Hervorming erfrecht en erfbelasting: een grote revolutie?

Een gesprek met monKEY-expert Caroline Maes

Gepubliceerd op 23-08-2018

Binnen enkele dagen treedt het vernieuwde federale erfrecht in werking. De Vlaamse fiscale decreetgever heeft op deze wetswijziging ingespeeld door ook de Vlaamse erfbelasting een facelift te geven. TaxWorld sprak met expert en monKEY-auteur Caroline Maes over de impact van deze hervormingen.

Als nieuwe auteur heeft u uw handen al vol gehad met de vele wijzigingen in de module successierecht. Na het federale erfrecht is het nu de beurt aan de Vlaamse erfbelasting. Wat zijn de daarbij meest in het oog springende wijzigingen?

De hervorming van de erfbelasting kan worden samengevat in drie krachtlijnen:

Vandaag de dag erft de langstlevende partner, dat zijn echtgenoten, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden na drie jaar samenwonen, de gezinswoning vrij van erfbelasting. Vanaf 1 september 2018 zal de langstlevende partner bijkomend genieten van een vrijstelling op de eerste schijf van  50.000 euro roerende goederen. Aangezien de eerste schijf tot 50.000 euro belast wordt aan het laagste tarief van 3 %, komt dat neer op een maximale vrijstelling van 1.500 euro.

In lijn met het regime zoals van toepassing voor de langstlevende partner, zal de vrijstelling van erfbelasting voor de vererving van de gezinswoning voortaan ook gelden voor kinderen jonger dan 21 jaar van wie beide ouders (of de langstlevende van hen) overlijdt/overlijden. Tegelijkertijd wordt er een bijkomende vrijstelling ingevoerd op de eerste schijf van 75.000 euro roerende goederen. Rekening houdend met de toepasselijke progressieve tarieven van 3 % op de eerste 50.000 euro en 9 % op de volgende schijf, is dat een maximale vrijstelling van 3.750 euro.

Ten slotte worden de progressieve tarieven voor een verkrijging tussen broers en zussen en voor een verkrijging tussen anderen verlaagd, waarbij de laagste schijf wordt belast aan 25 % (in plaats van 30 % en 45 %) en de hoogste schijf wordt belast aan 55 % (in plaats van 65 %).

De Vlaamse decreetgever heeft ook rekening gehouden met de verzuchtingen van de federale wetgever. Onder andere de erfenissprong en het voortgezet vruchtgebruik zijn daar voorbeelden van. Een geslaagde hervorming?

In het najaar 2017 kwam de erfenissprong al uitvoerig ter sprake, omdat bij decreet van 8 december 2017 een bepaling in de erfbelasting werd opgeheven (met name art. 2.7.7.0.3 VCF). Daardoor kan een erfenissprong in het Vlaams Gewest sindsdien ook effectief een fiscaal voordeel op het vlak van erfbelasting opleveren. Het feit dat bij de huidige hervorming een vrijstelling van schenkbelasting wordt ingevoerd voor een doorgeefschenking naar aanleiding van een erfenissprong moet dan ook positief worden onthaald. Het biedt immers de mogelijkheid om een erfenis ‘kosteloos’ door te geven aan de volgende generatie.

Wat het voortgezet vruchtgebruik betreft, wordt vanuit een civielrechtelijk perspectief gesproken over een bijkomende bescherming ten voordele van de langstlevende partner, maar vanuit fiscaalrechtelijk perspectief moet er rekening mee worden gehouden dat deze bescherming een bijkomende erfbelasting impliceert in hoofde van de langstlevende partner. Het voortgezet vruchtgebruik wordt immers beschouwd als een nieuw vruchtgebruik dat voortkomt uit de nalatenschap van de eerststervende partner. Dit gevolg van de gewijzigde erfbelasting naar aanleiding van de hervorming van het erfrecht mag dus niet uit het oog worden verloren.

Het moet enigszins worden toegejuicht dat de Vlaamse decreetgever heeft ingespeeld op de hervorming van het erfrecht. Het is wel jammer dat deze hervorming zich beperkt tot de Vlaamse schenk- en erfbelasting. Het verschil met de Brussels Hoofdstedelijke en Waalse schenk- en erfbelasting wordt zo nog groter.

Is de hervorming al bij al zo’n grote revolutie als men wil doen geloven?

Wanneer we ons beperken tot de hervorming van de Vlaamse (schenk- en) erfbelasting lijkt het mij eerder bovenmatig om te spreken van een ‘grote revolutie’. Dit is daarentegen meer gepast wanneer we de hervorming van het huwelijksvermogensrecht, het erfrecht en de Vlaamse schenk- en erfbelasting als één geheel beschouwen. Een klassieke en eenvoudige vermogens- en successieplanning kan immers geheel andere gevolgen teweegbrengen vanaf 1 september. Een beslissing inzake het huwelijksvermogensrecht krijgt mogelijk andere (gewijzigde) gevolgen op het vlak van het erfrecht. Dat heeft vervolgens mogelijk weer (gewijzigde) gevolgen met betrekking tot de erfbelasting. De drie hervormingen moeten eigenlijk als één geheel worden beschouwd, in welk geval wél mag gesproken worden over een revolutionaire hervorming. Het is dan ook ten stelligste aangewezen om bij iedere beslissing ter zake advies in te winnen van een specialist.

Er is sprake van een verlenging van de termijn om bestaande schenkingen te behouden of aan het nieuwe erfrecht te onderwerpen. Toch maar een extra oproep om de impact van de verschillen van het oude systeem en hervorming te laten berekenen door een expert?

In een eerder interview naar aanleiding van de hervorming van het erfrecht, heb ik reeds het belang benadrukt om een eerder uitgewerkte vermogens- en successieplanning grondig te evalueren in het licht van de gewijzigde regelgeving. Nu ook de hervorming van het huwelijksvermogensrecht en de Vlaamse schenk- en erfbelasting gekend is, kan ik het belang van een herevaluatie alleen maar bevestigen. Een vermogens- en successieplanning ontwikkelt zich verder tijdens het leven, gezien de betrokken relaties en omstandigheden ook wijzigen. Het is steeds van belang om tijdig nog eens een blik te werpen op de uitwerking en gevolgen van een vermogens- en successieplanning, zodat dit zeker een noodzaak is wanneer de regelgeving ter zake geheel wordt hervormd.

  1638