Staatshervorming versterkt fiscale inkomensval

De wegen van onze fiscale wetgever zijn ondoorgrondelijk en leiden soms tot bizarre, vaak onaangename verrassingen. Zeker als je een pensioen of een vervangingsinkomen combineert met een ander inkomen, zoals het kadastraal inkomen van een lapje grond, een onderhoudsuitkering of een kleine bezoldiging.

Zo betaalt een gepensioneerde met een pensioen van 15.500 euro in 2014 geen belasting. Zijn pensioen wordt immers vrijgesteld. Kreeg hij boven op dat pensioen nog een bescheiden onderhoudsuitkering van 150 euro, dan betaalt hij plots 866 euro belasting.

Hetzelfde effect zien we wanneer dat pensioen het overlevingspensioen is van een weduwe, en ze beschikt nog over een perceeltje grond met een kadastraal inkomen van 10 euro. Zonder die grond betaalt de weduwe geen belasting. Maar houdt de fiscus ook rekening met die luttele 10 euro extra inkomen, dan loopt haar belastingfactuur op tot 807 euro.

En het kan nog erger. Een werkloze met een uitkering van 17.000 euro volgde een beroepsopleiding. Als aanmoediging ontving hij daarvoor een belastbare premie van 50 euro, waarvoor een loonfiche werd
opgesteld. Zonder die opleiding betaalt hij geen belasting. Met de opleiding betaalt hij liefst 1465 euro belasting. De gratis opleiding kost hem dus meer dan 1400 euro. Of een belastingaanslag van 2930 procent!

Vervangingsinkomsten en pensioenen zijn in België tot een bepaald grensbedrag belastingvrij. Maar zodra er naast dat inkomen nog een ander soort belastbaar inkomen is, hoe klein ook, wordt die vrijstelling niet meer toegepast en valt men terug op de gewone belastingvermindering voor vervangingsinkomsten en pensioenen. Het probleem is dat die belastingvermindering niet naadloos aansluit op de belastingvrijstelling. En dat leidt tot zulke absurde neveneffecten. Bovendien werd de kloof tussen
vermindering en vrijstelling in 2014 breder. De eerste wordt niet meer geïndexeerd, de tweede is dat voor 2014 nog wel.

Die fiscale inkomensval bestaat al decennia en wordt met de regelmaat van de klok aangekaart bij de minister van Financiën. Een laatste keer gebeurde dat eind januari. Net als zijn voorganger erkent de minister het probleem: “Ik hoop dat nieuwe structurele maatregelen en hervormingen dat zullen verhelpen”, stelt hij, even ‘hoopvol’ als zijn voorganger. En toch maakt men maar beter een einde aan dit euvel. Het treft vaak mensen voor wie 500 euro meer of minder een wereld van verschil maakt.

Een oplossing ligt voor de hand. Het volstaat het principe dat iemand nooit meer extra belasting kan betalen dan het extra inkomen dat hij ontvangt, door te trekken naar alle situaties waarin een pensioen of vervangingsinkomen wordt gecombineerd met een ander inkomen. Bovendien is het probleem acuter dan ooit. De zesde staatshervorming versterkt de fiscale inkomensval immers nog voor gepensioneerden die behalve over hun woning nog over een ander onroerend goed beschikken, zoals een lapje grond of een tweede woning.

Neem de weduwe uit het voorbeeld van daarnet, met een pensioenvan 15.500 euro en een lapje grond met een kadastraal inkomen van 10 euro. Na indexatie geeft dat een belastbaar onroerend inkomen van 17 euro. In het verleden kon ze nog aan de extra belasting van 807 euro ontsnappen als ze intresten betaalde voor haar eigen woning, bijvoorbeeld dankzij een kleine verbouwingslening. Die lening hoeft niet hypothecair te zijn. Vóór de staatshervorming werden de intresten afgetrokken van het kadastraal inkomen van de grond. Betaalde de weduwe dus minstens 17 euro intresten, dan werd dat geïndexeerde kadastraal inkomen van 17 euro tot nul herleid en betaalde ze geen belasting. Ze beschikte dan immers uitsluitend over haar pensioen.

Na de staatshervorming is de aftrek van intresten die worden betaald voor de eigen woning, vervangen door een Vlaamse, Waalse of Brusselse belastingvermindering. Gevolg: het kadastraal inkomen wordt niet langer tot nul herleid. Een vermindering wordt aangerekend op belasting en niet op inkomen. De weduwe beschikt dus, naast haar pensioen, nu ook altijd over een bijkomend onroerend inkomen. En daardoor betaalt ze, in plaats van geen belasting, voortaan 800 euro belasting. Met dank aan de staatshervorming.

(Jef Wellens, Trends, 7 mei 2015).

Gepubliceerd op 20-05-2015

  225