Valentijn: het huwelijkscontract ook fiscaal van belang

Echt romantisch lijkt het niet, een huwelijkscontract afsluiten. Toch kan het juridisch, fiscaal en praktisch van belang zijn. Het huwelijkscontract is immers niet enkel interessant om het eigen vermogen zeker te stellen. Via een huwelijkscontract kunnen ook de rechten van de andere partner (bv. in geval van overlijden van één van de echtgenoten) beschermd worden. We bekijken de mogelijkheden en de fiscale gevolgen van de keuze voor het ene of het andere stelsel. Daarnaast lichten we er enkele veel gebruikte clausules uit huwelijkscontracten uit die successieplanning mogelijk maken.

Waarom een huwelijkscontract afsluiten?

De belangrijkste reden om een huwelijkscontract af te sluiten is het vermijden van het  wettelijk huwelijksvermogensstelsel dat  van toepassing is op al wie geen andere regeling treft via een huwelijkscontract.

In het wettelijk stelsel zijn er drie vermogens: (i) het eigen vermogen van de ene echtgenoot, (ii) het eigen vermogen van de andere echtgenoot en (iii) het gemeenschappelijk vermogen. De wet bepaalt wat er precies als ‘eigen’ en wat er als ‘gemeenschappelijk’ moet worden beschouwd:

  • eigen zijn (a) de goederen die men bezit voor het huwelijk, (b) de goederen die men tijdens het huwelijk verkrijgt via schenking of erfenis, (c) toebehoren van de eigen goederen, (d) pensioenrechten, (e) literaire en artistieke eigendomsrechten en (f) rechten op herstel van morele en lichamelijke schade;
  • gemeenschappelijk zijn (a)  de inkomsten die de echtgenoten halen uit hun beroepsactiviteit na het huwelijk, (b) de inkomsten of ‘vruchten’ van zowel de gemeenschappelijke goederen als de eigen goederen van de beide echtgenoten, (c) de goederen die de echtgenoten samen erven of geschonken krijgen en (d) de goederen waarvan niet bewezen is dat zij aan een van de echtgenoten afzonderlijk toebehoren.

Voorbeeld

Carla heeft voor haar huwelijk met Frederik een appartement gekocht, na het huwelijk verhuist zij naar de woning van Dirk en verhuurt ze haar appartement: het appartement blijft een eigen goed van Carla, de huurinkomsten  zijn gemeenschappelijk.

Frederik erft tijdens het huwelijk een som geld van zijn oma. Hij belegt dit met een mooi rendement. De geërfde som blijft een eigen goed van Frederik, de opbrengsten van de belegging zijn gemeenschappelijk.

Het huwelijkscontract: een waaier aan keuzes

Wie om eender welke reden (bv. één van beide echtgenoten heeft een groot vermogen, één van beide oefent een activiteit uit met een zeker financieel risico) het wettelijk stelsel niet geschikt vindt, kan kiezen voor een andere aanpak via een huwelijkscontract. Er zijn twee grote mogelijkheden: de algemene gemeenschap en het stelsel van de scheiding der goederen. De modaliteiten van het gekozen stelsel kunnen dan verder worden uitgewerkt naar gelang de persoonlijke wensen van de echtgenoten.

Zelden gebruikt: de algemene gemeenschap

Zoals de naam eigenlijk al zegt is er bij de algemene gemeenschap enkel nog sprake van gemeenschappelijke goederen. De echtgenoten brengen dan al hun tegenwoordige en toekomstige goederen in de gemeenschap in. Zelfs goederen die bij erfenis of schenking worden gekregen zijn in dit stelsel gemeenschappelijk. Er bestaan slechts enkele kleine uitzonderingen. Blijven toch eigen: (a) goederen van persoonlijke aard, zoals kledij en juwelen, (b) rechten die uitsluitend aan de persoon verbonden zijn (literaire en artistieke eigendomsrechten, recht op herstel van lichamelijke of morele schade en (c) goederen die geschonken zijn aan één echtgenoot met het expliciete beding dat ze eigen goederen van de begiftigde moeten blijven (bv. een vader schenkt een bedrag aan zijn dochter onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat het geld enkel voor de dochter is en niet voor zijn schoonzoon).

