Vlaams regeerakkoord: snoeien in de woonbonus en andere fiscale maatregelen

Eind juli werd het Vlaams regeerakkoord van de regering-Bourgeois voorgesteld. Daarin zitten ook heel wat fiscale maatregelen. Wat het meest in het oog springt, zijn de plannen van de regering met de woonbonus. Vlaanderen is daar sinds de zesde staatshervorming  immers zelf voor bevoegd. Aangezien er bespaard moet worden, zal de regering er in snoeien. Er zijn natuurlijk nog meer fiscale plannen. We zetten ze voor u op een rij.

Woonbonus vermindert voor mensen die vanaf 2015 lening afsluiten

Een hervorming van het systeem van de woonbonus werd al lang aangekondigd. Het huidige systeem is immers niet langer betaalbaar voor de overheid. Een aanpassing drong zich dus wel op.

In de eerste plaats veranderen de regels voor mensen die vanaf begin volgend jaar een lening afsluiten.

Tot voor kort was de woonbonus een aftrekbare besteding, maar om de overheveling naar de gewesten mogelijk te maken werd de woonbonus in een belastingvermindering veranderd. Een aftrekbare besteding wordt afgetrokken van de belastbare basis (het totaal van het inkomen waarop de belasting wordt berekend).  Een belastingvermindering wordt in een latere fase afgetrokken, met name van de berekende verschuldigde belasting. Een belastingvermindering wordt uitgedrukt als een percentage van een bepaald maximumbedrag, bv. de werkelijk gedane uitgaven of een wettelijk vastgelegd maximum in geval van de woonbonus.

Voor wie al een lening heeft lopen wordt voor aanslagjaar 2015 de belastingvermindering berekend op een som van maximaal 3.040 EUR. Dit bedrag bestaat uit een basisbedrag (2.280 EUR) + een verhoging gedurende de eerste tien jaar (760 EUR). Als de belastingplichtige minstens drie kinderen ten laste heeft, komt er een gedurende de eerste tien jaar nog een extra verhoging bij van 80 EUR.

Voor kredieten afgesloten vanaf 1 januari 2015, wordt het maximumbedrag waarop de belastingvermindering wordt berekend, verminderd tot 2.280 EUR. In feite vermindert het voordeel dus met 760 EUR. Na tien jaar wordt dit maximum verder verlaagd tot 1.520. Net zoals in het huidig systeem waarbij men na tien jaar terugvalt op het basisbedrag.

Bovendien wordt voor nieuwe leningen ook de belastingvermindering zelf verlaagd. Tot op heden werd het berekend aan het marginaal tarief  (maximaal 50 % - in functie van het inkomen). Dat wordt nu een vast percentage: 40 % van het maximumbedrag. 

Voor de bestaande leningen is nog niet helemaal duidelijk wat er gaat gebeuren. Het systeem zelf verandert niet. Mogelijk wordt er wel geprutst aan de indexering van de grensbedragen, die nu jaarlijks automatisch plaatsvindt.

Miserietaks wordt opnieuw 1 %

De miserietaks is de officieuze bijnaam die het verdelingsrecht heeft gekregen. Dit zijn de registratierechten die u moet betalen als een woning in onverdeeldheid wordt toebedeeld aan één van de onverdeelde eigenaars, bv. wanneer één erfgenaam het ouderlijk huis verwerft door de andere erfgenamen uit te kopen of wanneer bij een scheiding één van de echtgenoten zijn ex-echtgenoot uitkoopt. U moet dan een percentage van de waarde van het goed als registratierecht betalen.

In 2012 werd dat percentage verhoogd tot 2,50 %. Dat percentage gaat nu weer omlaag naar 1 %.

Voorbeeld

Meneer en mevrouw X bezitten een woning ter waarde van 250.000 EUR. Zij besluiten uit elkaar te gaan. Meneer X koopt zijn ex-echtgenote uit. Momenteel kost hem dat 6.250 EUR, dat zal nu terug zakken tot 2.500 EUR.

Onroerende voorheffing: integratie provinciale opcentiemen in basis

 

De onroerende voorheffing wordt bepaald door het gewest. Bovenop de gewestelijke onroerende voorheffing mogen de provincies en de gemeenten opcentiemen heffen. Zij ontvangen daardoor het leeuwendeel.

Voorbeeld

Meneer Z woont in Vlaanderen. Zijn woning heeft een kadastraal inkomen van 1.200 EUR. Hierop is hij aan het Vlaams Gewest 2,5 % OV verschuldigd = 30 EUR. Op deze som zijn de opcentiemen verschuldigd. Per hypothese rekent zijn gemeente 1.200 % opcentiemen: 30 × 1.200 % = 360 EUR. Ook de provincie Antwerpen rekent nog eens 290 % aan: 30 EUR × 290 % = 87 EUR.

De provinciale opcentiemen worden afgeschaft. Dit levert helaas geen voordeel op, want ze worden geïntegreerd in de basisheffing van het gewest.

Vereenvoudiging successie- en registratierechten

Ten slotte wordt er ingezet op vereenvoudiging van de successie- en registratierechten.

Wat verandert er niet?

Het systeem van de dienstencheques blijft behouden: u krijgt nog steeds een belastingvermindering van 30 % op de werkelijk gedane uitgaven. Maximumbedrag van de uitgave voor aj. 2015 bedraagt 1.400 EUR, wat neerkomt op een maximum voordeel van 420 EUR.

Het verlaagde schenkingsrecht op de schenking van bouwgronden wordt verlengd. Wie zo’n grond geschonken krijgt, moet wel binnen de vijf jaar er een woning op gebouwd hebben en daar zijn hoofdverblijfplaats vestigen.

Gepubliceerd op 24-07-2014

  528