Nieuwe boekhoudrichtlijn onder de loep

De Belgische boekhoudrichtlijn is grondig gewijzigd op 1 januari van dit jaar. Jean-Pierre Vincke, docent bij Kluwer, licht de belangrijkste gevolgen hiervan toe. Tijdens verschillende seminars in België legt hij de wijzigingen uitgebreid uit. Een gesprek.

De boekhoudrichtlijn 2013/34 is omgezet in de Belgische wetgeving. Wat zijn de voornaamste wijzigingen die daarbij komen kijken?

Jean-Pierre Vincke: “De belangrijkste wijziging betreft de verhoging van de criteria voor vennootschappen, de opheffing van de drempel van 100 voltijdse equivalenten (VTE) en de wijzigingen van de wijze van overschrijding van de criteria. Daarnaast is er de invoering van de microvennootschappen. Tot slot wordt de geconsolideerde berekening tot de moedervennootschappen beperkt en wordt de geconsolideerde benadering beperkt.”

Zijn er nog andere veranderingen voor de ondernemingen?

Jean-Pierre Vincke: “Dan verwijs ik naar een andere aanzienlijke wijziging: de afschaffing van de uitzonderlijke resultaten in de resultatenrekening. Maar de rekeningen 66 en 76 verdwijnen niet. Ze worden uitbatingsopbrengsten en -kosten of niet-recurrente financiële opbrengsten en kosten. Bovendien gelden er voortaan strengere regels voor het gebruik van de rekening Herwaarderingsmeerwaarden. Eigenlijk bevatten de wet van 18 december 2015 en het Koninklijk Besluit van dezelfde datum nog heel wat andere wijzigingen. Een voorbeeld: de vennootschappen die beantwoorden aan de nieuwe definitie van kleine vennootschap maar een ondernemingsraad hebben, hebben een aparte financiële rapporteringplicht naast wat het Wetboek van Vennootschappen ze oplegt. De impact van bepaalde wijzigingen is wel nog niet helemaal duidelijk. Dat geldt bijvoorbeeld voor de aanpassing van artikel 50 van het KB van 30 januari 2001 betreffende de voorzieningen. Is de graduele aanleg van voorzieningen nog verenigbaar met de nieuwe tekst?”

Welk effect hebben die nieuwe maatregelen op de fiscaliteit?

Jean-Pierre Vincke: “Dankzij de verhoging van de drempels die de kleine vennootschappen definiëren, zullen meer ondernemingen genieten van de fiscale gunstmaatregelen voor kmo’s. Deze bepaling zal uiteraard een budgettaire weerslag hebben. Voor de toepassing van het Wetboek van de inkomstenbelastingen heeft de wetgever de aanpak behouden op geconsolideerde basis van de criteria inzake omvang voor alle vennootschappen die verbonden zijn aan één of meer andere. Daardoor komt een klein Belgisch filiaal van een grote groep niet in aanmerking voor de fiscale voordelen voor kmo’s.”

Wat met de kosten voor onderzoek en ontwikkeling?

Jean-Pierre Vincke: “De wetgever wou de fiscale teksten in verband met de stimuli inzake onderzoek en ontwikkeling niet wijzigen. Nochtans mag de balans aan het einde van het boekjaar volgens de richtlijn geen kosten voor onderzoek meer bevatten bij het actief. De oplossing die de regering heeft aanbevolen in haar verslag aan de koning, herinnert ons eraan dat België het land van het surrealisme is.”

Gaan de ondernemingen grote wijzigingen moeten doorvoeren in hun boekhouding?

Jean-Pierre Vincke: “Het meest zichtbare aspect zijn de wijzigingen aan het genormaliseerde minimale rekeningenstelsel. Er zijn nieuwe genormaliseerde rekeningen gecreëerd en bepaalde rekeningen hebben een andere titel gekregen. Logischerwijs moet men de boekhoudkundige softwareprogramma’s dus aanpassen, zodat de interne rekeningen met dezelfde structuur worden getoond als de balansen en resultatenrekeningen in de jaarverslagen.”

“Bovendien zullen sommige vennootschappen hun waarderingsregels moeten aanpassen. Dat zal met name het geval zijn voor vennootschappen die de compensatie willen toepassen tussen de bestellingen in uitvoering en de gefactureerde voorschotten. Dat is voortaan toegestaan.”

Welke doelstelling had Europa voor ogen?

Jean-Pierre Vincke: “De Europese Unie wou de administratieve kosten van de kmo’s verlagen. De kosten voor de neerlegging van de jaarrekening zullen dalen in de toekomst, maar de impact van deze hervorming op de kostprijs van de voorbereiding van de jaarrekening zal slechts beperkt zijn. In dat opzicht heeft de regering volgens mij de juiste keuze gemaakt. Ze heeft voor de microvennootschappen een balans en een resultatenrekening behouden met dezelfde presentatie als die voor de kleine vennootschappen. De richtlijn maakt het mogelijk om rekeningen te voorzien die beperkt zijn tot het minimum, maar het risico bestaat wel dat ze niet tegemoetkomen aan de behoeften van de partners van de onderneming (kredietinstellingen, belastingadministratie, schuldeisers, Instituut voor de Nationale Rekeningen …). Ik ben ervan overtuigd dat deze maatregel in werkelijkheid de kosten voor de microvennootschappen heeft opgedreven. Daarentegen betreur ik het behoud van de sociale balans voor de microvennootschappen. De prijs die de sociale secretariaten daarvoor vragen, is buiten proportie voor een document dat voor die microvennootschappen zeer weinig toegevoegde waarde heeft.”

Interview door Kluwer Learning Team

 idee 

U wilt meer details over wat er precies veranderd is? Mis de seminars over de nieuwe boekhoudwet niet. Jean-Pierre Vincke, handelsingenieur met een diploma ondernemingsrecht en financieel bedrijfsbeheer, licht alle veranderingen toe.

Gepubliceerd op 11-05-2016

  485