Magda: enkele vragen over de kaaimantaks

Gepubliceerd op 20-11-2019

Sinds 2015 kennen we in België de zogenaamde ‘kaaimantaks’. Bedoeling van deze regeling is dat inkomsten uit ‘zwevende’ vermogens die ondergebracht zijn in ‘juridische constructies’, niet meer aan belasting ontsnappen. De kaaimantaks werd echter van bij de invoering geplaagd door problemen en onduidelijkheden. Gertjan Verachtert, co-editor en één van de auteurs van het boek ‘Kaaimantaks: panta rhei’, beantwoordt alvast enkele prangende vragen over de kaaimantaks.

Ik ben aandeelhouder van een vennootschap in Hong Kong, als toegangspoor naar het Oosten. Magda?

Ja, dat mag, maar... Veel ondernemers gebruiken Hong Kong als tussenstop om zaken te doen met China en bij uitbreiding de Aziatische regio. Ondermeer het dubbelbelastingverdrag tussen België en Hong Kong facilitieert die handel op fiscaal vlak, uiteraard op voorwaarde dat de aanwezigheid in Hong Kong voldoende substance heeft en (intragroup)transacties at arm’s length verlopen. Indien Belgische fiscale rijksinwoners de aandelen van de vennootschap in Hong Kong in eigen naam aanhouden, dienen zij evenwel na te gaan of de vennootschap voldoende belast is vanuit Belgisch fiscaal oogpunt.

Zo vermeldt het zogenaamde niet-eer KB de hong kong private limited als juridische constructie. Zeker indien de vennootschap in Hong Kong een territoriale belastingheffing geniet, zou zij mogelijk niet aan de zogenaamde taxatietoets van 15% voldoen. Indien de vennootschap een daadwerkelijke economische activiteit heeft is de taxatieimpact mogelijk beperkt, maar geldt wel de rapporteringsverplichting als juridische constructie.

Mijn vermogen certificeren via een stichting-administratiekantoor. Magda?

Ja, dat mag, maar... Met het oog op de overdracht van vermogen aan de volgende generatie, doen belastingplichtigen al eens beroep gedaan op een stichting-administratiekantoor en de techniek van certificering. Meestal kiezen ze daarbij voor de Nederlandse stichting boven de Belgische stichting, omdat voor de Nederlandse variant één bestuurder voldoende is (onder het nieuwe vennootschapsrecht is ook in België 1 bestuurder voldoende).

De kaaimantaks laat de mogelijkheid om via Nederlandse stichting te certificeren overeind. De Rulingdienst heeft de stichting, althans in combinatie met burgerlijke maatschap, wel als ‘juridische constructie’ aangemerkt. Intussen stelt vooral het EER-KB van 21 november 2018 de discussie op scherp. De Rulingdienst zou op basis daarvan nadenken over een officieel standpunt inzake de kwalificatie van de Nederlandse stichting voor kaaimantaks-doeleinden. Een kwalificatie als ‘juridische constructie’ belet dan niet dat nog gebruik gemaakt wordt van de Nederlandse stichting, maar heeft wel tot gevolg heeft dat de stichting gemeld moet worden in de aangifte personenbelasting en de fiscale transparantie in toepassing van de kaaimantaks toegepast moet worden.

hunters-race-mybhn8kaaec-unsplash

Ik ben één van de begunstigden van een trust ingesteld door mijn grootvader. De trustee suggereert mij om uitkeringen niet op te nemen in de aangifte personenbelasting. Magda?

Neen, dat mag niet. Tenzij… Trusts zijn bij uitstek één van de vormen van vermogensstructurering die de wetgever ertoe aangezet heeft om de kaaimantaks in te voeren. Oprichters moeten het bestaan van de trust melden in de aangifte personenbelasting. Begunstigden moeten melden als ze een uitkering krijgen (‘dividend’). In de zogenaamde eerste fase van de kaaimantaks, bestond – kort gesteld - nog geen specifieke belastbaarstelling voor uitkeringen van historische reserves uit (discretionaire) trusts.

In 2017 kwam de wetgever tussen, waardoor uitkeringen uit trusts belastbaar gesteld werden. Alleen wanneer de uitkering betrekking heeft op inkomsten die reeds het regime ondergaan hebben, of betrekking heeft op historisch ingebracht vermogen, kan deze belastingvrij blijven. Dit is bij langlopende trusts eerder uitzondering dan regel. Verder is het belangrijk er op te wijzen dat de fiscale administratie via internationale fiscale gegevensuitwisseling meer dan ooit toegang heeft tot bankgegevens van buitenlandse vermogensvehikels. Mogelijk heeft zij beter zich op de financiële situatie van de trust dan u zelf.

Ik ben aandeelhouder van een holdingvennootschap te Jersey. Ik wens deze niet langer te melden en overweeg een zetelverplaatsing naar Luxemburg. Magda?

Dat mag, maar… Kort gesteld aanvaardt België de fiscale ‘continuïteit’ bij de zetelverplaatsing van een vennootschap, als het toepasselijke vennootschapsrecht dit toelaat. In kader van de kaaimantaks is één van de discussiepunten van bij aanvang of een zetelverplaatsing fiscaal ook aanleiding geeft tot een uitkering (liquidatie). De wet lijkt die visie evenwel niet te ondersteunen. Het specifieke wetsartikel 5/1 § 2 WIB 1992, in 2017 ingevoerd, lijkt verder te beperkt om in casu een betekenisvolle impact te hebben.

Aandachtspunt is wel dat het Koninklijk Besluit van 21 november 2018 ook EER-entiteiten op meer veralgemeende wijze onder de kaaimantaks wenst te brengen, indien zij onvoldoende (1 %-grens) belast worden. Voor zover de zetelverplaatsing naar Luxemburg geslaagd kan verlopen, dient dan alleszins ook het toepasselijke fiscale regime na zetelverplaatsing in de analyse betrokken te worden.

De kaaimantaks: panta rhei

  163