Magda? Hoever kan u nog gaan in successieplanning na de invoering van de nieuwe algemene antimisbruikbepaling?

De fiscus gaat steeds verder in het bestrijden van fiscaal misbruik. Met de algemene antimisbruikbepaling heeft hij daarvoor een sterk instrument in handen. Ook in de successierechten hanteert hij dit wapen steeds meer. Hierdoor komen allerlei methoden van successieplanning in het gedrang. Maar hoe ver gaan ze daarin? Kan er geen enkele planningstechniek nog door de beugel? Loopt u risico als u een constructie op touw heeft gezet? We zetten enkele gekende planningstechnieken op een rijtje en beantwoorden de vraag: “Magda?”

Een schenking doen voor een niet-Belgische notaris 

JA, dat mag. Meestal gebeurt de schenking voor een Nederlandse notaris. De verrichting krijgt hierdoor een vaste datum. Belangrijker nog, is dat er hierdoor voldaan is aan de wettelijke voorwaarde een authentieke notariële akte te hebben. Bovendien zijn er geen schenkingsrechten verschuldigd.

Onroerende goederen ‘gefaseerd’ schenken

JA, dat mag. In successie- en registratierechten bestaan er ook progressieve schijven. Hoe meer men schenkt, hoe hoger de belastingen. Dit kan (deels) worden vermeden door een onroerend goed niet in één keer te schenken, maar in verschillende keren. Het is goedkoper tweemaal 100.000 EUR te schenken, dan eenmaal 200.000 EUR. Elke schenking van een deel valt dan in een lagere belastingschijf. Zo’n gefaseerde schenking mag, maar er is één beperking: de verschillende schenkingen moeten gebeuren met tussenperiodes van minstens drie jaar. Zo niet worden de verschillende verrichtingen samengenomen en als één schenking aan het hogere tarief belast.

Een sterfhuisclausule opnemen

NEEN, dat mag niet. Een ‘sterfhuisclausule’ is een planningstechniek waarbij in de akte (bv. een clausule in het huwelijkscontract) wordt bepaald dat het volledige gemeenschappelijk vermogen bij ontbinding van het huwelijksstelsel toekomt aan één van de echtgenoten, wat ook de oorzaak van de ontbinding is. In het Belgisch burgerlijk recht is het overlijden van één van de partners een oorzaak van ontbinding van het huwelijksstelsel. Op deze manier moeten er geen successierechten betaald worden. De overlevende partner erft immers niets, hij of zij krijgt het ganse huwelijksvermogen omwille van de ontbinding van het huwelijksstelsel en niet als erfenis. Deze techniek werd hoofdzakelijk toegepast wanneer één van beide echtgenoten terminaal ziek was, vandaar de naam.

Een generatie overslaan 

JA, dat mag. Bij ‘generation skipping’ slaat een erflater een generatie over. Grootouders laten hun vermogen dan rechtstreeks na aan hun kleinkinderen (en slaan dus de tussenliggende generatie over). Deze techniek biedt twee grote voordelen: (1) De nalatenschap wordt (meestal) verspreid over meer erfgenamen (normaal gezien zijn er meer kleinkinderen dan kinderen), die elk dus minder erven, maar daardoor ook minder successierechten betalen, want in een lagere schijf. (2) Het vermogen wordt maar een keer doorgegeven (grootouders - kleinkinderen) in plaats van twee keer (grootouders -  kinderen, kinderen – kleinkinderen), zodat er ook maar één keer successierechten moeten worden betaald. Voor het tarief maakt dit niets uit, aangezien ze allemaal erfgenamen zijn in rechte lijn.

Een ‘Ik opa’- testament opstellen

JA, dat mag (vanaf nu). Bij een ‘ik-opa’-testament stelt een erflater zijn kinderen aan als algemene legataris. Hij verbindt daaraan de last om een som geld te betalen aan hun eigen kinderen (zijn kleinkinderen). Dit bedrag is de verdisconteerde waarde van het bedrag dat bij het overlijden van het kind aan het kleinkind zou moeten worden betaald. De kleinkinderen zullen de nominale waarde van de last (volle eigendom) kunnen opvorderen bij overlijden van hun ouder, maar slechts belast worden op de contante waarde van de last (blote eigendom). Het bedrag dat ze krijgen is dus groter dan het bedrag waarop ze rechten betalen. Vroeger stond dit op de verboden lijst, maar na de nieuwe circulaire niet meer. De persoon die het testament opstelt, is immers de belastingplichtige niet. Dat zijn diens erfgenamen.

Inbreng door één echtgenoot van goederen in de huwelijksgemeenschap, gevolgd door een schenking door beide echtgenoten

NEEN, dat mag niet. Bij deze constructie brengt één van de echtgenoten eerst een eigen goed in de huwelijksgemeenschap in. Vervolgens schenken beide echtgenoten samen het goed aan een derde. Of beter gezegd ze schenken elk de helft. Daardoor vallen beide schenkingen in een lagere schijf, dan de schenking van het geheel. De fiscus vindt dat door zo’n verrichting de heffingsgrondslag en de progressiviteit worden ‘gefrustreerd’.

