Terug naar school na een maandje vakantiewerk: fiscale gevolgen voor ouders en kinderen

De vakantie zit er voor scholieren weeral op, terwijl studenten nog een paar weken voor de boeg hebben. Vele onder hen hebben de afgelopen maanden van hun vrije tijd zeker gebruik gemaakt om een centje bij te verdienen. Dat kan fiscaal zowel gevolgen voor henzelf, als voor hun ouders. Wij brengen de gevolgen nog eens kort in herinnering.

Gevolgen voor de jobstudent

Als wie een inkomen verwerft, moet dat aangeven. Ook studenten. Deze verplichting staat los van de vraag of de student uiteindelijk belasting zal moeten betalen op zijn inkomsten. De aangifteplicht geldt niet enkel voor de inkomsten uit studentenarbeid (de verdiensten van het vakantiewerk en wat een student tijdens het jaar verdient met een studentenjob), maar ook voor de andere inkomsten die de jongere verwerft, bv. onderhoudsuitkeringen (die worden gezien als persoonlijke inkomsten van het kind).

Een student is voor zijn inkomsten, net als ieder ander, aan de personenbelasting onderworpen. Meestal zal hij echter aan het effectief betalen van belasting ontsnappen. De meeste studenten zullen immers met hetgeen ze verdienen onder de belastingvrije som vallen. Voor het loon dat een student in de loop  van 2011 verdient, bedraagt deze belastingvrije som 7.130,00 EUR (de verhoogde belastingvrije som voor wie een inkomen onder de 26.510,00 EUR heeft, bedraagt 7.420,00 EUR). Wie meer verdient, betaalt wel belasting.

Gevolgen voor de ouders

Wie kinderen ten laste heeft, heeft recht op een verhoogde belastingvrije som. Wie kinderen heeft, weet meestal ook dat een kind niet meer ten laste is als het teveel verdient. Of fiscaal gezegd, als de eigen netto bestaansmiddelen van het kind een bepaalde drempel overschrijden.

De belastingvrije som wordt hoger naarmate de belastingplichtige ouder meer kinderen ten laste heeft:

  • één kind: 1.520,00 EUR
  • twee kinderen: 3.900,00 EUR
  • drie kinderen: 8.740,00 EUR
  • vier kinderen: 14.140,00 EUR
  • supplement per kind boven het vierde: 5.400,00 EUR

Ouders hebben natuurlijk maar een kind ten laste voor zover het zelf niet voor zichzelf kan instaan. Van zodra het kind te veel verdient, omdat het eigen bestaansmiddelen heeft, is het niet langer ten laste. Het begrip ‘bestaansmiddelen’ is een zeer ruim begrip: het omvat natuurlijk het loon van de student, maar ook inkomsten van onroerende goederen die hij/zij bezit, roerende inkomsten  en onderhoudsuitkeringen die hij/zij ontvangt.

Naar gelang de situatie, varieert het bedrag aan bestaansmiddelen die de jongere mag verwerven, voor hij  niet langer ten laste is. Voor aanslagjaar 2017 (inkomsten uit 2016) zijn dat:

  • als de ouders samen belast worden 3.140,00 EUR;
  • als de ouders als alleenstaande worden belast : 4.530,00 EUR;
  • als de ouders als alleenstaande worden belast en de student is gehandicapt : 5.750,00 EUR.

Wie naar deze cijfers kijkt, zou tot de conclusie kunnen komen dat een student niet zoveel mag verdienen. Dat klopt echter niet helemaal. Om te bepalen of deze drempels zijn overschreden, wordt met een aantal bedragen geen rekening gehouden. Namelijk:

  • de eerste schijf van 2.610,00 EUR van het loon dat de student ontvangt in uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst;
  • de eerste schijf van 3.140,00 EUR van de onderhoudsuitkeringen die hij/zij ontvangt;
  • wettelijke kinderbijslag, enz.

Bovendien mag een student ook beroepskosten aftrekken van zijn inkomen.

Pas wel op: een student is zeker niet meer ten laste als…

Buiten de gevallen die hierboven werden uiteengezet (de student heeft te veel eigen bestaansmiddelen) zijn er nog twee gevallen waarin hij/zij niet meer ten laste is :

  • de student maakt niet langer deel uit van hetzelfde gezin: daarvoor wordt er gekeken naar de toestand op 1 januari van het aanslagjaar. Dus enkel wie op 1 januari 2017 deel uitmaakt van het gezin kan ten laste zijn. Ter verduidelijking het is niet absoluut noodzakelijk dat de student in hetzelfde huis woont: een student die op kot zit of een via een uitwisselingsprogramma (bv. Erasmus) een tijdje in het buitenland verblijft/studeert, is nog steeds lid van het gezin;
  • de student oefent een studentenjob uit in de onderneming van de ouders en wordt door hen betaald. Het loon van het kind is als beroepskost aftrekbaar, maar het kind is niet langer ten laste.

 monKEY_new  Meer informatie vindt u in de module Personenbelasting op monKEY.be 

Gepubliceerd op 31-08-2016

  380