Het bankgeheim op weg naar de uitgang? Een gesprek met Dirk Coveliers

Komt er een einde aan het bankgeheim? Het boek Bankgeheim en privacy biedt een genuanceerd antwoord op deze vraag. Wij zochten Dirk Coveliers (één van de auteurs van het boek) op, voor wat meer uitleg.

Dat Dirk Coveliers de geknipte man is voor zo’n gesprek blijkt al snel voor wie naar zijn indrukwekkende loopbaan kijkt.

Zo is Dirk reeds meer dan twintig jaar actief als fiscalist in de financiële sector. Eerst bij een grootbank, waar hij doorgegroeide in een managementfunctie voor internationale fiscale ondersteuning aan het Retail netwerk en middelgrote kmo’s. Momenteel is hij fiscaal expert bij Petercam, waar hij zich toelegt op vermogensstructurering zowel bij particulieren, vennootschappen van vrije beroepers, familiebedrijven  als institutionelen (bv. kloostergemeenschappen, pensioenfondsen, ….).  Sinds hij bij Petercam is (al bijna tien jaar), doet hij daar ook ervaring op met rechtstreeks klantencontact, wat hij zelf “zeer verrijkend” noemt, “het stimuleert de creativiteit bij het zoeken naar de meest geschikte oplossingen.” In deze hoedanigheid werkte hij inmiddels  in samenwerking met enkele academici en notarissen nieuwe oplossingen uit voor mentaal gehandicapte kinderen en voor families die geconfronteerd worden met dementie.  Daarnaast biedt hij interne fiscale ondersteuning voor beleggingsproducten en vooral van de fondsen (ICBE). 
Zijn jarenlange ervaring en expertise in de beleggingsfiscaliteit wordt in de financiële sector dan ook ten zeerste gewaardeerd: zo werd  hij benoemd tot voorzitter van de fiscale werkgroep van BeAMA (Belgian Asset Management Association), en is hij al verschillende jaren lid van de expertengroep, die door de Europese Commissie geconsulteerd wordt in het kader van de herziening van de spaarrichtlijn, van de bijstandsrichtlijn, van FATCA en sinds kort ook de ‘Common Reporting Standard’. Dat laatste geeft hem dan weer bij uitstek voeling met de visie van de ‘Europese wetgever’.

Waarom een boek over het bankgeheim, en waarom nu?

Ik heb de laatste vijftien jaar de Europese en andere internationale initiatieven tot uitwisseling van informatie met betrekking tot beleggingen nauwgezet gevolgd. Verschillende van die initiatieven zijn de laatste vijf jaar in zo’n stroomversnelling geraakt dat het nog moeilijk volgen is. Vandaar dat in het boek een stand van zaken wordt gegeven van alle initiatieven. Bovendien zijn we aan een keerpunt gekomen. De automatische uitwisseling van informatie over inkomsten en opbrengsten van beleggingen is nu de internationale norm geworden.  Ik heb in het boek ook duidelijk willen maken dat ook landen met een (grond-)wettelijk beschermd bankgeheim (zoals Zwitserland, Luxemburg,…) zullen moeten overstappen naar automatische uitwisseling.

Verder heb ik ook de evolutie in België willen schetsen, want ook daar zijn er sinds 2011 heel wat versoepelingen waar te nemen.

Ten slotte leek het  me een hele uitdaging om deze evolutie naar meer fiscale transparantie ook af te toetsen aan het recht op eerbiediging van het privéleven van de belastingplichtige, een materie waarvan de grenzen nog niet goed bekend zijn. Het is de uitwerking van de combinatie van deze twee onderwerpen samen (uitwisseling fiscale informatie en eerbiediging van de privacy), die dit werk uniek maken.  Het luik over de bescherming van het privéleven is volledig uitgewerkt door Henk Verstraete en Lizelotte De Maeyer.

De laatste jaren kwam het bankgeheim steeds meer in the picture, maar het is al een veel ouder verhaal?

