Vijf 'best practices' om de fiscaliteit van uw industriële werktuigen te optimaliseren

De fiscale druk in België is één van de hoogste in Europa. Dit is voor niemand een geheim. In deze bijdrage gaan we in op de fiscaliteit van industrieel materieel. Waarop hebben die zogenaamde industriële belastingen betrekking? Zijn er mogelijkheden voor fiscale optimalisatie? En zo ja, hoe dan?

Wat zijn ‘industriële belastingen’?

‘Industriële belastingen’ omvatten alle heffingen op productiemachines van ondernemingen met een industriële, logistieke of commerciële activiteit (groothandel). De twee belangrijkste belastingen, tevens de hoogste en de meest voorkomende, zijn de onroerende voorheffing op materieel en outillage en de gemeentebelasting op drijfkracht. Er bestaan evenwel talloze andere gemeentebelastingen: de belasting op afvalwater, brandstofpompen, activeringskosten, leegstaande gebouwen, gratis distributie van ongeadresseerd drukwerk, enz.

De onroerende voorheffing op materieel en outillage is gebaseerd op het kadastraal inkomen. Een eerste reeks maatregelen betreft de inventaris van machines en uitrusting. Veel ondernemingen werken hun inventaris van machines en werktuigen niet bij onder het voorwendsel dat ze vrijgesteld zijn. Een correcte inventaris is nochtans dé garantie om de belastingbasis voor het verleden, het heden en de toekomst te optimaliseren.

Hoe optimaliseren: vijf tips

1.     Nieuwe investeringen in overweging nemen

Nieuwe investeringen zijn grotendeels fiscaal vrijgesteld in de verschillende gewesten, dankzij:

  • in het Vlaams Gewest: de zogenaamde drempelwaarde, het in 1998 in Vlaanderen gefixeerde kadastraal inkomen
  • in het Waals Gewest: het ‘Marshallplan’ in Wallonië
  • in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: de opheffing van de onroerende voorheffing op materieel en outillage sinds 1 januari 2017.

In Vlaanderen en Wallonië zijn er naast deze vrijstellingen bovendien een aantal nieuwe investeringen op vlak van materieel en outillage die het bestaande kadastraal inkomen, en bijgevolg ook de voorheffing zelf, verder kunnen verlagen.

2.     Rekening houden met onroerende goederen uit hun aard en door bestemming

De aard van belastbare goederen heeft een invloed op de industriële belastingen: onroerende goederen uit hun aard, zoals betonnen kuipen, vallen uiteraard onder de onroerende voorheffing, maar hetzelfde geldt voor sommige roerende goederen die door bestemming onroerend worden. Het is niet altijd eenvoudig uit te maken wat onroerend is uit zijn aard of door bestemming: wat bijvoorbeeld met een vorkheftruck? Dit hangt af van situatie van het terrein, van het gebouw en van de reële eigendomsrechten. Dit vraagt een analyse van geval tot geval.

3.     Jaarlijks de inventaris bijwerken

Voor een bijgewerkte en degelijke belastingbasis  moet een balans gemaakt worden tussen de nieuwe investeringen, de oude investeringen en de gedane desinvesteringen. Sommige machines zijn fysiek niet langer aanwezig op uw site (verkocht, afgedankt, …) of zijn volledig afgeschreven. Toch blijft u ervoor betalen. Een grondige controle en bijwerking van de inventaris laat toe het kadastraal inkomen significant en duurzaam te verlagen. Dit zal dan weer een positief effect hebben op de fiscaliteit van uw machines en uitrusting.

Om eventuele toekomstige belastingen te anticiperen: een niet-bijgewerkte inventaris houdt risico’s in. Het lijkt ons aannemelijk dat materieel en outillage in de toekomst op een andere manier zal belast worden. Een onderneming kan hierop anticiperen en haar inventaris actualiseren.

4.     Bepaald materiaal dat niet onmiddellijk vrijgesteld lijkt, kan dit zijn onder een aantal voorwaarden

Bepaald materieel is enkel onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld, bijvoorbeeld als het gunstig is voor het milieu. Aangezien die interpretatie niet steeds duidelijk is voor de administratie, is een volledig dossier nodig om de gevraagde vrijstelling te rechtvaardigen. Ook hier is de toepassing niet dezelfde in onze drie gewesten.

5.     Invloed van de conjunctuur op materieel en outillage valoriseren

Ten slotte bestaan er ook belastingverminderingen gebaseerd op gebeurtenissen die de ondernemingsactiviteit beïnvloeden: bijvoorbeeld improductiviteit. Zowel voor de onroerende voorheffing als voor de belasting op drijfkracht kan u een proportionele vermindering van uw belastingen aanvragen, indien u kan bewijzen dat er een zekere improductiviteit is (daling van de vraag, tijdelijke stilstand van de productielijn, …). Dit moet tijdig gebeuren, bij de juiste instanties en met de juiste argumenten.

Algemeen stellen we vast dat onze gewesten op geen enkel van deze vijf punten dezelfde regels hanteren. Ook niet als het gaat om de optimalisatie van het kadastraal inkomen dat, zoals eerder vermeld, federaal is. Er is de wet én de interpretatie door de lokale overheden, die verschilt.

Dat is evenwel een ander debat.

auteur: Marie Deneve, Senior Tax & Legal Consultant | Business Performance Consulting @ Ayming Belgium


 

Gepubliceerd op 03-07-2017

  521