Gedeeltelijke vrijstelling doorstortingsverplichting bedrijfsvoorheffing voor Young Innovative Companies

Verschillende sectoren worden door de overheid gesteund door het toekennen van een (gedeeltelijke) vrijstelling van de doorstortingsverplichting van de bedrijfsvoorheffing. Ondernemingen in die sectoren moeten op de bezoldigingen van hun personeel wel bedrijfsvoorheffing inhouden, maar moeten deze niet volledig doorstorten aan de Schatkist. De overheid wil zo o.a. instellingen en ondernemingen die inzetten op onderzoek steunen. Universiteiten en ermee geassocieerde bedrijven kunnen op deze fiscale incentive en beroep doen. Een bijzondere regeling geldt voor Young Innovative Companies.

Wat is een Young Innovative Company?

 

Een Young Innovative Company of YIC is een kleine vennootschap in de zin van artikel 15 W.Venn die minder dan tien jaar bestaat, die niet ontstaan is door een herstructurering of een overname en die zich bezighoudt met onderzoek en ontwikkeling.

De vrijstelling in het kort

Een YIC moet de ingehouden bedrijfsvoorheffing die ze inhoudt op het loon van (sommige van) haar personeelsleden niet doorstorten aan de Schatkist. Concreet mag het bedrijf 80 % van de bedrijfsvoorheffing voor zich houden.

De opzet van de regeling is het stimuleren van onderzoek en ontwikkeling. Dit heeft twee belangrijke gevolgen: (i) enkel bedrijven die onderzoek en ontwikkeling als activiteit hebben komen in aanmerking en (ii)  de vrijstelling geldt enkel voor de bezoldigingen betaald aan wetenschappelijk personeel. Daarmee wordt bedoeld de onderzoekers, de onderzoekstechnici en de projectbeheerders inzake onderzoek en ontwikkeling, met uitsluiting van het administratief en commercieel personeel.

Let op: de vrijstelling betekent niet dat het bedrijf de bedrijfsvoorheffing niet moet inhouden, maar dat het de ingehouden bedrijfsvoorheffing niet moet doorstorten. Het voordeel is dus voor de onderneming en niet voor de werknemers.

Het bedrijf houdt zich bezig met onderzoek en ontwikkeling

De YIC moet ‘onderzoeksprojecten’ uitvoeren en minstens 15 % van haar totale uitgaven aanwenden voor onderzoek en ontwikkeling. Haar activiteiten (projecten) moet met andere woorden betrekking hebben op “vernieuwend en planmatig onderzoekswerk met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten.”

Let op: onderzoek en ontwikkeling zijn twee aparte begrippen.:

  • onderzoek betreft het vernieuwend en planmatig onderzoekswerk met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten;
  • ontwikkeling betreft de toepassing van kennis verkregen door onderzoek of op een andere wijze, leidend tot een plan of ontwerp voor de productie van nieuwe of aanzienlijk verbeterde materialen, apparaten, producten, processen, systemen of diensten, voorafgaand aan het begin van commerciële productie of gebruik.

Het is niet steeds eenvoudig om te oordelen of een activiteit van een onderneming effectief als een onderzoeksproject kan worden gekwalificeerd. Om daaraan te verhelpen heeft de wetgever zelf een definitie in de wet ingeschreven. De wet maakt daarbij een onderscheid tussen fundamenteel onderzoek (onderzoek waarbij geen directe praktische toepassingen worden nagestreefd), industrieel onderzoek (onderzoek waarbij men nieuwe kennis en vaardigheden wil opdoen met als doel producten, procedés of diensten te verbeteren) en experimentele ontwikkeling (het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden voor plannen, schema’s of ontwerpen van nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, procedés of diensten, bv. het maken van ontwerpen, tekeningen, plannen en andere documentatie of de ontwikkeling van commercieel bruikbare prototypes en proefprojecten).

Het mag duidelijk zijn dat er steeds een component van vernieuwing moet in zitten. Het louter routinematig of periodiek wijzigen van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen en diensten is geen onderzoek of ontwikkeling. Zelfs niet indien deze wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden.

Onderzoekers, onderzoekstechnici en projectbeheerders

Het KB/WIB92 definieert wat er precies onder de begrippen onderzoekers, onderzoekstechnici en projectbeheerders moet worden begrepen:

  • onderzoekers zijn wetenschappers of ingenieurs die werken aan de ontwikkeling of de uitvinding van kennis, producten, processen, nieuwe methoden of systemen. Werknemers die geen specifiek ingenieursdiploma hebben, maar gekwalificeerd zijn door het werk dat ze in de onderneming uitoefenen, worden met ingenieurs gelijkgesteld;
  • onderzoekstechnici zijn de personen die nauw samenwerken met de onderzoekers om de noodzakelijk technische ondersteuning te leveren bij hun experimenteel onderzoeks- en ontwikkelingswerk;
  • projectbeheerders zijn de personen die de leiding hebben over organisatie, coördinatie en planning van het project zowel op administratief, juridisch, financieel als technologisch vlak. De rulingcommissie oordeelde dat er enkel rekening wordt gehouden met de effectieve functie en dat er voor deze job geen diplomavereisten worden opgelegd.

Let op: De bezoldigingen van het wetenschappelijk personeel komen slechts pro rata de tijd die ze effectief besteed hebben aan onderzoek of ontwikkeling, in aanmerking voor de vrijstelling.

Formaliteiten

De onderneming moet het onderzoeksproject of -programma aanmelden bij de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid. Dat kan via de website van BELSPO. Pas vanaf de aanmelding kan de YIC de vrijstelling gaan toepassen. Van zodra de aanmelding is gebeurt mag ze dat gaan doen.  Als BELSPO achteraf het project niet erkent, moet de YIC de bedrijfsvoorheffing alsnog doorstorten.

Daarnaast moeten de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing twee aangiften indienen. Een eerste aangifte waarin de bezoldigingen toegekend of betaald aan alle werknemers worden vermeld. Een tweede aangifte die enkel de bezoldigingen vermeld van de wetenschappelijke werknemers waarvoor een deel van de ingehouden bedrijfsvoorheffing niet werd doorgestort.

Ten slotte moet het bedrijf een nominatieve lijst bijhouden met allerlei gegevens die de administratie nodig heeft als ze controles wil uitvoeren:

  • de volledige identiteit van de werkgever;
  • gegevens betreffende de werknemer: zijn volledige identiteit, de data van indiensttreding en uitdiensttreding de bevestiging dat een arbeidsovereenkomst werd afgesloten, het bedrag van de betaalde bruto belastbare bezoldigingen, het bedrag van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing en een gedetailleerde berekening van die bedrijfsvoorheffing;
  • het bewijs dat de betrokken werknemer een assistent-onderzoeker of een postdoctorale onderzoeker is en dat hij/zij een onderzoeker, onderzoekstechnicus of projectbeheerder inzake onderzoek en ontwikkeling is volgens de hierboven vermelde definitie.

 bedrijfsvoorheffingboek 

 Meer weten over bedrijfsvoorheffing? Stephan Janssens bespreekt deze voorheffing uitgebreid in deel De Bedrijfsvoorheffing van de voorheffingentrilogie. Dit tweede deel verschijnt binnenkort. Hier vindt u meer informatie.

 

Gepubliceerd op 23-09-2015

  529