In het boek ga ik terug tot aan de Franse revolutie!  Zelf heb ik op het einde van de jaren negentig al conferenties in Zwitserland gegeven over de principes van de spaarrichtlijn, die toen nog in de ontwerpfase zat en waarvan de realisatie op dat moment nog helemaal niet zeker was.  Verschillende Zwitserse bankiers vernamen toen pas dat er onderhandelingen bezig waren tussen de Europese Commissie en de Zwitserse fiscale administratie om tot een analoge regeling te komen. Een ware cultuurschok voor hen.  Vele bankiers waren toen sceptisch over de slaagkansen van dit ontwerp van richtlijn.  Maar enkele jaren later, in 2003, was de spaarrichtlijn een feit, alsook de analoge akkoorden met derde-staten waaronder Zwitserland, Liechtenstein en Monaco.

We evolueren steeds meer naar een versoepeling van het bankgeheim. De economische en financiële crisis is daarin een belangrijke factor. Hoe precies?

Sinds de financiële crisis van 2008 werden wereldwijd alle pijlen gericht op het bankgeheim en de bestrijding ervan. Na de financiële crisis kregen we de economische, die in Europa vooral voelbaar was bij de bevolking in Griekenland, Spanje, Italië en Portugal.  Deze landen werden geconfronteerd met enorme jeugdwerkloosheid en een uitzichtloze schuldenberg.  Eerder dan nog meer onpopulaire besparingsmaatregelen te treffen ten laste van een bevolking die het al zeer zwaar te verduren had, heeft men er internationaal (ook bij G20 en OESO) voor gekozen om de belastingfraude te bestrijden door fiscale paradijzen en het bankgeheim aan te vallen, alsook door effectieve uitwisseling van fiscale informatie te bekomen teneinde zo bijkomende inkomsten te vinden om de nationale begrotingen te kunnen saneren.

In uw boek noemt u de Amerikaanse FATCA-regelgeving de grote doorbraak in de bestrijding van het bankgeheim…

Inderdaad. Vandaar ook de symbolische afbeelding van het Amerikaanse vrijheidsbeeld op de cover! De eerste versie van de spaarrichtlijn heeft ongeveer vijftien jaar nodig gehad om door alle lidstaten unaniem aanvaard te worden.  Er was telkens wel een lidstaat die dwarslag bij de stemming. De tekst voor de herziening van deze spaarrichtlijn was al klaar tegen eind 2009, maar is bijna vijf jaar blijven liggen vooraleer hij, nu net in maart 2014, algemeen aanvaard werd.  De Amerikanen zijn er echter in geslaagd om hun regeling van informatie-uitwisseling (gekend onder FATCA, wat staat voor ‘Foreign Account Tax Compliant Act’), gestemd in 2010,  op te leggen aan alle Europese landen en ook nog landen buiten Europa. Zij kunnen dit doordat zij een economische grootmacht zijn en dus hun standpunt gemakkelijker kunnen afdwingen onder economische druk.

De regelingen waren aanvankelijk voorzien onder de vorm van individuele contracten tussen buitenlandse financiële instellingen en de Amerikaanse fiscus. Gaat een instelling niet akkoord of respecteert zij de afspraak niet, dan ondergaan de Amerikaanse beleggingen van al haar klanten een fiscaal ongunstige behandeling  en zal die instelling ook geen economische opportuniteiten meer kunnen aangrijpen in de USA. Deze individuele ‘contract’regeling is geleidelijk omgezet in administratieve verdragen (‘IGA’ of intergouvernementeel akkoord) met nagenoeg alle Europese lidstaten, waaronder ook Luxemburg.  In dit akkoord werden door Luxemburg regelingen aanvaard van automatische uitwisseling die soepeler waren dan die van de spaarrichtlijn, waarvoor Luxemburg nog een bronheffing toepast. Doordat Luxemburg ook de bijstandsrichtlijn heeft aanvaard, wordt de ‘most favoured nation clause’ (of meest begunstigde natie-clausule) van deze richtlijn van toepassing en moet zij de meer soepele afspraak ook toepassen  voor de spaarrichtlijn. Luxemburg zal dus ook een einde stellen aan de overgangsperiode met inhouding van bronheffing per 1 januari 2015. Of hoe uiteindelijk de Amerikaanse wetgever via administratieve akkoorden Luxemburg op de knieën heeft gekregen om de overgangsperiode met toepassing van een bronheffing te beëindigen.