Een huwelijkscontract voor wie dolverliefd is en zijn gezond verstand helemaal niet meer gebruikt ? U mag er het uwe van denken. Het hoeft allicht niet gezegd te worden dat dit type van huwelijksvermogensstelsel nog nauwelijks voorkomt.

Een vaak gekozen stelsel: scheiding van goederen

Tegenover de algemene gemeenschap staat het stelsel van de scheiding van goederen. De reden waarom de meeste echtgenoten een huwelijkscontract afsluiten. Dit stelsel wordt trouwens ook deels wettelijk geregeld in de artikelen 1466 tot 1469 van het Burgerlijk Wetboek.
In dit stelsel bestaan er maar twee vermogens (tegenover drie in het wettelijk stelsel). Er is  het vermogen van de ene echtgenoot en het vermogen van de andere echtgenoot. Er is geen gemeenschappelijk vermogen. Ook alles wat na het huwelijk verworven wordt (bv. beroepsinkomsten), blijft eigen aan de echtgenoten.

Als ze samen een goed verwerven (bv. bij de gezamenlijke aankoop van een woning) zijn ze samen onverdeelde eigenaars. De woning wordt geen gemeenschappelijk goed.

Populaire clausules 1: de ongelijke verdeling van de huwgemeenschap

 

Als één van de echtgenoten overlijdt vallen de eigen goederen van de overledene en de helft van de gemeenschap in de nalatenschap. Daarop moet erfbelasting worden betaald. Het is echter ook mogelijk om (in het huwelijkscontract) het ganse vermogen toe te bedelen aan de langstlevende.

Erfrechtelijk (burgerlijk recht) gevolg hiervan is dat de kinderen (voorlopig) niets erven, zij krijgen de goederen pas als de tweede echtgenoot ook is overleden. De kinderen kunnen hier niets tegen doen. Ze kunnen dus legaal ‘onterfd’ worden.

Successierechtelijk (fiscaal recht) is het complexer. In feite krijgt de langstlevende echtgenoot het ganse vermogen op basis van een overeenkomst, het huwelijkscontract, en niet uit de nalatenschap, waardoor er eigenlijk geen successierechten verschuldigd zijn. Artikel 2.7.1.0.4. VCF (Vlaams Gewest) en artikel 5 van het Wetboek Successierechten (vroeger ook Vlaams Gewest, nu enkel nog Waals Gewest en Brussels Hoofdstedelijk Gewest) steken daar een stokje voor. Deze bepalingen voeren immers een fictie in: alles wat de langstlevende echtgenoot ingevolge een huwelijksovereenkomst krijgt toebedeeld en dat meer dan de helft van de gemeenschappelijk vermogen bedraagt, wordt als een legaat beschouwd. Het wordt fiscaal behandeld alsof hij het via de erfenis heeft gekregen, zodat hij er erfbelasting op zal moeten betalen.

Een bijzonder geval van de ongelijke verdeling van de huwgemeenschap is de sterfhuisclausule. Bij zo’n clausule wordt de gehele gemeenschap aan één van de echtgenoten toebedeeld, ongeacht de wijze van ontbinding van de huwelijksgemeenschap (dat kan dus door het overlijden, maar ook door een echtscheiding). Idee achter deze constructie is dat de deze kan ontsnappen aan de toepassing van de hierboven vermelde fictiebepalingen, die enkel van toepassing zouden zijn als de toebedeling uitdrukkelijk gebeurt aan de langstlevende echtgenoot. Als de ene echtgenoot overlijdt, zal de andere de hele gemeenschap verwerven en kan artikel 2.7.1.0.4. VCF/artikel 5 W.Succ niet worden toegepast, zodat de langstlevende geen erfbelasting betaalt. Op papier klinkt dit allemaal erg mooi. Over deze clausule bestaat er echter heel wat controverse:  zo vindt de Vlaamse Belastingdienst deze clausule fiscaal misbruik, terwijl volgens de rechtspraak de clausule wel toegestaan is. De Vlaamse decreetgever heeft het administratief standpunt nu definitief bevestigd door de tekst van artikel 2.7.1.0.4. aan te passen. Daarmee kan er over de sterfhuisclausule een kruis gezet worden.

