opgericht) die het loon ontvangt en vervolgens aan de sporter zelf doorstort. Dit wordt ook wel eens een rent-a-star company genoemd. Ook deze inkomsten die niet rechtstreeks aan de sporter worden uitbetaald, worden echter op basis van (de meeste) dubbelbelastingverdragen ook in het land van de activiteit belast.

Buitenlandse spelers in België

De ‘sportieve’ inkomsten van buitenlandse sportbeoefenaars die meer dan dertig dagen per tijdperk van twaalf opeenvolgende maanden actief zijn in België, worden aan het gewoon tarief belast samen met hun eventuele andere Belgische inkomsten. Zij kunnen dus ook gewoon hun werkelijke kosten bewijzen en aftrekken.

Buitenlanders die maximaal dertig dagen in België actief zijn, zijn niet aan de personenbelasting onderworpen. In plaats daarvan wordt er een bevrijdende bedrijfsvoorheffing van 18 % ingehouden op hun brutoloon, verminderd met een forfaitaire aftrek voor reiskosten, verblijfskosten, kosten voor voeding en kleine uitgaven. Zij kunnen er evenwel voor kiezen onder het gewone belastingstelsel te vallen, dat wil zeggen: aan het gewone progressieve tarief belast worden, maar wel met de mogelijkheid de werkelijke beroepskosten af te trekken. In dat geval doen ze afstand van de 18 % bevrijdende voorheffing en worden gewoon belast. Dat heeft natuurlijk enkel zin als het totale gewone tarief zo lager zou uitvallen dan 18 %.


 

Meer weten over sport en fiscaliteit?  U kan uitgebreide informatie terugvinden op monKEY.be, dé online kennislounge voor Tax & Accountancy professionals. U vindt er snel een antwoord op al uw vragen over fiscaliteit, accountancy, audit en vennootschapsleven ...

Nog geen abonnement op monKEY? Test gratis twee weken.

Gepubliceerd op 12-06-2014

  1064