De FATCA-regeling is ten slotte ook de basis geworden voor een wereldwijde regeling van uitwisseling van informatie, die gekend is onder ‘Common Reporting Standards’, en waarover nu wereldwijd onderhandeld wordt.

Er zou zelfs een ‘Europese FATCA’ kunnen aankomen?

Er ligt inderdaad al een voorstel van aanpassing van de bijstandsrichtlijn op tafel om de informatie die automatisch naar de USA uitgewisseld moet worden voor US persons, ook te voorzien voor ingezetenen van de Europese Unie die een rekening aanhouden buiten hun woonstaat maar binnen de EU. Als dit voorstel tijdig aanvaard word, dan zou die al van toepassing kunnen zijn vanaf 2015.

Zelfs Zwitserland, toch de traditionele veilige haven van het bankgeheim, wankelt?

Inderdaad, dit kan men uitgebreid in het boek lezen (al lachend).

Anderzijds geeft u wel aan dat de veel gehoorde uitspraak “het einde van het bankgeheim in België” toch enigszins genuanceerd moet worden?

Jazeker, vooral voor Belgische inwoners, in die zin dat er regels tegen misbruiken van de fiscus ingebouwd werden in de wet, waaronder een getrapte procedure waarbij de informatie eerst bij de belastingplichtige zelf gevraagd moet worden.  Zoals Filip Dierckx, voorzitter van Febelfin, terecht in zijn voortreffelijk geformuleerd voorwoord bij dit boek schreef: “il faut fortifier la justice et justifier la force”!

U schreef dit boek niet alleen. Wie zijn uw medeauteurs?

Ik schreef enkel het deel over de evolutie van het bankgeheim in Belgische en Internationale context. Henk Verstraete, partner van het advocatenkantoor Liedekerke Wolters Waelbroeck Kirkpatrick en Lizelotte De Maeyer, eveneens werkzaam als advocaat op dat kantoor, hebben het luik over de bescherming van het privéleven behandeld. Zij beschrijven helder de relatie van deze evolutie van gegevensuitwisseling met de bestaande privacyreglementering. De adviezen en de aanbevelingen van de Privacycommissie en de Europese privacyreglementering komen hierbij uitvoerig aan bod. Zij analyseren ook grondig hoe informatie tussen de verschillende ambtenaren van de FOD Financiën onderling ter beschikking kan worden gesteld en in welke mate de verschillende ambtenaren van de FOD Financiën informatie kunnen inwinnen. Er wordt eveneens een overzicht gegeven van het wettelijk kader rond de fiscale centrale gegevensdatabank en de mate waarin dit wettelijk kader in conflict kan komen met het recht op privacy en de privacy rechten van een belastingplichtige.

Voor wie is het boek bedoeld? Waarom dit boekje kopen?

Dit boek is een aanrader voor al wie wil weten waar wij op het vlak van uitwisseling van bancaire informatie naartoe evolueren en welke bescherming van het privéleven we op fiscaal vlak nog kunnen blijven genieten. Het is bij mijn weten ook een unicum dat deze beide aspecten samen in één boek behandeld werden.  De materie is up-to-date tot bij de ondertekening van het FATCA akkoord met België (april 2014) en er worden ook enkele toekomstvisies mee gegeven.
Naast fiscalisten, notarissen, advocaten en personen werkzaam in de financiële sector, richt dit boek zich eveneens tot particulieren en ondernemers die in deze problematiek geïnteresseerd zijn.


bankgeheim Het boek BANKGEHEIM EN PRIVACY. Over de opheffing van het fiscaal bankgeheim en de privacybescherming van de financiële persoonsgegevens verschijnt in de reeks Fiscale Praktijkstudies. Het deel over het bankgeheim is van de hand van Dirk Coveliers (Petercam). Het tweede luik over de verhouding van gegevensuitwisseling en privacy werd geschreven door Henk Verstraete en  Lizelotte De Maeyer, beiden verbonden aan het advocatenkantoor Liedekerke, Wolters, Waelbroeck en Kirkpatrick.

 

Wilt u de auteurs van dit boek aan het werk zien.  Kom dan naar de opleiding ‘Bankgeheim en privacy’.

Petercam

Gepubliceerd op 30-04-2014

  489