Nieuwe standpunten van VLABEL inzake registratiebelasting

De Vlaamse Belastingdienst heeft met ingang van 1 januari 2015 de dienst voor de registratie- en erfbelasting overgenomen. Omtrent de toepassing van de artikelen van de VCF heeft VLABEL ondertussen verschillende standpunten gepubliceerd, onder andere inzake de registratiebelasting. Lies Osaer en Tillo Dumont geven in Nieuwsbrief Registratierechten een overzicht van enkele relevante standpunten. Hierna worden kort enkele nieuwe standpunten van de VLABEL uiteengezet.

Versoepelde voorwaarden voor het verlaagd verdeelrecht van 1%

Om tegemoet te komen aan een aantal sociale verzuchtingen werden in Vlaanderen de voorwaarden versoepeld om te kunnen genieten van het verlaagd verdeelrecht van 1% in het kader van een relatiebreuk. Vanaf 1 januari 2016 volstaat het dat de verdeling wordt gerealiseerd na beëindiging van een wettelijke samenwoning of echtscheiding.

In haar standpunt nr. 15172 verduidelijkt VLABEL dat de nieuwe regeling niet alleen van toepassing is op overeenkomsten die dateren vanaf 1 januari 2016. Voor overeenkomsten die dateren van voor 1 januari 2016 is het verlaagd tarief ook van toepassing indien:

  • een opschortende voorwaarde zich vervult na 1 januari 2016;
  • werd afgesproken om voor een bepaalde of onbepaalde termijn in onverdeeldheid te blijven en waarbij de overeenkomst tot verdeling wordt afgesloten vanaf 1 januari 2016;
  • een optie tot verdeling werd verleend en waarbij die optie wordt gelicht na 1 januari 2016.

Erfpacht- en opstalconstructies

Een opmerkelijk standpunt van VLABEL omtrent erfpachtconstructies heeft al heel wat stof doen opwaaien. In het verleden zijn er heel wat erfpachtconstructies opgezet waarbij de volle eigendom van een betrokken onroerend goed na enkele jaren opnieuw wordt samengesteld door de verkoop van de tréfonds en de overdracht van het recht van erfpacht aan een derde, niet verbonden koper.

In haar standpunt nr. 15114 verduidelijkt VLABEL twee zaken. Vooreerst stelt VLABEL dat de overdracht van zowel de tréfonds als het erfpachtrecht aan de derde (niet verbonden koper) onderworpen is aan het verkooprecht gelet op de wedersamenstelling van de volle eigendom van het onroerend goed. Een aftrek omwille van het gevestigde erfpachtrecht is hierbij niet mogelijk. Daarnaast zal VLABEL ook de erfpachtconstructie die in het verleden werd opgezet opnieuw bekijken, aangezien die veelal belast werd met het recht van erfpacht op voorwaarde dat de betrokken partijen de verbintenis aangingen om de volle eigendom van het onroerend goed op geen enkele wijze vervroegd weder samen te stellen. Indien deze verbintenis nu niet wordt nageleefd, zal VLABEL de oorspronkelijke erfpachtconstructie herzien en het verkooprecht navorderen. De toenmalige heffing van 0,2% of 2% is immers enkel gebeurd omwille van de toen aangegane verbintenis, waarvan later blijkt dat ze niet wordt nageleefd.

Dit zijn slechts twee van de vele standpunten die VLABEL sinds 1 januari 2015 heeft ingenomen in verband met de Vlaamse registratiebelastingen. Een aantal van die standpunten hebben belangrijke gevolgen voor de praktijk, waarbij het mogelijk is dat eenzelfde verrichting op vlak van registratiebelasting voortaan op een andere manier wordt behandeld in het Vlaamse Gewest dan in een ander gewest. Deze tendens valt te betreuren, maar is helaas ook merkbaar in de standpunten die VLABEL inneemt inzake de erfbelasting.

Lies Osaer en Tillo Dumont zijn advocaten bij Greenille by Laga.

Bron: L. OSAER en T. DUMONT, “Overzicht van enkele standpunten van de Vlaamse Belastingdienst inzake registratiebelasting”, Registratierechten, 2016, afl. 1, 13-28.

Gepubliceerd op 20-04-2016

  626