1. Home
  2. Nieuws
  3. Uitgespit
  4. Kapitaalverminderingen anno 2018

Kapitaalverminderingen anno 2018

Gepubliceerd op 11-01-2018

Eén van de speerpunten van de hervorming van de vennootschapsbelasting is de manier waarop kapitaalverminderingen worden aangerekend. Vanaf 2018 kan de vennootschap immers niet langer kiezen hoe de aanrekening gebeurt. De vermindering wordt automatisch pro rata aangerekend op het gestort kapitaal, en op de reserves van de vennootschap. Daardoor wordt een deel van de terugbetaling een uitkering van dividenden. En dus belastbaar.

Vroeger: vennootschap kon kiezen

Vroeger was het eenvoudig: bij een kapitaalvermindering kon de vennootschap vrij kiezen op welk bestanddeel de kapitaalvermindering werd aangerekend.

Waarom is dat zo belangrijk?

De keuze heeft fiscaal een grote impact. De terugbetaling van gestort kapitaal is immers belastingvrij. Aangezien vanaf nu de kapitaalvermindering deels wordt aangerekend op de reserves, lijdt dat fiscaal ook tot een uitkering van dividenden. Hierop moet de vennootschap roerende voorheffing inhouden.

Voor de volledigheid, de belastingvrije terugbetaling van kapitaal kan als

  • de terugbetaling het gevolg is van een regelmatige beslissing tot kapitaalvermindering door de algemene vergadering en
  • voortkomt uit (het gedeelte van) het statutair kapitaal dat gevormd is door de werkelijk door de aandeelhouders gedane inbrengen.

Eigenlijk krijgen de aandeelhouders gewoon (een deel) terug (van) wat ze oorspronkelijk hadden ingebracht.

Hoe pro rata berekenen?

De pro rata-aanrekening wordt berekend met een breuk. In de teller van de breuk staan het gestort kapitaal, de uitgiftepremies en de winstbewijzen die met gestort kapitaal worden gelijkgesteld. In de noemer van de breuk de belaste reserves, de in het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves en al wat er in de teller staat.

Er wordt evenwel géén rekening gehouden met:

  • negatieve belaste reserves, andere dan het overgedragen verlies
  • niet in het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves
  • herwaarderingsmeerwaarden, voor zover ze niet uitgekeerd kunnen worden
  • onderschattingen van activa/overschattingen van passiva,
  • de liquidatiereserve en bijzondere liquidatiereserve
  • wettelijke reserve ten belope van het wettelijke minimum.

De vastgeklikte reserves, die werden geïncorporeerd in het kapitaal naar aanleiding van de overgangsregeling voor liquidatieboni (bij stijging tarief van 10 % naar 25 %), blijven gewoon genieten van hun gunstregime. Er zal dus geen RV moeten worden betaald bij de uitkering, als de houdperiode van vier jaar (kmo’s) of acht jaar (grote vennootschappen) wordt gerespecteerd.

Wanneer treden de nieuwe regels precies in werking?

  821