Minimumbezoldiging bedrijfsleiders

Gepubliceerd op 19-03-2018

Om van het verlaagd tarief van 20 % te kunnen genieten moet een vennootschap minimum 45.000 euro loon betalen aan één van haar bedrijfsleiders. Als dat niet gebeurt, is het standaardtarief van toepassing. Bovendien zal de vennootschap dan ook een afzonderlijke aanslag verschuldigd zijn. Deze regels gelden voor boekjaren die beginnen vanaf 1 januari 2018.

Minimumbezoldiging van 45.000 euro

De vennootschap betaalt minstens één van de bedrijfsleiders een bezoldiging van 45.000 euro. Als het belastbaar inkomen lager is dan 45.000, betaalt de vennootschap minstens een loon dat gelijk is aan de behaalde winst. Met belastbaar inkomen wordt hier bedoeld: het resultaat na het uitbetalen van het loon.

Voorbeelden

Bvba Klein heeft na aftrek van de bezoldiging aan de zaakvoerder van 18.000 euro, een belastbaar resultaat van 42.000 euro. Het belastbaar resultaat, verhoogd met de bezoldiging bedraagt 60.000 euro. De minimaal vereiste bezoldiging bedraagt 60.000/2 = 30.000 euro. De vennootschap heeft maar 18.000 euro betaald. Dit is niet voldoende.

Bvba Klein heeft na aftrek van de bezoldiging aan de zaakvoerder van 30.000 euro, een belastbaar resultaat van 30.000 euro. Het belastbaar resultaat, verhoogd met de bezoldiging bedraagt 60.000 euro. De minimaal vereiste bezoldiging bedraagt 60.000/2 = 30.000 euro. De vennootschap 30.000 euro betaald, dat is precies de helft van de winst. Dit is voldoende.

Wat telt allemaal mee voor de drempel van 45.000 euro?

Alle componenten van het loon worden meegeteld:

  • Het loon zelf.
  • Voordelen van alle aard.
  • Geherkwalificeerde huurvergoedingen (huur door de vennootschap betaald aan de bedrijfsleider, dat onder bepaalde omstandigheden deels als loon wordt beschouwd).

Geldt de regel voor alle bedrijfsleiders?

De bedrijfsleider met het loon moet een natuurlijk persoon zijn.

Vennootschappen die een minimumbezoldiging betalen: tarief van 20 %

Kleine vennootschappen betalen 20 % belasting op de eerste 100.000 euro winst.  

Vennootschappen die geen minimumbezoldiging betalen: afzonderlijke aanslag

Nieuw is de afzonderlijke aanslag. Vennootschappen die geen minimumbezoldiging betalen, moeten een extra belasting betalen op het positieve verschil tussen de minimumbezoldiging (die ze hadden moeten betalen) en de hoogste bezoldiging (die ze effectief hebben betaald).

Het tarief van de afzonderlijke aanslag bedraagt 5 ,1% (inclusief aanvullende crisisbijdrage). Vanaf aanslagjaar 2021 wordt dat 10 % (de crisisbijdrage is dan afgeschaft).

Voorbeeld

Bvba Klein betaalt een bezoldiging van 25.000 euro in plaats van 45.000. Op het verschil van 20.000 euro moet de bvba 5,1 % belasting betalen. De afzonderlijke aanslag bedraagt dan 1.020 euro.

Ten slotte nog dit

  4404