Leningen na de zesde staatshervorming

De zesde staatshervorming heeft heel wat gevolgen voor de personenbelasting en voor uw aangifte van 2015. Wat verandert er?

Vlaanderen, Wallonië en Brussel krijgen volgende maand nieuwe fiscale bevoegdheden. En de gewesten heffen, net als de gemeenten, binnenkort eigen aanvullende belastingen op de federale personenbelasting, via opcentiemen. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de belastingberekening, die drastisch door elkaar wordt geschud, maar ook voor onze woonfiscaliteit. Die wordt hopeloos complex. Bovendien raakt de hervorming aan alle woonleningen, ook aan de lopende hypothecaire leningen.

Eigen of niet­-eigen woning

Fiscaal bevoegd is steeds het gewest waar u op 1 januari van het aanslagjaar woont. Woont u op 1 januari 2015 in Vlaanderen, dan betaalt u de Vlaamse opcentiemen op de federale belasting
met betrekking tot de inkomsten van heel 2014 en kent Vlaanderen u de belastingverminderingen toe voor heel 2014.

De gewesten zijn vanaf 2014 fiscaal bevoegd voor de leninguitgaven betaald voor de ‘eigen woning’. De federale overheid blijft echter bevoegd voor de ‘niet­eigen woning’. Dat is de tweede of derde woning waarvan u eigenaar bent. De eigen woning is in principe de woning die u zelf betrekt,maar ook een woning die u niet zelf bewoont, kan fiscaal een eigen woning zijn.

A_bis

Aan de hand van schema A kunt u bepalen of uw woning al dan niet uw eigen woning is. Het deel van uw woning dat u voor uw beroep gebruikt of dat u verhuurt, is fiscaal geen eigen woning (zie schema A, punt 3 en 6). In dat geval zult u dus altijd de aflossingen van uw lening in de aangifte van 2015 moeten splitsen over een gewestelijk aangiftevak (voor de eigen woning) en een federaal aangiftevak (deel gebruikt voor beroep of verhuurd). Bovendien wordt het fiscaal statuut van uw woning – wel of niet eigen – van dag tot dag beoordeeld. En dat heeft draconische gevolgen: iemand die op 3 september 2015 verhuist van zijn woning in Vlaanderen naar zijn nieuwe woning in Wallonië, waar hij zich domicilieert, moet nagaan welke leninguitgaven hij heeft betaald vóór 3 september. Want die uitgaven hebben nog betrekking op de eigen woning in Vlaanderen – toen woonde hij er nog – waarvoor hij na eerst de Vlaamse belastingvermindering te hebben genoten, nu plots de Waalse belastingvermindering geniet. Op 1 januari 2016 woont hij immers in Wallonië en dus wordt Wallonië fiscaal bevoegd voor de leninguitgaven van 2015. Meteen is duidelijk dat een woning onderworpen kan zijn aan de fiscale spelregels van een ander gewest. En voor de leninguitgaven betaald vanaf 3 september geldt dan weer de federale belastingvermindering, want die uitgaven zijn betaald in de periode dat de woning in Vlaanderen, na verhuizing, niet langer de eigen woning is. Banken zullen dus fiscale attesten moeten opstellen met vermelding van leninguitgaven per maand, in plaats van één globaal jaarbedrag, om een eventuele splitsing over de federale en nieuwe gewestelijke aangiftevakken mogelijk te maken. En dat geldt voor alle leningen, zowel voor nieuwe als lopende leningen. Jawel, verhuist u naar de andere kant van de taalgrens, dan stort u zich gegarandeerd in een fiscaal avontuur.

Samengevat, de uitgaven van de lening gesloten in 2008 voor onze Vlaamse woning, genieten in 2014 de Vlaamse belastingvermindering en in 2015 zowel de Waalse (betalingen vóór 3 september, de verhuisdatum) als de federale belastingvermindering (betalingen vanaf 3 september). In twee jaar tijd dus drie verschillende fiscale regimes voor eenzelfde lening. De hypotheek als fiscale kameleon.

Van vijf naar veertien fiscale stelsels

Nu u weet of en welk gewest bevoegd is voor uw lening, rest nog de vraag wat er gebeurt met het fiscale voordeel van uw lopende lening en uw eventuele nieuwe leningen. Wel, schema B maakt duidelijk in welke fiscale voordelen de zesde staatshervorming nog voorziet.

