Onroerende voorheffing: vermindering voor gezinslasten in Vlaams Gewest

Het WIB92 bevat verschillende bepalingen die verminderingen van de onroerende voorheffing invoeren, o.a. voor improductieve onroerende goederen en belastingplichtigen met personen ten laste. Sinds de onroerende voorheffing (deels) gewestelijke materie geworden is, hebben de gewesten hun regelgeving aangepast.  Er bestaat nu dan ook een federale, Vlaamse en Waalse regeling voor de  verschillende verminderingen.  We bekijken kort de regeling voor verminderingen voor personen ten laste zoals die geldt in het Vlaams Gewest en geven de opmerkelijke verschillen met de federale regeling aan. De Vlaamse regeling werd opgenomen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

Vermindering voor kinderen die in aanmerking komen voor kinderbijslag

In het Vlaams Gewest wordt een vermindering van de onroerende voorheffing toegekend voor de woning die op 1 januari van het aanslagjaar wordt betrokken door een gezin met ten minste twee kinderen. Een huurder moet zelf om de vermindering vragen, voor eigenaars wordt ze automatisch toegepast.

Er gelden twee voorwaarden: (1) de kinderen moeten in het bevolkingsregister ingeschreven zijn op het adres van de woning waarvoor de vermindering wordt gevraagd en (2) in aanmerking komen voor de kinderbijslag.

Het bedrag van de vermindering stijgt naar gelang de belastingplichtige meer kinderen heeft. Net zoals voor de verhoging van de belastingvrije som in de personenbelasting telt een gehandicapt kind voor twee. De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Voor aanslagjaar 2013 bedraagt de vermindering (let op: voor de onroerende voorheffing is het aanslagjaar gelijk aan het kalenderjaar, dit zijn dus de bedragen die gelden voor 2013):

  • twee kinderen: 7,51 EUR;
  • drie kinderen: 11,89 EUR;
  • vier kinderen: 16,65 EUR;
  • vijf kinderen: 21,82 EUR;
  • zes kinderen: 27,37 EUR;
  • zeven kinderen: 33,34 EUR;
  • acht kinderen: 39,73 EUR;
  • negen kinderen: 46,49 EUR;
  • tien kinderen: 53,70 EUR;
  • elk kind boven het tiende: + 7,51 EUR.

Dit lijkt een wel heel erg kleine vermindering. Gelukkig valt dat nog mee: deze vermindering geldt immers op de OV zoals die voor het gewest van toepassing is (een tarief van 2,5 % in Vlaanderen). De gemeentelijke en provinciale opcentiemen (die het leeuwendeel van de OV uitmaken) worden dan op dit lagere bedrag berekend. (Een voorbeeld onderaan het artikel kan dit verduidelijken.)

Verschil met de federale regeling 

De federale regeling vereist niet dat de kinderen in het bevolkingsregister zijn ingeschreven op het adres van het onroerend goed waarvoor de vermindering wordt gevraagd.

De federale regeling voorziet een vermindering van 10 % per kind ten laste (in plaats van een vast bedrag) en 20 % voor gehandicapte personen ten laste. Ook hier geldt een gehandicapt kind voor twee, waardoor het dus recht geeft op een vermindering van 20 %.

Welke kinderen komen in aanmerking voor kinderbijslag?

Voor de Vlaamse regeling is het essentieel dat de kinderen in aanmerking komen voor de kinderbijslag. Het is dan ook interessant even in herinnering te brengen welke kinderen recht hebben op kinderbijslag volgens het socialezekerheidsrecht.

Voor werknemers en ambtenaren:

  • zijn kinderen en die van zijn echtgenoot;
  • kinderen van de ex-echtgenoot die deel uitmaken van zijn gezin;
  • kinderen van de partner die deel uitmaken van zijn gezin;
  • (achter)kleinkinderen als ze deel uitmaken van zijn gezin (ook voor (achter)kleinkinderen van echtgenoot, ex-echtgenoot en partner);
  • kinderen die door rechter of overheid aan zijn zorgen en/of die van zijn partner werden toevertrouwd;
  • broers en zussen en halfbroers en halfzussen; 
  • kinderen van (half)broers /(half)zussen, als ze deel uitmaken van zijn gezin;
  • voor kinderen waarmee het gezinshoofd geen familieband heeft, kan kinderbijslag aangevraagd worden.

