Het kind van de rekening

Wie kinderen heeft, krijgt een belastingvermindering. Hoe meer u er hebt, hoe groter het deel van het inkomen dat vrijgesteld is van belasting. Bent u gehuwd of wettelijk samenwonend, dan gaat dat voordeel automatisch naar de partner met het hoogste inkomen. Feitelijke samenwoners kiezen zelf wie het voordeel krijgt.

Werkt u in het buitenland, dan wordt u belast in de ‘werkstaat’. Het buitenlandse inkomen is in België vrijgesteld. Heeft de echtgenoot die in het buitenland werkt het hoogste inkomen in het gezin — wat vaak het geval is — dan gaat het fiscaal voordeel voor de kinderen de facto verloren. De vrijstelling wordt dan immers aangerekend op inkomen dat al vrijgesteld is. Bij drie kinderen bedraagt het fiscaal verlies 3000 euro, bij vier kinderen loopt dat op tot meer dan 5000 euro per jaar. Belasting die u extra betaalt en niet zou betalen als het hoogste inkomen in het gezin van Belgische makelij was, of als u feitelijk samenwoonde. Feitelijke samenwoners kunnen kinderen fiscaal ten laste laten nemen door de partner met het lagere Belgische inkomen, maar gehuwden of wettelijke samenwoners kunnen dat niet. De wet laat dat niet toe.

Het Europese Hof van Justitie oordeelde eind 2013 dat die wettelijke bepaling — de verplichte aanrekening op het hoogste inkomen (art 134 §42° WIB92) — het vrije verkeer schendt en dus in strijd is met het Europees recht. Ook het Grondwettelijk Hof verklaarde die wetsbepaling in het voorjaar van 2014 discriminerend en dus ongrondwettelijk. Kous af, denk je dan. De wet wordt niet langer toegepast en de vrije keuze wordt veralgemeend. Maar dat is buiten de fiscus gerekend.

In een lijvige technische rondzendbrief, die de fiscus publiceerde als reactie op de rechtspraak en de talloze bezwaarschriften die erop volgden, wordt alles uit de kast gehaald om de terugbetalingen aan de benadeelde personen tot een minimum te beperken: er is geen sprake van keuzevrijheid, de vrijstelling voor kinderen mag verder worden aangerekend op reeds vrijgestelde buitenlandse inkomsten en enkel in zeer uitzonderlijke gevallen en wanneer er geen enkel voordeel voor de kinderen kon worden genoten in het buitenland, kan een beperkt bedrag worden terugbetaald. Maar bijna nooit als het inkomen in Luxemburg of Frankrijk behaald is en al helemaal niet als het uit Nederland komt. Honderden bezwaarschriften kregen zo nul op het rekest. De starre houding van de fiscus is wellicht ook budgettair geïnspireerd. Een regularisatie op basis van een vrije aanrekeningskeuze, zou de staat miljoenen euro’s kosten.

Toch blijft er een structureel probleem. De rondzendbrief is een lapmiddel. In essentie stoelt die brief nog altijd op een wetsbepaling die indruist tegen het Europees recht en die bovendien ongrondwettelijk is. Die wet mag dus niet meer worden toegepast, tenzij ze wordt aangepast. Dat gaat ook gebeuren. “Zo snel mogelijk”, bevestigde de minister van Financiën in januari nog. Maar zo’n wetswijziging ‘voor de toekomst’, maakt uiteraard de rekening niet van zij die bezwaar indienden tegen hun belastingafrekening ‘uit het verleden’.

Het was dus uitkijken naar de eerste rechter die zich over deze heikele kwestie zou uitspreken ná de publicatie van de rondzendbrief. Die eer viel vorige maand te beurt aan het Antwerpse hof van beroep. En de belastingbetaler krijgt over de hele lijn gelijk. De rechter schuift de rondzendbrief van de fiscus gewoon aan de kant. Die is “niet relevant” omdat hij “afbreuk doet aan de wet en aan de uitspraken van het Hof van Justitie en het Grondwettelijk Hof”. De belasting moet worden herberekend, zonder verplichte aanrekening op het hoogste, in casu Nederlandse inkomen. De vrijstelling voor de kinderen mag, naar keuze, worden aangerekend op het lagere Belgische inkomen, wat jaarlijks duizenden euro’s meer oplevert voor de betrokkenen.

Eén zwaluw maakt de lente niet, maar dit arrest verrast niet en is een belangrijk precedent. De toon is gezet. De vele bezwaarschriften die ‘on hold’ staan, kunnen worden gereanimeerd voor de rechtbank. Maar zover hoeft het niet te komen, mocht de fiscus zich neerleggen bij het verdict van Antwerpen en de discriminatie met een nieuwe rondzendbrief wegwerken, voor alle ‘hangende geschillen’ zoals dat heet. Dat zou een elegantere oplossing zijn, één met een prijskaartje weliswaar.

Wat voorafging: zie eerder gepubliceerd artikel op TaxWorld.

(Jef Wellens, Trends 15 oktober 2015)

Gepubliceerd op 19-10-2015

  444