Het nieuwe WVV: wat verandert er voor u op 1 januari?

Gepubliceerd op 13-12-2019

Het nieuwe jaar luidt een nieuwe fase in voor de toepassing van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV). De impact is voor heel wat vennootschappen tot nu toe beperkt gebleven, maar daar komt vanaf 1 januari 2020 verandering in. “Voor de bestuurder van een vennootschap is het belangrijk hiervan op de hoogte te zijn en tijdig actie te ondernemen”, waarschuwt Thomas Vandersmissen, advocaat vennootschapsrecht bij K law. Hij antwoordt op de drie meest prangende vragen.

“Het beste advies blijft nog steeds om de statuten van de vennootschap spoedig aan te passen. Dit resulteert niet enkel in rechtszekerheid, maar zal de betrokken partijen ook verplichten om stil te staan bij de wijzigingen en de impact ervan op het dagelijks vennootschapsleven.” Als advocaat gespecialiseerd in het Belgisch vennootschapsrecht blikt Thomas Vandersmissen vooruit naar de volgende fase in de invoering van het nieuwe WVV. “Verschillende bepalingen zijn voortaan van rechtswege van toepassing. Het gaat dan voornamelijk over de dwingende bepalingen en enkele aanvullende bepalingen, tenzij de statuten daarvan uitdrukkelijk afwijken. Feit is dat het grootste deel van de bepalingen van het WVV op 1 januari in werking treden. We moeten dus voorbereid zijn!”

Q: De BVBA’s worden van rechtswege omgezet in BV’s. Is dat zo’n dwingende bepaling?

A: Inderdaad. Een eerste categorie dwingende bepalingen heeft betrekking op de terminologie. Vanaf 1 januari verdwijnen een aantal vennootschapsbenamingen en afkortingen uit het handelsverkeer. Zo wordt de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA) een besloten vennootschap (BV). Dit wil dus zeggen dat de bestaande vennootschappen vanaf nu deze benamingen moeten hanteren, ook al luiden hun statuten anders. Ook andere begrippen verdwijnen. Zo spreken we niet meer van een zaakvoerder in een BV, maar van een bestuurder.

Q: Nog een grote verandering voor de bestaande BVBA’s: het kapitaal verdwijnt?

A: Ja, de grootste impact van het WVV situeert zich op het niveau van de BVBA waar onder meer het begrip kapitaal wordt afgeschaft. We spreken enkel nog over inbrengen door de aandeelhouders die dan, naar keuze van de aandeelhouders, geboekt worden op de beschikbare eigen vermogensrekening of op de onbeschikbare eigen vermogensrekening. Beschikbaar is dan dat deel dat door de aandeelhouders kan worden uitgekeerd, bijvoorbeeld via dividenden. Het onbeschikbaar deel is niet voor uitkering vatbaar. Anders dan bij de vroegere BVBA, schrijft de wet geen minimuminbreng meer voor. Partijen zijn vrij te bepalen welke inbreng ze doen en of ze een deel als onbeschikbaar kwalificeren of niet. Let wel: dit is enkel voor de BV. Voor de NV blijft het begrip kapitaal bestaan.

Ook voor bestaande BVBA’s is dit principe voortaan van toepassing. Het bedrag dat een BVBA vandaag als volstort kapitaal heeft, wordt per 1 januari van rechtswege geboekt op de statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening. Het niet-volstort gedeelte wordt geboekt op de eigen vermogensrekening ‘niet-opgevraagde inbrengen’. Deze bedragen zijn dus niet voor uitkering vatbaar. Men kan daarvan afwijken. Zo is er voor de bestaande BVBA’s geen verplichting om een bepaald bedrag als onbeschikbaar te behouden. Wel veronderstelt dit een statutenwijziging.

party-glass-architecture-windows-34092

Q: De bestuurder van een vennootschap moet zich ervan bewust zijn dat het WVV de corporate compliance praktijk verandert. Hoe kan hij zich daarop voorbereiden?

A: Het is de opdracht van de bestuurder om erover te waken dat de vennootschap alle geldende wetgeving naleeft. Dit veronderstelt dat hij in het dagelijks functioneren de nieuwe bepalingen van het WVV moet naleven. Ook hier zijn er wijzigingen vanaf 1 januari 2020.

Zo is de belangenconflictregeling aangepast. Deze procedure moet telkens toegepast worden wanneer een bestuursorgaan een beslissing moet nemen en een bestuurder vaststelt dat hij een belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig zou kunnen zijn met het belang van de vennootschap. Het klassieke voorbeeld is de bestuurder die een pand verhuurt aan de vennootschap. Enerzijds heeft hij belang met een zo hoog mogelijke huurprijs, terwijl de vennootschap zo weinig mogelijk wil betalen. Onder het oude wetboek werd voorzien in een meldingsplicht en de verplichting dit ook mee op te nemen in het jaarverslag. Het nieuwe WVV herneemt deze procedure in belangrijke mate maar voorziet nu ook uitdrukkelijk dat de betrokken bestuurder niet mag deelnemen aan de beraadslaging. Dit is nieuw en moet dus vanaf 1 januari ook op deze manier correct weergegeven worden in de notulen van het bestuursorgaan.

Een andere wijziging: wanneer binnen een algemene vergadering gestemd zou worden met een onthouding, werd dit vroeger wel meegenomen in de noemer om de bereikte meerderheid van stemmen te berekenen. Dit is niet langer het geval. De blanco stemmen worden voortaan in hun geheel geneutraliseerd.

Tot slot, binnen een BV is de alarmbelprocedure gewijzigd. Onder het oude wetboek moest het bestuursorgaan een algemene vergadering bijeenroepen om te oordelen over het verdere bestaan van de vennootschap van zodra zij vaststelde dat het netto-actief van de vennootschap onder bepaalde drempels was gezakt. Vroeger werden deze drempels gekoppeld aan het maatschappelijk kapitaal. Door de afschaffing ervan, heeft het WVV dit aangepast voor de BV. Voortaan is de procedure van toepassing van zodra het netto-actief negatief is (of gedaald is onder de grens van het onbeschikbare eigen vermogen).

Maar, en dat is de grootste nieuwigheid, de procedure moet ook toegepast worden wanneer het bestuursorgaan van oordeel is dat de vennootschap over een periode van 12 maanden redelijkerwijs niet langer in staat zal zijn haar verbintenissen na te komen. Dit veronderstelt dus vanaf 1 januari 2020 een permanente monitoring door het bestuursorgaan. Uiteraard geldt dit enkel voor de BV. Niet voor de NV waar het kapitaalbegrip behouden blijft.

 

Expert: Thomas Vandersmissen

  741