U krijgt te weinig nettoloon, ook in 2014

Gezocht, fiscale fairplay

Beeld u in. U koopt vandaag tijdens de solden iets met een fikse korting. Wat zou u ervan vinden mocht u aan de kassa te horen krijgen dat u voorlopig nog even de volle prijs betaalt, en u de prijsverlaging later terugbetaald krijgt? En wel zo’n twee jaar later. U verklaart die winkelier voor gek. En toch overkomt u dit iedere maand, al elf jaar lang.

Hoe onwaarschijnlijk het mag klinken, de laatste belastinghervorming deed een aantal ernstige inspanningen om de belasting op arbeid vanaf 2004 te verlagen. Zo werden naast de afschaffing van de hoogste belastingtarieven, de tarieven van 40% en 45% pas toegepast vanaf hogere inkomensschijven. En kregen gehuwden en wettelijk samenwonenden dezelfde hogere belastingvrijstelling op hun inkomsten als alleenstaanden. Maar om door die budgettair zure appel heen te bijten besliste de toenmalige regering om de belastingverlaging uit die twee maatregelen voorlopig niet door te rekenen in de bedrijfsvoorheffing. Die voorheffing is het belastingvoorschot dat een werkgever verplicht moet inhouden op het loon dat hij betaalt aan zijn werknemer. Het te veel ingehouden bedrag werd pas jaren later terugbetaald, bij de eindafrekening in het aanslagbiljet. Het opzet was om die onkiese praktijk slechts een paar jaar vol te houden omdat de toenmalige regering ook besefte dat het nettoloon van arbeiders, bedienden en ambtenaren hierdoor op een unfaire manier werd afgeroomd. Bovendien had het Grondwettelijk Hof tien jaar eerder al in duidelijke bewoordingen laten verstaan dat de bedrijfsvoorheffing zo nauw mogelijk moet aansluiten bij de uiteindelijk verschuldigde belasting.

Helaas, een paar jaar werd een decennium. Want voor de elfde keer op rij besliste de regering vorige maand om voor de inhouding van de bedrijfsvoorheffing nog altijd de foute en te dure belastingschalen te gebruiken. Dus ook voor de berekening van de nettolonen van 2014. En is het niet ironisch dat net de politieke partij die zich elf jaar geleden de grootste criticaster toonde van deze 'wanpraktijk', de minister van Financiën mag leveren om die praktijk vandaag nog in stand te houden?  

Wettelijk bent u in 2014 pas 40% belasting verschuldigd op uw inkomen boven 12.360 euro. Dat wordt 45% vanaf 20.600 euro inkomen. Niet zo voor de bedrijfsvoorheffing. Die houdt nog steeds geen rekening met de sinds 2004 wettelijk vastgelegde belastingschaal. Een werkgever moet immers al 40% voorheffing inhouden vanaf een inkomen van 11.800 euro en 45% zodra amper 17.100 euro inkomen wordt bereikt. Verder stelt de wet de eerste 7.070 euro inkomen vrij van belasting, voor iedereen. Niet zo voor de bedrijfsvoorheffing. Die houdt bij gehuwden en wettelijk samenwonenden slechts rekening met een vrijgesteld inkomen van 6.010 euro. Ook de belastingvermindering voor kinderen wordt in de bedrijfsvoorheffing onvoldoende doorgerekend. Hierdoor komt het bedrag van de in 2014 kunstmatig te veel ingehouden bedrijfsvoorheffing uit op 1.113 euro per jaar voor een gehuwd koppel met twee inkomens en twee kinderen. Dat gezin ontvangt zo maandelijks 93 euro nettoloon te weinig. Gewoon omdat de regering na al die jaren 'om budgettaire redenen' halsstarrig blijft weigeren de wettelijke schalen en vrijstellingen te respecteren. En bovendien neemt de kloof tussen de werkelijk verschuldigde belasting en de bedrijfsvoorheffing ieder jaar toe wegens de indexatie van de fiscale bedragen. Terwijl de werkelijke belasting de globale voorheffing nog ruimschoots overtrof vóór 2004, is dat sindsdien net omgekeerd en betaalt de fiscus via de belastingaanslag jaarlijks gemiddeld twee miljard euro terug aan de belastingbetaler, waarvan minstens de helft moet worden toegeschreven louter en alleen aan het niet doorrekenen van de wettelijke schalen en vrijstelling in de bedrijfsvoorheffing.

Twee argumenten worden ieder jaar opnieuw aangereikt om dit gebrek aan fiscale fairplay te vergoelijken: "De bedrijfsvoorheffing kan onmogelijk perfect de werkelijke belasting matchen". Dat is juist. Een voorheffing is maar een voorschot en kan geen rekening houden met individuele belastingvoordelen voor bv. kinderopvang, een hypothecaire lening of dienstencheques. Dat is ook de reden waarom de globale voorheffing structureel de werkelijke belasting overschrijdt. Maar het is absoluut geen excuus om dat verschil nog eens met één miljard euro extra te laten oplopen door een in het verleden goedgekeurde en gestemde belastinghervorming nog steeds niet volledig door te rekenen in de bedrijfsvoorheffing.
"Ach, wat vandaag te veel wordt ingehouden, wordt morgen toch terugbetaald?", luidt dan een tweede argument. Klopt, maar die terugbetaling gebeurt uiteraard renteloos. In feite leent de Staat continu, gratis en ongevraagd  één miljard euro bij haar burgers. Bereken daar maar eens het gecumuleerde intrestverlies op, gedurende elf jaar.

Het is vreemd dat een overheid die voor de inning van belastinginkomsten afhankelijk is van de burgerzin van haar belastingbetalers, zelf een loopje neemt met de fiscale fairplay. Het zag er nochtans goed uit om het vanaf 2014, verkiezingsjaar, over een andere boeg te gooien. Wie voelt er niet voor een maandelijkse koopkrachtverhoging van 93 euro? En mogelijk creëerde de budgettaire meevaller van de laatste fiscale regularisatie de nodige ruimte om de bedrijfsvoorheffing eindelijk correct te berekenen? Niet dus.

(Jef Wellens, Trends, 9 januari 2014)

Gepubliceerd op 14-01-2014

  436