Een kinderloos vrijgezel testament opmaken

JA, dat mag. Deze planningstechniek is bedoeld voor een (heel) specifiek geval, nl. de kinderloze vrijgezel, waarvan nog één ouder en broers en/of zussen in leven zijn. Als hij geen testament opmaakt, geldt de gewone wettelijke devolutie. Dat houdt in dat er één vierde van de nalatenschap naar de overlevende ouder gaat en de rest naar de broers/zussen. Het is evenwel (fiscaal) interessanter dat de kinderloze vrijgezel per testament zijn hele vermogen aan zijn ouder nalaat. Op die manier wordt zijn vermogen tweemaal vererfd in rechte lijn: eerst van de vrijgezel naar zijn ouder, later van de ouder naar de broers/zussen van de vrijgezel. Het tarief in rechte lijn is een pak lager dan in de zijlijn: daardoor is tweemaal het tarief in rechte lijn betalen goedkoper dan eenmaal het tarief in de zijlijn (rechtstreeks van de vrijgezel naar zijn broers/zussen).

Een duolegaat opnemen in een testament

JA, dat mag (vanaf nu). Bij een duolegaat legateert de overledene een stukje van zijn nalatenschap aan een vzw die kan genieten van een verlaagd tarief (8,8 %). Aan dat legaat wordt de last gekoppeld dat de vzw de successierechten betaalt die verschuldigd zijn door de andere erfgenamen, die onderworpen zijn aan het gewone progressief tarief. Voorbeeld: meneer Pieters laat aan zijn nichtje Lisa 200.000 EUR na, waarop zij 110.000 EUR successierechten moet betalen, zij houdt netto dus maar 90.000 EUR over. Meneer Pieters wil dat vermijden en neemt daarom een duolegaat op in zijn testament. Hij geeft 129.000 EUR aan Lisa en 71.000 EUR aan vzw ABC. De vzw betaalt 8,8 % successierechten op de som die ze zelf krijgt (= 6.248 EUR) en neemt ook de successierechten die Lisa verschuldigd is op haar erfdeel ten laste (= 63.850). Lisa krijgt dus 129.000 EUR netto in handen, aangezien haar belastingen al door de vzw werden betaald. Ook deze planningstechniek stond vroeger op de verboden lijst, maar werd daarvan geschrapt in de nieuwe circulaire. Ook hier geldt dezelfde redenering: de persoon die het testament opstelt, is de belastingplichtige niet. Dat zijn diens erfgenamen.

Een uitbreng uit de huwelijksgemeenschap, gevolgd door een schenking

NEEN, dat mag niet. Deze verrichting verloopt in twee stappen. In de eerste stap gebeurt een ‘uitbreng’ uit de huwelijksgemeenschap van roerende goederen. Met andere woorden: de roerende goederen worden uit de gemeenschap gehaald en worden terug ‘eigen’, ze gaan tot het vermogen van één van beide echtgenoten behoren. In de tweede stap schenken de beide echtgenoten hun eigen goederen aan elkaar (een wederzijdse schenking). De schenking vindt plaats onder het beding van conventionele terugkeer (wat geschonken wordt aan iemand die overlijdt, keert terug naar de schenker). Bij het overlijden van de eerste echtgenoot, beschikt de overlevende dan over het hele vermogen, zonder dat hij/zij iets erft. De ene helft heeft hij/zij immers al eerder geschonken gekregen, de andere helft heeft hij/zij wel weggeschonken aan de overledene, maar die schenking is door het overlijden ontbonden (en de goederen keren dus terug). De overlevende moet dus geen successierechten betalen.

Nota Bene

  • Er zijn natuurlijk nog heel wat andere planningstechnieken, de opsomming hierboven is louter illustratief.
  • Deze antwoorden zijn gebaseerd op de huidige visie van de administratie, zoals die blijkt uit de circulaire van 10 april 2013. Dit administratief standpunt is aan verandering onderhevig en wordt niet steeds door rechtspraak en rechtsleer gevolgd.
  • Deze antwoorden gelden slechts voor zover de technieken op zich gebruikt worden. Als ze in een grotere constructie (binnen een geheel van verrichtingen) passen, kan het antwoord anders zijn.

FC Successierechten

Benieuwd naar meer? In het boek Fiscaal Compendium Successierechten van Jos Ruysseveldt geeft de auteur meer achtergrondinformatie bij de werking van de algemene antimisbruikbepaling in de successierechten. Dat is natuurlijk slechts één van de onderwerpen die in dit boek aan bod komen. Alle basisbegrippen uit zowel het erfrecht als het successierecht worden uitgelegd met de nodige voorbeelden, zodat het boek een interessant hulpmiddel is voor zowel de leek als de meer ervaren fiscalist of jurist.

 

De reeks Fiscaal Compendium komt tot stand in samenwerking met Fiscale Hogeschool Brussel, onder hoofdredactie van Luc Maes en Herman de Cnijf.


 

Gepubliceerd op 21-11-2013

  544