B_bis

Vertrekkende van het fiscaal voordeel dat uw lening nu in de aangifte van 2014 geniet (woonbonus, bouwsparen, bijkomende en gewone intrestaftrek), ziet u hoeveel het fiscaal voordeel zal bedragen in de aangifte van 2015 en waar u de intresten, kapitaalaflossingen en eventueel ook de premie van een schuldsaldoverzekering zult aangeven, in het federale aangiftevak (voor de niet­eigen woning) of in het gewestelijke aangiftevak (eigen woning).

Na de zesde staatshervorming worden voor leningen nog alleen belastingverminderingen toegekend. Bestaande aftrekken (woonbonus en bijkomende intrestaftrek) worden omgezet in belastingverminderingen tegen het marginaal tarief (30 tot 50 procent van de uitgave), onder dezelfde wettelijke voorwaarden. De huidige fiscale voordelen worden ontdubbeld, met telkens een gewestelijk én een federaal equivalent, naargelang het al dan niet de eigen woning betreft. Wat de federale belastingvermindering betreft, blijven de hoogste fiscale voordelen (30 tot 50 procent) voor de niet­eigen woning behouden, maar dan alleen voor leningen gesloten vóór 2014.

Het fiscale voordeel van een lening aangegaan in 2008 die recht geeft op de aftrek voor enige woning (woonbonus), leeft verder als een federale vermindering tegen het marginale tarief, het federale equivalent van de woonbonus, als de woning anno 2014 niet meer wordt betrokken en niet langer de eigen woning is.

Wordt daarentegen de woning waarvoor u in 2008 leende, in 2014 nog steeds door u betrokken, dan leeft uw woonbonus verder als een gewestelijke vermindering tegen het marginale tarief, het gewestelijke equivalent van de woonbonus.

Binnen de gewestelijke verminderingen voor de eigen woning wordt er nog een extra onderscheid gemaakt tussen leningen gesloten vóór en vanaf 2015. Voor nieuwe leningen gesloten vanaf 2015 geldt immers niet langer een fiscaal voordeel tegen het marginaal tarief, maar een voordeel tegen een vast tarief van 45 procent.

Dus hebt u in 2004 een lening gesloten die al jaren recht geeft op de belastingvermindering voor bouwsparen en de bijkomende intrestaftrek, en woont u nog steeds in die woning, dan blijven de fiscale voordelen verder toegekend als gewestelijke verminderingen tegen het marginale tarief. Sluit u in 2015 een nieuwe lening voor bijvoorbeeld de verbouwing van die woning, dan komt die tweede lening in aanmerking voor de gewestelijke vermindering tegen 45 procent. Uiteraard geldt het maximumbedrag dat in aanmerking komt voor belastingvermindering voor beide leningen samen.

Feit is dat de huidige vijf fiscale voordelen voor hypothecaire leningen vanaf 2014 uitgroeien tot een kluwen van dertien nieuwe belastingverminderingen naast de gewone intrestaftrek die federaal behouden blijft. En dat zonder dat de gewesten enig initiatief hebben genomen.

De gewestelijke verminderingen voor de eigen woning tegen marginaal tarief en tegen 45 procent gelden echter maar zolang de gewesten niet raken aan het fiscaal voordeel zoals dat nu door de federale wetgever is vastgelegd (zie schema B).

Dus een gewest kan te allen tijde het fiscaal voordeel dat het toekent, wijzigen. In principe kan dat ook voor leningen gesloten vóór 2015. Niemand kan immers voorspellen welke beslissing een nieuwe gewestregering, eventueel dit jaar nog, zal nemen. Naar verwachting zal een mogelijke beperking van het fiscaal voordeel eerst de leningen treffen die gesloten zijn vanaf 2015. Het is dus nog maar de vraag of de belastingvermindering tegen 45 procent ook effectief realiteit wordt.

Bron: Jef Wellens, uit “Belastingaangifte 2013”, De Standaard 16 juni 2014.
Meer over de belastingaangifte:
 www.standaard.be/belastingaangifte

Gepubliceerd op 23-06-2014

  561