Populaire clausules 2: Contractuele erfstelling

Echtgenoten kunnen ook een contractuele erfstelling opnemen in hun huwelijkscontract. Deze clausule zou je ook een schenking van toekomstige goederen kunnen noemen. De ene echtgenoot (de erfsteller) beschikt nu al (in het huwelijkscontract) ten voordele van de andere echtgenoot (de erfgestelde) over de (toekomstige) goederen die deel zullen uitmaken van de nalatenschap op het moment van zijn overlijden. Het verschil met de ongelijke verdeling van de huwgemeenschap, is dat met dit beding de echtgenoot zowel over zijn eigen als over de gemeenschappelijke goederen kan beschikken, terwijl hij bij de ongelijke verdeling van de gemeenschap alleen over de gemeenschappelijke goederen beschikt. Let wel op: hoewel dit ook een ‘schenking’ van toekomstige goederen wordt genoemd, is deze ‘schenking’ niet aan schenkbelasting onderworpen. Dit betekent helaas niet dat er geen belasting verschuldigd zou zijn: de erfsteller beschikt namelijk over goederen uit zijn nalatenschap. Wanneer de clausule uitwerking krijgt (bij overlijden van de erfsteller), krijgt de erfgestelde de goederen en is hij erfbelasting verschuldigd.

Nota bene: het huwelijkscontract en de invorderingsrechten van de fiscus

Het huwelijksvermogensstelsel dat de echtgenoten gekozen hebben is niet enkel fiscaal van belang, maar heeft gevolgen voor de wijze waarop hun schulden worden behandeld. Zo bestaan er in het wettelijk stelsel eigen schulden en gemeenschappelijke schulden (net als de eigen en gemeenschappelijke goederen), terwijl er binnen het stelsel van de scheiding van goederen enkel eigen schulden (en eigen goederen) bestaan.

In principe kan een schuldeiser van één van de echtgenoten enkel het vermogen van zijn schuldenaar ( = de echtgenoot van wie het een eigen schuld is) aanspreken. Een gemeenschappelijke schuld, kan op beide eigen vermogens en op het gemeenschappelijk vermogen worden verhaald.

Voor de fiscus gelden evenwel bijzonder regels. De fiscus is immers niet zomaar een  schuldeiser als alle andere. De wetgever heeft de fiscus ruime invorderingsrechten gegeven. Resultaat is dat hij een persoonlijke belastingschuld van één van de echtgenoten mag invorderen op drie vermogens: (a) het eigen vermogen van ene echtgenoot ( = de schuldenaar), (b) het gemeenschappelijk vermogen van beide echtgenoten en (c) zelfs op het eigen vermogen van de andere echtgenoot ( = die eigenlijk geen schuldenaar van de belastingschuld).

Deze regels gelden ongeacht het huwelijksvermogensstelsel dat de echtgenoten hebben gekozen. Dus ook als ze getrouwd zijn met scheiding van goederen. De andere echtgenoot kan er enkel aan ontsnappen als hij/zij bewijst dat de fiscale schuld eigen is aan de ene echtgenoot en niet aan hem/haar en dat de goederen waarop de fiscus de belasting wil verhalen, eigen zijn aan hem (en niet aan de echtgenoot-schuldenaar).

Nood aan meer informatie? Dan kan u altijd monKEY consulteren of de Successierekenaar van Wolters Kluwer, waarmee u schenkings- en successierechten kan berekenen.

Gepubliceerd op 11-02-2016

  380