Pensioensparen bis

Gepubliceerd op 28-08-2018

Dit najaar zullen meer dan 2 miljoen Belgen opnieuw hun pensioenspaarrekening of -verzekering spekken. Maar de hamvraag is niet langer ‘wel of niet sparen’, maar wel ‘welke spaarformule’? De pensioenspaarder heeft dit jaar voor het eerst de keuze uit twee spaarformules, de oude waarin hij maximaal 960 euro kan storten met een belastingvermindering van 30 procent of de nieuwe formule met een hogere maximumstorting van 1230 euro, maar met een vermindering van slechts 25 procent. Een betaling in de oude formule van 960 euro levert 288 euro fiscaal voordeel op. Betaalt men 1230 euro in de nieuwe formule, dan bedraagt het voordeel 307,50 euro. Met een extra storting van 270 euro geniet je zo slechts 19,50 euro meer belastingvermindering. Betaal je in de nieuwe spaarformule 1152 euro, dan heb je exact hetzelfde fiscale voordeel als meteen betaling van 960 euro in de oude, namelijk 288 euro. Waarom zou je dan 1152 euro betalen? Omdat je in dat geval iets meer pensioenkapitaal opbouwt.

Dat is ook de reden waarom de nieuwe formule werd ingevoerd: de spaarder de mogelijkheid geven een hoger aanvullend pensioen op te bouwen. Dat had ook gekund door simpelweg de maximale fiscale storting te verhogen. Maar omdat het overheidsbudget beperkt is, werd beslist een verhoging van het maximumbedrag enkel toe te staan in ruil voor een lager fiscaal voordeel. Vandaar dus een tweede spaarformule. Betaal je meer dan 960 euro, dan valt de belastingvermindering terug van 30 op 25 procent voor de volledige storting. Met betalingen tussen 960 en 1152 euro zit je dus in de gevarenzone en moet je opletten. Het fiscaal voordeel ligt in dat geval lager dan in de oude formule. Wie bijvoorbeeld 1000 euro stort, geniet een belastingvermindering van 250 euro, in plaats van 288 euro bij een storting van 960 euro. Die gevarenzone is al meermaals omschreven als een fiscale valkuil. Maar volgens de minister van Financiën is dat volledig onterecht, aangezien hij strenge veiligheidsmechanismen in de wet heeft laten inbouwen om te beletten dat spaarders in de val zouden lopen. Of met andere woorden, de val is er wel degelijk, maar er worden meerdere gevarendriehoeken voor geplaatst.

U kunt ze zelf uittesten. Probeert u dit jaar maar eens meer te storten dan 960 euro. Uw pensioenspaarinstelling moet u dan waarschuwen, of u wel beseft waar u mee bezig bent – 30 procent fiscaal voordeel laten schieten voor 25 procent – en zo ja, of u uw keuze voor die tweede spaarformule uitdrukkelijk wilt bevestigen. Negeert u dat verzoek van uw bank of verzekeraar, dan moet die het betaalde bedrag boven 960 euro spontaan en kosteloos terugstorten. De spaarinstelling mag zonder uw uitdrukkelijke toestemming geen storting aanvaarden hoger dan 960 euro. En die toestemming moet ieder jaar opnieuw worden gevraagd én gegeven, want het staat de spaarder vrij jaarlijks te switchen van spaarformule. Bovendien zal de bank of verzekeraar u er ieder jaar opnieuw op moeten wijzen wat de gevolgen zijn van uw keuze om meer te storten dan 960 euro. Wat een gedoe.

Extra veiligheidsmechanismen brengen extra administratieve rompslomp mee. Banken en verzekeraars hebben intussen hun informaticasystemen aangepast. Wat opvalt is dat heel wat pensioenspaarinstellingen, om praktische redenen, een betaling hoger dan 960 euro gewoon niet toelaten zonder dat de spaarder voorafgaandelijk zijn keuze voor de nieuwe spaarformule heeft bevestigd. Op die manier worden latere terugbetalingen vermeden.

Of hoe een eenvoudige en voor iedere belastingbetaler begrijpelijke belastingvermindering als pensioensparen nu vertimmerd is tot een warrig en ambigu stelsel, passend voor onze complexe personenbelasting. Waarom eenvoudig als het ook ingewikkeld kan?

 Jef Wellens, Trends

Meer weten? Schrijf nu in op de Actuaclub Fiscaliteit van Fiscaal Informatief

  536