Notionele interestaftrek: overdraagbaarheid van bestaande overschotten

De aftrek voor risicokapitaal (beter bekend als de notionele interestaftrek of NIA) die tijdens een belastbaar tijdperk niet kan worden benut, is niet langer overdraagbaar naar volgende belastbare tijdperken. Dit deel van de notionele interestaftrek bent u dus definitief kwijt. Als u nog ‘overschotten’ van onbenutte NIA heeft uit vorige jaren, hoeft u echter niet te panikeren. Deze ‘stock’ gaat niet verloren. De overschotten kunnen immers nog wel gedeeltelijk verder worden opgebruikt tijdens de volgende zeven belastbare tijdperken.

Sinds aanslagjaar 2013 geen overdraagbaarheid meer van de aftrek voor risicokapitaal

De notionele interestaftrek werd ingevoerd om het gebruik van risicokapitaal ter financiering van vennootschappen te promoten, door ze op een gelijke manier te behandelen als vreemd vermogen.

Deze aftrek gebeurt in wat fiscalisten de ‘zesde bewerking’ noemen. Dat wil zeggen na de aftrek van de niet-belastbare bestanddelen, zoals de vrijgestelde giften en de vrijstellingen voor bijkomend personeel (‘derde bewerking’), de dbi-aftrek (‘vierde bewerking’) en de aftrek voor octrooi-inkomsten (‘vijfde bewerking’). Daarna volgen dan nog de aftrek van vorige verliezen (‘zevende bewerking’) en de investeringsaftrek (‘achtste bewerking’).

Dit betekent dan ook dat als de winst van de onderneming tot nul is teruggebracht na de vijfde bewerking, deze zesde bewerking niet meer kan worden uitgevoerd. In dat geval kan de notionele interestaftrek niet meer worden benut.

Tot aanslagjaar 2012 kon deze niet tijdens het belastbaar tijdperk gebruikte NIA naar de volgende zeven jaar worden doorgeschoven. Met andere woorden, de aftrek kon in een later jaar toch nog worden gebruikt.

Vanaf aanslagjaar 2013 is dat niet meer mogelijk. De NIA die niet in het aanslagjaar zelf benut kan worden, gaat dus onherroepelijk verloren.

De bestaande stock verder opgebruiken

Er kunnen geen nieuwe aftrekken meer worden overgedragen, maar wat moet er dan gebeuren met de bestaande overschotten uit vroegere aanslagjaren? Gaan die ook verloren? Neen. Die mogen verder overgedragen worden naar de zeven volgende belastbare tijdperken. Het gaat dus over de ‘stock’ aan overgedragen aftrekken voor risicokapitaal, die nog niet in mindering konden worden gebracht van een belastbaar tijdperk afgesloten op ten laatste 30 december 2012, en de aftrek voor risicokapitaal die niet kon worden afgetrokken voor dat belastbaar tijdperk.

De overschotten aan niet-benutte aftrekken voor risicokapitaal kunnen in mindering worden gebracht van de winst van de zeven belastbare tijdperken volgend op dat waarin de aftrek voor risicokapitaal in eerste instantie niet in mindering kon worden gebracht.

 

Voorbeeld

Voor belastbaar tijdperk 2011 (aanslagjaar 2012) kon een deel van de NIA niet benut worden. Deze stock aan NIA van 2011 kan nog gebruikt worden tot belastbaar tijdperk 2018.

Deze aftrek van de ‘stock’ gebeurt in een latere fase dan de gewone aftrek voor risicokapitaal, nl. na alle andere aftrekken (het wordt een ‘negende bewerking’).

Wanneer de winst die overblijft na toepassing van alle voorgaande aftrekken (de acht eerste ‘bewerkingen’) meer bedraagt dan één miljoen EUR, wordt het aftrekbaar bedrag dat deze grens overtreft, beperkt tot 60%. De eerste belastbare schijf van 1.000.000 EUR kan dus helemaal worden weggewerkt door de overgedragen aftrek. Het gedeelte boven deze drempel zal steeds voor 40% worden belast.

Voorbeeld

Vennootschap X heeft na alle vorige aftrekken 2.000.000 EUR winst over. De vennootschap heeft een stock van 1.750.000 EUR aan overgedragen notionele interestaftrek uit vorige belastbare tijdperken. De eerste één miljoen aan NIA kan volledig benut worden. Van de volgende één miljoen winst, kan er maar 60 % NIA afgetrokken worden, of 600.000 EUR.  Van de overgedragen NIA kan vennootschap X er dit jaar dus 1.600.000 EUR opgebruiken. Ze houdt dan nog voor 150.000 EUR aan NIA over. De vennootschap zal dat jaar nog op 400.000 EUR belast worden (of 40 % van één miljoen EUR).

De ene overdraagbaarheid wordt afgeschaft, een nieuwe overdraagbaarheid wordt ingevoerd

Ook de aftrek van de NIA-stock wordt dus beperkt. Dat kan er toe leiden dan de overgedragen ‘stock’ niet helemaal gebruikt kan worden (zie voorbeeld hierboven: vennootschap X heeft nog 150.000 EUR ongebruikte overgedragen NIA over). Om deze beperking te temperen, werd er een nieuwe overdraagbaarheid ingevoerd. Het gedeelte van de bestaande overschotten die tijdens een bepaald jaar niet kunnen worden afgetrokken omwille van de beperking tot 60 %, kunnen zonder tijdslimiet overgedragen worden naar volgende belastbare tijdperken en dan afgetrokken worden (in ons voorbeeld kan vennootschap X dus de 150.000 EUR aan NIA in een volgend jaar gebruiken, wanneer er voldoende winst is).

Welke NIA eerst gebruiken?

Aangezien de overdracht van de overschotten van de aftrek voor risicokapitaal in de tijd beperkt wordt, is het wel toegestaan bij het gebruik van de stock te beginnen met de aftrek afkomstig uit de oudste aanslagjaren, die het snelst verloren dreigt te gaan.

Voorbeeld

Vennootschap Y heeft overgedragen NIA uit aanslagjaar 2010 (200.000 EUR) en 2011 (150.000 EUR). De overschot uit 2010 mag eerst opgebruikt worden.

Bovendien mag de onbeperkt in de tijd overdraagbare aftrek (omwille van de 60 %-beperking niet benutte aftrek) gebeuren na de aftrek van de in de tijd beperkt overdraagbare aftrekken.

Fiscaal Compendium Vennootschapsbelasting 2013

De aftrek voor risicokapitaal wordt uitgebreid besproken in het boek Fiscaal Compendium Vennootschapsbelasting van Yves Verdingh. Dit boek, dat verschijnt in de boekenreeks Fiscaal Compendium, geeft een grondig en uitgebreid overzicht van de vennootschapsbelasting, aan de hand van talrijke voorbeelden. Het boek bevat een ruim bronnenmateriaal: wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, circulaires en rulings. Het is zowel geschikt voor de student als de meer ervaren fiscalist. De tweede herziene editie bevat alle laatste wijzigingen: zo worden de fairness tax en de nieuwe regeling inzake liquidatieboni en het vastklikken aan 10 % reeds besproken.

De reeks Fiscaal Compendium komt tot stand in samenwerking met Fiscale Hogeschool Brussel, onder hoofdredactie van Luc Maes en Herman de Cnijf.

Gepubliceerd op 24-10-2013

  1446