Het mobiliteitsbudget in beeld

Gepubliceerd op 05-04-2019

Wie een bedrijfswagen heeft, kan sinds 2018 zijn voertuig inwisselen voor een mobiliteitsvergoeding (‘cash for cars’). Omdat de mobiliteitsvergoeding een ‘alles of niets-verhaal’ is (de bedrijfswagen inruilen of hem behouden), heeft de Regering nu een tweede alternatief gecreëerd voor de bedrijfswagen: het ‘mobiliteitsbudget’.

Het grote verschil met de mobiliteitsvergoeding is dat een werknemer met het mobiliteitsbudget nog altijd voor een bedrijfswagen kan kiezen, maar dan wel voor een milieuvriendelijke variant. Daarbovenop kan hij ook voor aanvullende (alternatieve) transportmiddelen kiezen.

Voor de verschillende mogelijkheden van het mobiliteitsbudget gelden bepaalde fiscale behandelingen, die wij voor u (letterlijk dan) inbeeld brengen.

electric-car-734573_1920

Pijler 1: ‘milieuvriendelijke wagen’

Net zoals voor elke bedrijfswagen zal (in hoofde van de werkgever) ook voor een milieuvriendelijke wagen een belastbaar voordeel van alle aard berekend worden.

alternatieve-vervoersmiddelen

Pijler 2: alternatieve en duurzame transportmiddelen

Als alternatief voor de bedrijfswagen worden duurzame vervoersmiddelen (deelwagens, de fiets, openbaar vervoer,…) maximaal aangemoedigd. Daarom worden deze middelen volledig vrijgesteld van belasting (in hoofde van de werknemer). Om dezelfde reden is deze tweede pijler ook volledig aftrekbaar voor de werkgever.

resterend-mobiliteitsbudget

Pijler 3: resterend deel mobiliteitsbudget

Het overblijvende budget dat niet opgebruikt is, zal volledig uitbetaald worden aan de werknemer. De werknemer is er wel een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van 38,07% op verschuldigd, maar geen bijkomende fiscale lasten worde geïnd. Het saldo is 100% aftrekbaar in hoofde van de werkgever.

eigen-bijdrage-werknemer

‘Eigen bijdrage’ werknemer

Wanneer de werknemer voor zijn bedrijfswagen een ‘eigen bijdrage’ betaalde (betaald gedurende de laatste maand vóór de inlevering van de bedrijfswagen en geprorateerd op jaarbasis), zal deze in mindering worden gebracht van het jaarlijks belastbaar voordeel van de mobiliteitsvergoeding.

cumul

Cumul

Naast het mobiliteitsbudget blijven andere vergoedingen, zoals tussenkomst woon-werkverkeer gewoon bestaan. Het is de werknemer niet toegestaan om de vrijstelling voor deze vergoedingen te cumuleren, op voorwaarde dat de dezelfde werkgever deze uitbetaalt.  Deze precisering moet voorkomen dat een werknemer die twee deeltijdse jobs combineert en bv. bij de ene werkgever een mobiliteitsvergoeding en bij de andere een terugbetaling van een treinabonnement ontvangt, daardoor gestraft zou zijn.

Bron: Christine Van Geel op monKEY volgens de Wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget, BS 29 maart 2019.

  112