Onderhoudsuitkeringen als aftrekbare besteding: hoe zit dat?

Het is genoegzaam bekend dat onderhoudsuitkeringen als aftrekbare besteding van het belastbaar inkomen mogen worden afgetrokken. Uit de praktijk blijkt echter dat heel wat belastingplichtigen er toch vragen bij hebben: Welke betalingen zijn precies aftrekbaar? Wat als ik spontaan betaal? Hoe moet mijn dochter de uitkering die ze ontvangt aangeven? Wij leggen de belangrijkste regels nog eens uit, aan de hand van enkele veelgestelde vragen…

Voor we aan de vragen beginnen, brengen we de drie wettelijke voorwaarden in herinnering die zeker vervuld moeten zijn, opdat een onderhoudsuitkering aftrekbaar zou zijn:

  • de onderhoudsuitkering moet gebeuren ter uitvoering van een wettelijke verplichting;
  • de onderhoudsuitkering moet betaald worden aan een persoon die geen deel uitmaakt van het gezin van de belastingplichtige die de uitkering betaalt; en
  • de onderhoudsuitkering moet regelmatig betaald worden.

Aan de hand van enkele praktische vragen, lichten we de regels verder toe.

 

Vraag 1

Ik heb een dochter die bij haar moeder verblijft. Haar moeder en ik zijn nooit getrouwd geweest, maar ik heb mijn dochter wel erkend en zij draagt ook mijn naam. Ik betaal maandelijks 250 EUR onderhoudsgeld, zonder dat ik hiertoe door een uitspraak van een rechter verplicht ben. Kan ik het alimentatiegeld aan mijn dochter in mindering brengen van zijn inkomen?

Onderhoudsuitkeringen zijn aftrekbaar als ze gebeuren op basis van een wettelijke verplichting. In principe gaat het om verplichtingen uit het Burgerlijk Wetboek of het Gerechtelijk Wetboek. Er moet dus geen rechterlijke uitspraak zijn die de belastingplichtige verplicht aan het onderhoud van zijn kinderen bij te dragen. Zo is de uitbetaling van een onderhoudsuitkering van een vader aan zijn kinderen gebaseerd op de algemene onderhoudsverplichting van ouders tegenover hun minderjarige of nog niet afgestudeerde kinderen op grond artikel 203 Burgerlijk Wetboek.

Ook onderhoudsuitkeringen van kinderen aan hun ouders zijn aftrekbaar. Net zoals de algemene onderhoudsverplichting van ouders tegenover hun kinderen, bestaat er immers ook de omgekeerde wettelijke verplichting voor kinderen om hun ouders te onderhouden als die behoeftig zijn (art. 205 BW).

Vraag 2

Mijn zoon heeft een invaliditeitsuitkering van ongeveer 900 EUR. Omdat hij daarmee niet rondkomt, geef ik hem elke maand 200 EUR. Mag ik de som van 2400 EUR invullen in mijn belastingsaangifte bij uitkeringen tot onderhoud?

Ook onderhoudsuitkeringen die vrijwillig of spontaan betaald worden, zijn in principe aftrekbaar, bv. een moeder die haar volwassen zoon of dochter financieel ondersteunt. In zo’n gevallen verbindt de fiscus er evenwel een bijkomende voorwaarde aan: de genieter ervan moet ‘behoeftig’ zijn. Enkel voor de onderhoudskeringen van de ouders tegenover hun minderjarige of nog niet-afgestudeerde kinderen, geldt deze vereist niet.

Als het bedrag van de onderhoudsuitkering door een rechterlijke beslissing werd vastgesteld, zal de fiscus de aftrek aanvaarden zonder de behoeftigheid van de genieter na te gaan.

De behoeftigheid wordt door de administratie geval per geval beoordeeld in functie van de normale levensvoorwaarden van de genieter en rekening houdend met zijn opvoeding en zijn sociale stand. De omstandigheid dat de genieter niet meer de middelen heeft om zijn vroegere sociale rang of levensstandaard te behouden volstaat echter niet om hem ‘behoeftig’ te maken. Onderhoudsgeld is immers een garantie tegen armoede en niet tegen een louter geldgebrek of beproeving. De concrete beoordeling van de behoeftigheid zal door de fiscus gebeuren, en bij geschil door de fiscale rechter.

