Ook een vzw kan aan vennootschapsbelasting onderworpen worden

Op het eerste zicht zou men denken dat een vzw aan de rechtspersonenbelasting is onderworpen. Een vzw heeft immers geen winstoogmerk. Toch moet dat genuanceerd worden. Een vzw kan wel degelijk belastbaar zijn in de vennootschapsbelasting en moet aan bepaalde voorwaarden voldoen om onder de rechtspersonenbelasting te vallen.

Het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting

In het WIB 1992 wordt onder ‘vennootschap’ begrepen enigerlei vennootschap, vereniging, inrichting of instelling die regelmatig is opgericht, rechtspersoonlijkheid bezit en een onderneming exploiteert of zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard. De binnenlandse vennootschappen (die in België hun maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur hebben) zijn aan de vennootschapsbelasting onderworpen.

Uit de zinsnede «enigerlei vennootschap, vereniging, …» blijkt het al: niet enkel wat wij klassiek als een vennootschap beschouwen (BVBA, NV, CVBA, …) valt onder het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting. Ook verenigingen (vzw’s) kunnen onder de VenB vallen.

Toch zijn er heel wat rechtspersonen (bv. vzw’s) die hoewel ze in principe onder het toepassingsgebied van de VenB vallen (bv. omdat ze zich bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard), door de wet expliciet worden uitgesloten. Het gaat om (1) publiekrechtelijke rechtspersonen, (2) rechtspersonen die zijn vrijgesteld omwille van het specifieke domein waarin ze actief zijn en ten slotte (3) rechtspersonen die enkel bepaalde toegelaten verrichtingen uitoefenen.

Publiekrechtelijke rechtspersonen

Heel wat publiekrechtelijke rechtspersonen worden door de wet expliciet onder het toepassingsgebeid van de RPB gebracht, hoewel ze wel degelijk verrichtingen van winstgevende aard uitoefenen (o.a. intercommunales, De Lijn, TEC en MIVB).

Vrijgestelde rechtspersonen

Ook vzw’s die ‘hoofdzakelijk of uitsluitend’ in enkele specifieke sectoren actief zijn, worden van de VenB vrijgesteld. Het gaat om de volgende sectoren:

  • het bestuderen, beschermen en bevorderen van de (inter)professionele belangen van hun leden;
  • het verstrekken en steunen van onderwijs;
  • het organiseren van handelsbeurzen;
  • werken als sociaal secretariaat;
  • gezins- en bejaardenhulp.

Hoe moet de term ‘hoofdzakelijk of uitsluitend’ geïnterpreteerd worden? Daarvoor wordt gekeken naar de verhouding tussen de inkomsten die de vzw haalt uit haar vrijgestelde maatschappelijke doel en de inkomsten die de vzw haalt uit andere (winstgevende activiteiten). Zolang de inkomsten uit het maatschappelijke doel het leeuwendeel van de inkomsten uitmaken is het oké.

Deze vrijstelling van de VenB (en onderworpenheid aan de RPB) geldt enkel voor rechtspersonen die de vorm van een vzw hebben aangenomen. Natuurlijk kunnen deze activiteiten (organiseren van beurzen, lessen en cursussen inrichten, bejaardenhulp verstrekken) ook door een vennootschap (BVBA, NV, CVBA) uitgeoefend worden. Zij blijven natuurlijk wel aan de vennootschapsbelasting onderworpen.

Toegelaten verrichtingen

Ten slotte zijn er de vzw’s die zich bezighouden met verrichtingen die in feite van winstgevende aard zijn, maar die door de wet niet als verrichtingen van winstgevende aard worden beschouwd. Die noemt men ook wel ‘toegelaten verrichtingen’. Ook hier gaat het steeds weer over vzw’s (en andere rechtspersonen zonder winstoogmerk) die deze activiteiten ontwikkelen. Vennootschappen die zich hiermee bezighouden worden wel belast in de vennootschapsbelasting.

Alleenstaande of uitzonderlijke verrichtingen zijn activiteiten die slechts af en toe worden georganiseerd. Ze vormen geen echte ‘bezigheid’ van de vzw. Bv. een school die een quiz organiseert, de jaarlijkse mosselsouper van de fanfare, een jeugdbeweging die een wafelenbak doet, …

Ook verrichtingen die bestaan in het beleggen van fondsen ingezameld in het kader van de statutaire opdracht worden toegelaten. Het gaat om alle roerende en onroerende beleggingsverrichtingen door bv. pensioenfondsen (die de vorm van een vzw hebben).

Het is een vzw ook toegestaan om bijkomstige verrichtingen uit te oefenen, als de inkomsten uit die activiteiten noodzakelijk zijn om het ideële, maatschappelijk doel van de vereniging te realiseren. Bv. het uitgeven van een tijdschrift dat het culturele doel van de vzw promoot (zelfs met reclame), het uitbaten van een kantine door een sportclub, … De nevenactiviteit mag winstgevend zijn, maar moet vooral bijkomstig zijn. Dit wil zeggen dat de mensen en middelen die worden ingezet voor de onbaatzuchtige (hoofd)activiteit, belangrijker moeten zijn dan mensen en middelen ingezet voor de bijkomstige activiteit (kwantitatieve beoordeling).

Ten slotte zijn ook verrichtingen toegelaten die niet volgens handels- of nijverheidsmethoden wordt uitgevoerd. Met andere woorden de vzw mag niet (te) professioneel/commercieel werken. Dat wordt onder meer beoordeeld aan de hand van het ingezette personeel, de manier waarop de vzw klanten werft, de reclame die wordt gemaakt, hoe de financiering ineenzit.

Enkele voorbeelden

Een vzw die een Oxfam-wereldwinkel uitbaat is niet aan de VenB onderworpen: de vzw verkoopt weliswaar handelsgoederen, maar deze activiteit is slechts bijkomstig aan de hoofdactiviteit: stoppen van uitbuiting van mensen in de derdewereld, bewustwording creëren, …

Een vzw heeft de promotie van de paardenfokkerij tot doel. Elk jaar organiseert ze één paardenrace. Deze vzw is wel aan de VenB onderworpen aangezien (i) de vzw werkt volgens handelsmethoden, (ii) hoewel de race slechts eenmaal per jaar plaatsvindt, de organisatie van de race een volledig jaar in beslag neemt en (iii) daardoor moet worden geoordeeld dat de race organiseren de werkelijke hoofdactiviteit van de vzw is.

Een vzw wordt aan de VenB onderworpen als ze de kantine van een sportclub uitbaat en hiermee een belangrijke omzet realiseert, vooral nu de cafetaria toegankelijk is voor het publiek en niet enkel voor leden van de sportclub en hun supporters en alle dagen geopend is, ook op dagen dat er geen sportactiviteiten plaatsvinden.

Fiscaal Compendium – Vennootschapsbelasting In het boek Vennootschapsbelasting uit de reeks Fiscaal Compendium leidt auteur Yves Verdingh  u door het complexe doolhof van de vennootschapsbelasting: van het toepassingsgebied over de vaststelling van de nettowinsten, de verworpen uitgaven en de beroepskosten tot de ‘negen bewerkingen’.  Dankzij de vele verwijzingen naar wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, rulings en administratieve commentaren is dit werk een uitstekend vertrekpunt voor wie er meer over wil weten. 


 

Gepubliceerd op 28-10-2014

  664