Kleine vzw’s, slordige jaarrekeningen

Kleine vzw’s moeten sinds de modernisering van de vzw-wetgeving in 2002 een kasboekhouding voeren en een jaarrekening neerleggen bij de griffie van de rechtbank van koophandel. Of die kleine vzw’s de regels volgden, was tot nu toe een grote onbekende. Een onderzoek van de universiteit van Gent legt de pijnpunten op het vlak van zowel het neerleggen van de jaarrekening als de inhoud ervan bloot.

Een aantal jaren geleden werd de vzw-wetgeving grondig gewijzigd. Dit had tot gevolg dat kleine vzw’s – dit zijn vzw’s die twee van volgende drie criteria niet bereiken: 5 VTE’s, € 250.000 ontvangsten en € 1.000.000 balanstotaal – minstens een vereenvoudigde boekhouding (kasboekhouding) moeten voeren en een jaarrekening op papier moeten neerleggen bij de griffie van de rechtbank van koophandel. Voor grote en zeer grote vzw’s is een vermogensboekhouding, geïnspireerd door het vennootschapsboekhouden uitgewerkt. Zij leggen hun jaarrekening elektronisch neer bij de Balanscentrale.

Een studie door de universiteit Gent waarvan de resultaten gepubliceerd werden in het tijdschrift Accountancy & Bedrijfskunde onderzocht de naleving van deze wetgeving door de kleine vzw’s. Al snel bleek uit de studie dat de 353 onderzochte dossiers in vier groepen konden worden opgedeeld:

  1. actieve kleine vzw’s met vereenvoudigde boekhouding en ingediende jaarrekening: 34,6%;
  2. actieve kleine vzw’s die geen jaarrekening hebben ingediend: 18,0%;
  3. actieve kleine vzw’s die vrijwillig een dubbele boekhouding voeren met dito jaarrekening: 16,4%;
  4. slapende kleine vzw’s (zonder boekhouding noch jaarrekening): 31,0%.

Bijna de helft van de kleine vzw’s respecteert de wetgeving niet

Het hoge aantal slapende vzw’s – bijna 1 op 3 – is alarmerend, temeer omdat er ook geen document van ontbinding werd ingediend bij de griffie. Hoe het in dit geval zit met de aansprakelijkheid van (gewezen) bestuurders, is niet meteen duidelijk.
Naast de slapende vzw’s zijn er ook nog de vzw’s die actief zijn, maar geen jaarrekening indienden bij de griffie van de rechtbank van koophandel (categorie 2 – 18%). Dat betekent dat bijna de helft van alle kleine vzw’s zich niet houdt aan de wetgeving. Indrukwekkende cijfers !

Kleine vzw mag dubbele boekhouding voeren

Bijna één op zes kleine vzw’s opteerden vrijwillig voor het voeren van een dubbele boekhouding. Dit mag onder bepaalde voorwaarden. Zo moet de motivatie in de toelichting vermeld worden en moeten ze gedurende drie opeenvolgende jaren het voeren van een volledige boekhouding aanhouden. De neerlegging van de jaarrekening gebeurt wel nog steeds bij de griffie van de rechtbank van koophandel.

Het onderzoek van de universiteit Gent toonde hieromtrent onder andere aan dat een aantal van die vzw’s een onvolledig eigen model van jaarrekening neerleggen, waar de wetgever hen verplicht minstens het verkort model te gebruiken.

En de kwaliteit van de neergelegde jaarrekening ?

Het is duidelijk: veel kleine vzw’s lappen de wetgeving aan hun laars. En hoe zit het dan met de vzw’s die netjes de regels volgen en hun jaarrekening indienen? Ook hier is er geen goed nieuws te melden.

De jaarrekening op basis van de vereenvoudigde boekhouding wordt vaak onvolledig of foutief opgesteld. Inhoudelijk ligt de overeenstemming met de wettelijke bepalingen behoorlijk laag. De problemen treden vooral op op het gebied van tijdigheid, consistentie en volledigheid.

Al is er geen wettelijke neerleggingstermijn bij de grifie, toch blijkt dat slechts 33% van de kleine vzw’s de termijn die van toepassing is voor grote en zeer grote vzw’s toepast.

En ook op het gebied van volledigheid schort er een en ander. Zo rapporteert slechts 47,5% van de onderzochte vzw’s over de waarderingsregels. Ook al moeten zij de waarderingsregels verplicht samenvatten in de toelichting.

Rol weggelegd voor de cijferberoeper

De problemen zijn omvangrijk. Zoveel is duidelijk. Hoe komt dit nu?

Er is alvast geen link tussen de mate waarin de kleine vzw geniet van subsidies en schenkingen en de kwaliteit van haar jaarrekening (waarbij het fenomeen van “resource dependency theory” dan wel weer een rol speelt bij grote en zeer grote vzw’s).

De regio blijkt wel een impact te hebben op de mate van “compliance”. Net als de leeftijd van de onderzochte verenigingen en de grootte van de raad van bestuur. Maar de aanwezigheid van supervisie over de jaarrekening blijkt de grootste significante impact te hebben. Dit bewijst het belang van een bedrijfsrevisor, accountant of boekhouder om te komen tot een meer kwaliteitsvolle financiële rapportering. De cijferberoeper kan hier dus zeker een rol spelen !

ACB Het onderzoek van Johan Christiaens (UGent en bedrijfsrevisor EY), Simon Neyt EY & UGent en Lode Lancksweerdt (Master TEW en student VSM) werd uitgebreid besproken in het tijdschrift Accountancy & Bedrijfskunde. 

Gepubliceerd op 19-02-2014

  711