Sommige rechtspraak toetst de behoeftigheid aan het leefloon. Voor een alleenstaande bedraagt dit ongeveer 800 EUR. Het loutere feit dat de genieter meer dan 800 EUR inkomsten heeft, sluit evenwel niet uit dat hij omwille van zijn concrete situatie (bv. invaliditeit en daardoor hoge medische kosten), toch als behoeftig kan worden beschouwd.

Vraag 3

Mijn dochter heeft niet zo’n hoog loon. Omdat ze nooit eens iets voor haar zelf kan kopen, geef ik haar af en toe wat extra geld. Zal de fiscus deze bijdragen als onderhoudsuitkering aanvaarden. Of kom ik niet in aanmerking om deze sommen af te trekken?

Om aftrekbaar te zijn, moeten onderhoudsuitkeringen ‘regelmatig’ worden betaald. ‘Regelmatig’ moet hier worden begrepen als ‘periodiek’. Dit hoeft daarom nog geen strikt mathematische regelmaat te zijn, bv. elke week, elke maand, elke twee maanden. Een kleine vertraging in het uitbetalen van de uitkering, brengt de aftrekbaarheid dus niet in gevaar.

 

Willekeurige onderhoudsbijdragen, die enkel uitgekeerd worden wanneer de onderhoudsplichtige tijdens een bepaald belastbaar tijdperk hoge inkomsten heeft of een eenmalige verhoogde onderhoudsuitkering louter ingegeven door fiscale redenen (omdat de onderhoudsplichtige zo zijn belastbaar inkomen wil afromen) zijn niet aftrekbaar.

Daarnaast stelt zich in deze casus ook weer de vraag naar de behoeftigheid, zoals onder vraag 2 beschreven.

 

Vraag 4

Ik heb twee kinderen die bij mijn ex-vrouw verblijven. Iedere maand betaal ik voor hen een vast bedrag aan onderhoudsgeld, zoals vastgelegd door de vrederechter. Dat bedrag kan ik in mijn aangifte inbrengen. Daar bovenop betaal ik ook nog andere kosten van oudste mijn dochter: de inschrijvingskosten van de universiteit en de helft in de huur van het kot. Kan ik die kosten ook als onderhoudsuitkering aftrekken? En wat met de eenmalige kosten van mijn kinderen, bv. inschrijvingsgeld voor vakantiekamp?

De studiekosten van de kinderen die bij de moeder verblijven en (deels) betaald worden door de gescheiden vader, vormen aftrekbare onderhoudsgelden. Het gaat daarbij om het inschrijvingsgeld, maar ook om de huur van een kot en de kosten van cursussen en studieboeken.

De onderhoudsbijdrage bevat volgens de wet zowel gewone als buitengewone kosten. ‘Gewone kosten’ zijn alle gebruikelijke kosten m.b.t. het dagelijkse onderhoud van het kind. Buitengewone kosten zijn de uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzienbare uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijke budget voor het dagelijkse onderhoud van het kind overschrijden. Voor buitengewone kosten geldt de voorwaarde van de ‘regelmatigheid’ niet. Buitengewone kosten zijn uit hun aard immers niet regelmatig, waardoor de voorwaarde van de regelmatigheid zonder voorwerp is.

 

Vraag 5

Ik heb onderhoudsuitkeringen betaald voor mijn kinderen. Ik weet dat ik aan de voorwaarden voldoe en dat ik deze dus van mijn inkomen mag aftrekken. Maar ik weet niet precies hoe ik dat nu in mijn aangifte allemaal moet invullen.

De betaalde onderhoudsuitkeringen die voldoen aan alle voorwaarden kunnen ten belope van 80 % van het toegekend bedrag van het netto-inkomen worden afgetrokken. In de aangifte moet de belastingplichtige het werkelijk betaalde bedrag vermelden, de fiscus zal zelf de beperking berekenen.