Voor zelfstandigen:

  • eigen kinderen en die van de echtgenoot;
  • geadopteerde kinderen;
  • kinderen waarover men pleegvoogd is;
  • inwonende kinderen van de partner;
  • inwonende (achter)kleinkinderen, neven en nichten;
  • inwonende kinderen door partner geadopteerd;
  • kinderen die door een rechter in het gezin geplaatst zijn;
  • broers en zussen en halfbroers en halfzussen;
  • verdwenen kinderen.

Verschil met federale regeling 

De federale regeling neemt het ‘kind ten laste’ als criterium, terwijl de Vlaamse regeling het op kinderbijslag gerechtigd kind als uitgangspunt hanteert.

Vereenvoudigd voorbeeld

Johan woont met zijn echtgenote en drie kinderen in Vlaanderen. Hun woning heeft een kadastraal inkomen van 1.200 EUR. Hierop is hij zonder vermindering aan het Vlaams Gewest 2,5 % OV verschuldigd = 30 EUR. Johan betaalt uiteindelijk: 30 – 11,89  EUR = 18,11 EUR OV (30 verminderd met 11,89 omwille van drie kinderen). Op deze som zijn de opcentiemen verschuldigd. Per hypothese rekent zijn gemeente 1.200 % opcentiemen: 18,11 × 1.200 % = 217,30. De totale OV bedraagt: 217,30 + 18,11 = 235,41 EUR. Zonder de verminderingen zou dat 360 (opcentiemen) + 30 = 390 EUR zijn. (We maken hier even abstractie van de provinciale opcentiemen).

Verschil met de federale regeling

Federaal geldt een lager tarief van 1,25 %. Daar staat tegenover dat de meeste Waalse gemeenten hogere opcentiemen aanrekenen (voor ons voorbeeld: per hypothese 2.400 %). Johan betaalt onder dezelfde omstandigheden dan 15 EUR OV. Verhoogd met opcentiemen geeft dat (15 × 2.400 % = 360): 15 + 360 = 375 EUR. Hij krijgt evenwel 30 % vermindering voor drie kinderen ten laste: 375 – 30 % (112,50) = 262,50 EUR. Met kinderen is de Vlaamse regeling hier interessanter, zonder kinderen de federale regeling.
Let op: dit is slechts een illustratie, de belastingplichtige kan NIET kiezen onder welke regels hij valt.   

Andere personen ten laste

Ook voor andere gehandicapte personen die men ten laste heeft, heeft de belastingplichtige recht op een vermindering van de OV. Die wordt berekend alsof het om een gehandicapt kind ( = telt voor twee kinderen) gaat.

Nota Bene

Ook in het Waals Gewest bestaat een aparte regeling die aan belastingplichtigen een vermindering van de onroerende voorheffing geeft  wanneer ze personen ten laste hebben (125 EUR voor een kind ten laste of 250 EUR voor een gehandicapte persoon ten laste). In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geldt grotendeels de federale regeling (vermindering van 10 % voor kinderen en 20 % voor een gehandicapte persoon ten laste).


 

Meer info vindt u in het boek Onroerende Voorheffing van Stephan Janssens. Dit boek bevat een uitgebreide bespreking van de onroerende voorheffing in al zijn aspecten. Zowel de federale, als de eventuele afwijkende gewestelijke regelingen, worden er gedetailleerd in uitgewerkt. Daarmee is het een ideale leidraad door het doolhof van vrijstellingen, verminderingen en regionale regelgeving.

Het boek is het eerste deel van een voorheffingentrilogie, waarin naast dit boek over de onroerende voorheffing ook delen over de roerende voorheffing en de bedrijfsvoorheffing zullen verschijnen.

Gepubliceerd op 29-01-2014

  405