Geregistreerde kassa voor horeca: wie moet er mee werken

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om het systeem van de geregistreerde kassa voor de horeca effectief in werking te doen treden. De inwerkingtreding werd om allerlei redenen (vragen van de sector, technische problemen) meermaals uitgesteld. Op 1 januari 2015 is het dan eindelijk toch zo ver. Maar wie is precies aan het systeem onderworpen?

Regel: exploitant van inrichting die regelmatig maaltijden verstrekt (10 %-regel)

De exploitant van een inrichting die regelmatig maaltijden verstrekt moet de geregistreerde kassa gebruiken. Het gaat zowel om een restaurant waar de maaltijden ter plaatse worden gebruikt, als om een traiteur die cateringdiensten verstrekt.

Het regelmatig verstrekken van maaltijden wordt nogal ruim opgevat: er is al sprake van als de omzet uit de restaurant- of cateringdiensten meer bedraagt dan 10 % van de totale omzet uit de horeca-activiteiten.

Vallen niet onder de omzet uit restaurant- en cateringdiensten:

  • leveren van meeneemmaaltijden (zonder bijkomende diensten);
  • verschaffen van drank bij de maaltijd.

Of de 10 %-drempel werd overschreden, kan met de volgende formule worden berekend:

Omzet uit restaurant- en cateringdiensten (zonder drank en meeneemmaaltijden)/totale omzet uit horeca-activiteit, inclusief drank en meeneemmaaltijden

Voorbeeld

Een slager baat samen met de slagerij ook een verbruikszaal uit waar klanten belegde broodjes en snacks kunnen nuttigen.

De verkoop van broodjes en snacks is een restaurantactiviteit. In de teller van de formule neemt hij de omzet op uit de verkoop van de belegde broodjes en snacks. Die omzet bedraagt 1.000 euro.

De gewone activiteit van de slager (verkoop van vleeswaren) wordt beschouwd als horeca-activiteit. In de noemer neemt hij de totale omzet van zijn zaak op (o.a. de verkoop van broodjes en snacks, de dranken die bij de broodjes geserveerd worden, de vleeswaren die hij verkoopt). De omzet bedraagt 9.500 euro.

De formule: 1.000/9.500 = 10,50 %.

De slager overschrijdt de drempel en moet het geregistreerde kassasysteem (GKS) gebruiken.

Als meerdere horecazaken worden uitgebaat onder hetzelfde btw-identifactienummer, wordt de 10 %-regel toch voor ieder van die zaken apart berekend.

Eens de 10 %-drempel is overschreden moet de uitbater van de horecazaak voor alle horeca-activiteiten (dus ook voor verkoop van drank en meeneemmaaltijden) een kasticket van een GKS uitreiken.

Uitzonderingen: niet onderworpen aan het GKS

Op elke regel bestaan er uitzonderingen, zeker in de fiscaliteit. In enkele gevallen heeft de wetgever er bewust voor gekozen diensten uit het toepassingsgebied van de geregistreerde kassa te houden. Die keuze werd vaak ingegeven door de praktische moeilijkheden om in die gevallen met het GKS te werken.

Verkoopautomaten

Om praktische redenen geldt de verplichting niet voor verkoop van drank en voeding door automaten.

Aan boord van vliegtuigen, schepen en treinen

Ook voor restaurant- en cateringdiensten aan boord van vliegtuigen en schepen en treinen voor internationaal passagiersvervoer moeten er geen kastickets van een GKS worden uitgereikt.

Uitbaters van bedrijfskantines

Ook bedrijfsrestaurants blijven buiten het toepassingsgebied van het GKS. De volgende voorwaarden moeten dan wel worden vervuld: (1) het bedrijf zelf heeft geen horeca-activiteit, (2) het restaurant is enkel toegankelijk tijdens de werkuren en (3) het is enkel toegankelijk voor personeelsleden, voor personeel van gelieerde ondernemingen en in beperkte mate (ma. 5 %) genodigden.

Foorkramers

Voor kermisklanten bestond al een tolerantie. Deze blijft bestaan. Zij moeten het GKS niet gebruiken.

U leest nog veel meer over het GKS in het boek “Het geregistreerd kassasysteem in de horeca. Dé gids voor alle gebruikers” van Sven Reynders. Hier vindt u bv. meer over de bijzondere berekeningsregels voor hotels, over de registratie, over de technische en administratieve aspecten van het systeem, …

U kan er ook meer over lezen in Fiscale Actualiteit.


Gepubliceerd op 15-12-2014

  487