Het betaalde bedrag moet ingevuld worden bij code 1390 (uitkeringen verschuldigd door de belastingplichtige) of 1392 (uitkeringen verschuldigd door de belastingplichtige en echtgenoot samen, bv. aan de (schoon)ouders).

Ook de gegevens van de genieter (naam, voornaam en adres) van de onderhoudsuitkeringen moeten vermeld worden.

Tenslotte moet ook worden bewezen dat de onderhoudsuitkeringen wel degelijk werden betaald, dat kan met alle gemeenrechtelijke bewijsmiddelen, bv. een bankafschrift.

 

Vraag 6

Ik heb samen met mijn ex-echtgenoot co-ouderschap over onze twee kinderen. Kan ik deze regeling combineren met de aftrek voor het betalen van onderhoudsgeld?

Ouders met kinderen ten laste krijgen een verhoogde belastbare som. Gescheiden ouders die voor co-ouderschap hebben gekozen, kunnen deze ‘verhoging’ onder elkaar verdelen. Een belastingplichtige die onderhoudsuitkeringen betaalt, kan deze aftrekken van zijn belastbare inkomsten. Beide systemen kunnen echter niet worden gecombineerd.

De co-ouder moet dus nagaan wat fiscaal het interessantste is: óf de onderhoudsuitkeringen aftrekken, óf gebruik maken van de helft van de verhoging van de belastbare som. Als de ene ouder opteert om de onderhoudsuitkeringen af te trekken, zal de andere ouder de volledige verhoging van de belastbare som krijgen.

Beide systemen kunnen in één geval wel worden gecombineerd: aftrekken van de onderhoudsgelden betaald vóór de periode van het co-ouderschap en verhoogde belastingvrije som voor de periode vanaf het co-ouderschap.

 

Vraag 7

Mijn zoon krijgt van mijn ex-echtgenoot iedere maand onderhoudsgeld. Die trekt deze kosten af van de belastingen. Klopt het dat het ontvangen onderhoudsgeld voor mijn zoon een belastbaar inkomen is? En zo ja, hoe en waar moet hij dat dan aangeven?

Ontvangen onderhoudsuitkeringen zijn inderdaad belastbaar voor 80 % van het werkelijk ontvangen bedrag. De genieter moet dit bedrag invullen bij code 1192. Ook de gegevens van de schuldenaar van de uitkering (naam, voornaam en adres) moeten worden ingevuld.

De ontvangen uitkeringen zijn gezamenlijk belastbaar met de andere inkomsten van de belastingplichtige. Als hij geen andere belangrijke inkomsten geniet, zal hij er in principe geen belastingen op moeten betalen, omdat het belastingvrij minimum vaak niet overschreden wordt.

De belastingplichtige inzake ontvangen onderhoudsuitkeringen is de persoon voor wie de onderhoudsuitkeringen bestemd zijn. Dit betekent dat indien een ouder onderhoudsuitkeringen ontvangt die bestemd zijn voor een kind, niet de ouder de belastingplichtige is inzake de ontvangen onderhoudsuitkeringen, maar het kind. Als de genieter van de uitkeringen een minderjarige is, zal die vermoedelijk geen aangifteformulier ontvangen. Het inkomen moet evenwel toch worden aangegeven. De ouder waarbij het kind verblijft zal dus expliciet een aangifteformulier moeten aanvragen bij de fiscus of online een aangifte indien via tax-on-web (inloggen met een token of met de identiteitskaart van het kind, als hij deze al heeft).

Aangiftegids personenbelasting 2013

Aangiftegids personenbelasting 2013 

Deze handige gids, tot stand gekomen in samenwerking met BNP Paribas/Fortis, onderscheidt zich van de andere aangiftegidsen door zijn diepgang en volledigheid. De praktische tips, schema's en voorbeelden maken van dit boek een praktisch en vlot consulteerbaar werkinstrument.

Uitvoerige verwijzingen naar rechtspraak, rechtsleer en administratieve commentaren maken van deze uitgave méér dan een praktische gids: het is eveneens een uitstekend startpunt voor wie zich verder wil verdiepen in een specifiek domein binnen de personenbelasting.

Gepubliceerd op 29-05-2013

  1279