Tax shelter uitgebreid tot podiumkunsten

De tax shelter is niet langer voorbehouden voor wie wil investeren in films en televisiereeksen. Sinds 1 februari 2017 kunnen ook investeerders in podiumproducties van het fiscale voordeel genieten. Daarmee is er voor de derde keer in twee jaar tijd een ingrijpende wijziging in het tax shelter-regime doorgevoerd. Voor wie niet meer helemaal mee is, gaan we nog eens in vogelvlucht over de regels.

 

Tax shelter van audiovisuele werken…

 

De tax shelter ten gunste van de audiovisuele productie werd in 2002 ingevoerd om investeringen in Belgische films en televisiereeksen aan te moedigen. In de dertien jaar sinds de invoering werd er regelmatig aan de regels gesleuteld. De grootste wijziging kwam er in 2015, anderhalf jaar later, in juli 2016, werden de nieuwe regels verder bijgesteld.

 

In eerste instantie was de maatregel voor vennootschappen die investeerden in ‘audiovisuele werken’ die erkend zijn door de Vlaamse, Waalse of Duitstalige Gemeenschap in België, als Europees werk (in de zin van de Europese richtlijn ‘audiovisuele mediadiensten).

 

Bedoelde erkende Europese audiovisuele werken zijn:

 

  • bioscoopfilms (fictie, documentaire of animatie);
  • kortfilms (geen reclamefilms);
  • televisiefilms (al dan niet opgedeeld in afleveringen);
  • animatieseries, kinder- en jeugdreeksen;
  • documentaires voor televisie.

 

De stijging van het aantal Belgische films dat werd geproduceerd in de laatste tien jaar toont het succes van de tax shelter aan.

 

 … tot podiumproducties

 

Sinds 1 februari 2017 is de tax shelter uitgebreid tot vennootschappen die investeren in podiumproducties. Net zoals bij de audiovisuele werken moet de productie door de bevoegde Gemeenschap erkend worden als een Europees podiumwerk.

 

Komen in aanmerking:

 

  • theater;
  • circus;
  • straattheater;
  • opera;
  • klassieke muziek;
  • dans;
  • muziektheater;
  • musicals;
  • ballet.

 

Tax shelter van het sluiten van een raamovereenkomst …

 

Alles begint met het afsluiten van een ‘raamovereenkomst’ voor de productie van een audiovisueel werk. Bij deze overeenkomst zijn twee partijen betrokken: (1) de investerende vennootschap die een fiscaal voordeel krijgt en (2) de productievennootschap die financiering krijgt van de investeerder om de film, televisieserie, theaterproductie te realiseren.

 

De investeerder engageert zich om een som over te maken waarmee er een audiovisueel werk kan worden geproduceerd. De productiemaatschappij engageert zich dan weer om het werk te realiseren.  De investeerder krijgt dankzij de investering een fiscaal voordeel (een deel van zijn winst wordt vrijgesteld), maar  mag geen (on)rechtstreekse rechten in het audiovisueel werk krijgen of bezitten.

 

Binnen de maand volgend op de ondertekening moet deze overeenkomst aangemeld worden bij de FOD Financiën.

 

… tot het tax shelter-attest

 

Op het einde van de rit krijgt de investeerder een tax shelter-attest die wordt uitgereikt door de productievennootschap. Het fiscale voordeel (een vrijstelling) wordt bepaald in functie van dit attest. De grootte van het uiteindelijke fiscale voordeel is immers gelijk aan 150 % van de fiscale waarde van het tax shelter-attest. De waarde daarvan hangt dan weer af van de productiekosten die rechtstreeks verbonden zijn met de productie van het werk. De fiscale waarde = 70 % van de rechtstreekse productiekosten, met een maximum van tien negende van de in België gedane kosten binnen een periode van ten hoogste 18 maanden na de ondertekening van de raamovereenkomst.

 

Als het totaal van de in België gedane uitgaven die rechtstreeks verbonden zijn met de productie lager is dan 70 % van de totale productiekosten die in België zijn gedaan, wordt de fiscale waarde van het attest proportioneel verminderd.

 

Tax shelter van voorlopige vrijstelling …

 

De investeerder kan een deel van zijn belastbare winst vrijstellen. De vrijstelling is gelijk aan 150 % van de fiscale waarde van het tax shelter-attest.

 

Bij het ondertekenen van de raamovereenkomst is de waarde van het tax shelter-attest natuurlijk nog niet gekend. De productie weet nog niet welke productiekosten zullen worden gemaakt. De investeerder krijgt dan eerst ook slechts een voorlopige vrijstelling. Die bedraagt 310 % van de sommen die hij belooft te storten binnen de drie maanden na de ondertekening van de overeenkomst. De voorlopige vrijstelling mag evenwel niet hoger zijn dan uiteindelijk verwachte maximale vrijstelling (150 % van de uiteindelijk verwachte fiscale waarde van het tax shelter-attest).

 

De vrijstelling wordt hoe dan ook beperkt tot:

 

  • 50 % van de belastbare gereserveerde winst van het belastbare tijdperk vóór samenstelling van de vrijgestelde reserve;
  • en tot een absoluut maximum van 750.000 EUR.

 

Als er voor een bepaald belastbaar tijdperk onvoldoende winsten zijn om de sommen ter uitvoering van de raamovereenkomst te kunnen aanwenden, kan de niet-gebruikte vrijstelling worden overgedragen naar de volgende jaren.

 

… tot definitieve vrijstelling

 

Wanneer het tax shelter-attest effectief wordt afgeleverd, wordt de vrijstelling definitief. De investerende vennootschap kan de vrijgestelde reserves dan overboeken naar de beschikbare reserves.
Anderzijds kan de investerende vennootschap de voorlopige vrijstelling ook nog verliezen als de voorwaarden niet worden nageleefd of als ze op 31 december van het vierde jaar volgend op het jaar van ondertekening van de raamovereenkomst het tax shelter-attest niet heeft ontvangen. In die gevallen wordt de voorlopig vrijgestelde winst alsnog belast.

 


 boektaxshelter 

Veel meer over de regels van de tax shelter vindt u in het boek De tax shelter ten gunste van de audiovisuele productie  van Rolf Declerck. In het boek worden de verschillende wetswijzigingen besproken. Daarnaast heeft de auteur ook de nodige aandacht voor de CBN-adviezen over de boekhoudkundige verwerking van de tax shelter.

 

Gepubliceerd op 28-02-2017

  703