Het nieuwe tax shelter regime

Hoewel het tax shelter regime, waarmee bedrijven kunnen investeren in Belgische audiovisuele werken, heel wat succes oogstte, was er toch ook heel wat kritiek te horen. De regering heeft met die kritiek rekening gehouden bij het grondig hertekenen van het systeem. De regels die hier worden beschrijven zijn geldig voor raamovereenkomsten afgesloten vanaf 1 januari 2015.

Voor wie?

Het regime is toegankelijk voor alle binnenlandse vennootschappen en de Belgische inrichtingen van buitenlandse vennootschappen die willen investeren in een Europees audiovisueel werk. De (potentiële) investeerder mag geen (on)rechtstreekse rechten in het audiovisueel werk bezitten of in bezit gehad hebben.

Wie wordt er uitgesloten? (i) televisieomroepen, (ii) de productievennootschap zelf die het audiovisueel werk gaat produceren (iii) en de met de productiemaatschappij verbonden vennootschappen.

Voorwaarden

De vennootschap moet investeren in een audiovisueel werk dat door de Vlaamse, Waalse of Duitse Gemeenschap erkend werd als een Europees werk in de zin van de Europese richtlijn 'Televisie zonder grenzen'. Hieronder vallen een ruime variatie aan audiovisuele werken: fictiefilms, documentaires of animatiefilms bestemd om in de bioscoop te worden vertoond, kortfilms met uitzondering van korte reclamefilms, lange fictiefilms voor televisie (eventueel verdeeld in afleveringen), animatieseries, kinder- en jeugdreeksen (fictiereeksen met een educatieve, culturele en informatieve inhoud voor een doelgroep van 0 tot 16-jarigen), en documentaires voor televisie.

Eerste stap: afsluiten van een raamovereenkomst

De investerende vennootschap sluit een raamovereenkomst af met de productiemaatschappij, waarbij de investeerder zich engageert een som over te maken aan de producent. Vanaf dat moment loopt er een termijn van achttien maanden waarbinnen de productievennootschap kosten mag maken om – met de ontvangen financiering – het audiovisueel werk te realiseren.

Binnen één maand na het ondertekenen van de raamovereenkomst moet ze door de productiemaatschappij (of eventueel de tussenpersoon) worden aangemeld bij de FOD Financiën.

Tweede stap: het tax shelter attest en een belastingvrijstelling

De investerende vennootschap heeft recht op een belastingvrijstelling. Zijn winst wordt vrijgesteld ten belope van 150 % van de fiscale waarde van het tax shelter-attest. Dit is een attest dat op verzoek van de productievennootschap wordt afgeleverd door de FOD Financiën.

De fiscale waarde wordt bepaald op basis van de uitgaven die gedaan werden om werk te realiseren. Meer concreet is de fiscale waarde gelijk aan 70 % van de rechtstreekse productiekosten die tijdens de periode van 18 maanden na de ondertekening zijn gedaan binnen de EER, maar wel beperkt tot tien negende van de in België gedane productie- en exploitatiekosten. Als het totaal van de in België gedane uitgaven die rechtstreeks verbonden zijn met de productie lager is dan 70 % van de productie- en exploitatiekosten die in België zijn gedaan, zal de fiscale waarde van het attest proportioneel verminderd worden a rato van het percentage van de uitgaven die rechtstreeks verbonden zijn met de productie in verhouding tot de vereiste 70 %.

De absolute waarde van het tax shelter-attest wordt beperkt tot 15 miljoen euro.

Het tax shelter attest kan natuurlijk pas afgeleverd worden na het aflopen van de termijn van achttien maanden. Pas dan kan de fiscale waarde worden vastgesteld en de effectieve belastingvrijstelling worden toegekend. Om daaraan tegemoet te komen krijgt de investeerder ondertussen al een voorlopige vrijstelling, die wordt bepaald op 150 % van de verwachte fiscale waarde van het tax shelter-attest. De facto wordt dit opgelost door de voorlopige vrijstelling toe te staan op basis van 310 % van de bedragen die de vennootschap in de raamovereenkomst heeft toegezegd te zullen storten binnen de drie maanden na de ondertekening.

De vrijstelling is per belastbaar tijdperk aan een dubbele beperking onderworpen, enerzijds een relatieve beperking (= beperking tot 50 %, van de belastbare gereserveerde winst van de investerende vennootschap vóór samenstelling van de vrijgestelde reserve), anderzijds een absolute beperking (= het absolute maximum van de vrijstelling bedraagt 750 000 EUR).

De vrijstelling is overdraagbaar naar een volgend belastbaar tijdperk, als er tijdens het belastbaar tijdperk zelf geen of onvoldoende winsten zijn om de vrijstelling te kunnen ‘benutten’, zonder dat de bovengenoemde grenzen mogen worden overschreden.

Derde stap: behouden of verloren gaan van de vrijstelling

Zoals bij vele fiscale vrijstellingen, moet de klassieke onaantastbaarheidsvoorwaarde worden gerespecteerd, om de voorlopige vrijstelling te krijgen/behouden. Dit wil zeggen dat de vrijgestelde winst op een afzonderlijke rekening van het passief moet worden geboekt en moet behouden blijven tot op de datum waarop het tax shelter-attest aan de investeerder wordt afgeleverd.

Terwijl de vennootschap geniet van de voorlopige vrijstelling, zijn er drie mogelijke hypothesen die zich kunnen voordoen:

  • Het tax shelter-attest wordt afgeleverd: de vrijstelling wordt definitief. Vanaf dan is de reserve niet langer onaantastbaar, maar kan de vennootschap er vrij over beschikken (= de vrijgestelde reserve overboeken naar de beschikbare reserves). Er zal geen belasting verschuldigd zijn, omdat de toename van de belaste reserves wordt gecompenseerd door een verhoging van de begintoestand van de belaste reserves.
  • De wettelijke voorwaarden worden niet nageleefd door de vennootschap (bv. de onaantastbaarheidsvoorwaarde wordt geschonden): de voorlopig vrijgestelde winst wordt gezien als belastbare winst van het belastbaar tijdperk waarin de voorwaarden niet langer worden gerespecteerd en belast aan het gewone tarief van de vennootschapsbelasting (33,99 %). Bovendien worden er nalatigheidsinteresten aangerekend op de verschuldigde belasting vanaf 30 juni van het jaar dat volgt op het jaar van de belasting voor hetwelke de vrijstelling voor de eerste keer werd gevraagd.
  • de investeerder heeft op 31 december van het vierde jaar volgend op het jaar van ondertekening van de raamovereenkomst het tax shelter-attest niet ontvangen: de voorheen vrijgestelde winst wordt belast. Er worden nalatigheidsinteresten aangerekend op de verschuldigde belasting vanaf 30 juni van het jaar dat volgt op het jaar van de belasting voor hetwelke de vrijstelling voor de eerste keer werd gevraagd.

  

Subsidiezakboekje 2015

Meer hierover en over andere fiscale incentives vindt u in het Subsidiezakboekje.

Gepubliceerd op 06-07-2015

  495