Fout wetgever komt fiscus duur te staan

Bent u gehuwd of wettelijk samenwonend? Ouder van één of meer kinderen? En werkt u in het buitenland? Wel, dan is de kans groot dat u nog geld te goed hebt van de fiscus. Mogelijk duizenden tot tienduizenden euro. U wordt immers al jaar en dag fiscaal onheus behandeld, zo blijkt nu. Waar gaat het over?

Hebt u fiscaal kinderen ten laste, dan wordt een extra deel van uw inkomen vrijgesteld van belasting. Dat deel stijgt naarmate het aantal kinderen toeneemt. Kinderen kunnen echter maar ten laste zijn van één ouder in het gezin. Woont u feitelijk samen – u vult ieder afzonderlijk een belastingaangifte in – dan kiest u zelf wie de kinderen ten laste neemt. Bent u gehuwd of wettelijk samenwonend – u vult samen één belastingbrief in – dan gaat de belastingvrijstelling voor kinderen automatisch naar de ouder met het hoogste inkomen. Zo bepaalt onze wetgever. Gehuwde of wettelijk samenwonende ouders kunnen dus niet kiezen wie het fiscale voordeel voor de kinderen geniet. 

Wie van de gehuwden het belastingvoordeel voor de kinderen krijgt, heeft meestal geen invloed op de uiteindelijke belastingfactuur. Maar dat is wel zo wanneer het hoogste inkomen in het gezin een buitenlands inkomen is, of gedeeltelijk uit buitenlandse inkomsten bestaat. Buitenlandse beroepsinkomsten zijn op basis van de belastingverdragen die België met andere staten sloot, belastbaar in de staat waar men werkt en vrijgesteld in de staat waar men woont. Dus de bezoldigingen van een internationale werknemer tewerkgesteld in Italië of een grensarbeider tewerkgesteld in Nederland, worden in België, de woonstaat, vrijgesteld van belasting. Berekeningstechnisch wordt het inkomen in België wel belast, maar die belasting wordt meteen geneutraliseerd door het verlenen van een ‘belastingvermindering voor buitenlandse inkomsten’ voor het volledige bedrag. Wanneer nu het fiscaal voordeel voor kinderen wordt aangerekend op dat buitenlands inkomen, omdat dat toevallig het hoogste inkomen in het gezin is, dan gaat dat voordeel de facto verloren. Met of zonder de belastingvrijstelling voor kinderen, het buitenlandse inkomen wordt sowieso vrijgesteld. Feitelijke samenwonenden kunnen in dat geval de kinderen ten laste laten nemen door de partner met het lagere Belgische inkomen, maar gehuwden en wettelijk samenwonenden kunnen dat niet. De wet laat dat niet toe.

Een Duits advocaat met beroepsinkomsten uit zijn praktijk in Duitsland, getrouwd met een Belgische die in België werkte, vond het niet kunnen dat het fiscaal voordeel voor hun twee kinderen niet kon worden aangerekend op het inkomen van zijn vrouw, maar ‘verspild’ werd aan zijn vrijgesteld Duits inkomen, gewoon omdat dat hoger was. Hij wendde zich tot de rechtbank die de zaak voorlegde aan het Europese Hof van Justitie. En hij kreeg gelijk. De Belgische wettelijke regeling is in strijd met het EU-recht, zo oordeelde het Hof (arrest van 12 december 2013). Een maand geleden kwam het Grondwettelijk Hof in een gelijkaardige zaak tot hetzelfde besluit: de verplichte aanrekening bij gehuwden van de belastingvermindering voor kinderen op het hoogste inkomen, schendt het gelijkheidsbeginsel (arrest van 24 april 2014). Gevolg: de wet zal moeten worden gewijzigd. Iedereen de keuze laten wie het fiscaal voordeel voor de kinderen krijgt, zou een mogelijke aanpassing kunnen  zijn.

Maar met deze twee arresten op zak, is ieder die zich in een gelijkaardige situatie bevindt, voldoende gewapend om het eventuele belastingverschil tussen de aanrekening van de kinderen op het hoogste en het laagste inkomen, van de fiscus terug te vorderen. En dat verschil kan hoog oplopen: voor twee kinderen om en bij de 1.100 euro, voor drie kinderen mogelijk 3.000 euro en voor vier kinderen tot 5.300 euro. Te veel betaalde belasting die men nu kan terugeisen. Niet alleen voor het voorbije jaar, maar mogelijk voor alle jaren sinds 2008. Je kan immers nog de herberekening – in het vakjargon ‘ambtshalve ontheffing’ – vragen van belastingaanslagen gevestigd na 2009. Die mogelijkheid is bevestigd door minister van Financiën Koen Geens. In sommige gevallen betekent dat een terugbetaling van meer dan 20.000 euro. In principe moet men zelf de ontheffing vragen. Maar de fiscus kan ook op eigen initiatief de belasting van de betrokken personen herberekenen en de te veel betaalde belasting spontaan terugbetalen, zoals eerder gebeurde toen het Grondwettelijk Hof de fiscus in 2009 terugfloot voor een foute berekening van de belastingvermindering voor gehuwde werklozen. Het zou de minister en zijn administratie sieren ook nu over te gaan tot spontane terugbetalingen zodat niemand belasting betaalt die hij niet verschuldigd is.

(Jef Wellens, Trends, 5 juni 2014)

Noot van de auteur (9 juli 2014):

Op 8 juli 2014 publiceerde de belastingadministratie haar interpretatie van de hoger geciteerde arresten en deelde haar standpunt mee m.b.t. de voorwaarden en de berekening van het eventueel terug te betalen bedrag (circulaire AAFisc Nr. 27/2014 dd. 01.07.2014).

In de circulaire verwerpt de belastingadministratie de mogelijkheid om het belastingverschil eenvoudig te bepalen op basis van de aanrekening van de belastingvrijstelling voor kinderen op het lagere (Belgische) inkomen. De vrijstelling voor kinderen zal aangerekend blijven op het hoogste (buitenlandse) inkomen, hoewel het Grondwettelijk Hof net dat wettelijk principe (art. 134 WIB92) als discriminerend veroordeelde.

De administratie is van oordeel dat er enkel sprake kan zijn van een terugbetaling indien in de EER-lidstaat waar het buitenlands inkomen werd verkregen, geen enkel, ook niet pro rata, fiscaal voordeel werd toegekend voor gezinslasten. Belastingplichtigen met inkomsten uit Nederland, Frankrijk en Luxemburg hebben hierdoor in de praktijk meestal geen recht op terugbetaling (zie punt 9-11 van de circulaire). Wat Nederland betreft, zie ook circulaire dd. 11.08.2014. Verder wordt het terug te betalen bedrag, toegekend in de vorm van een ‘bijkomende belastingvermindering’ (cf. circulaire CI.RH.331/575.420 dd. 12.03.2008). De berekening van die bijkomende vermindering is complex. De bijkomende vermindering wordt bepaald op het positieve verschil tussen enerzijds de reële belasting verschuldigd in het buitenland én België (met aanrekening van de vrijstelling voor kinderen op het vrijgestelde buitenlandse inkomen), en anderzijds de fictieve belasting die verschuldigd zou zijn indien alle inkomsten van Belgische oorsprong waren. Indien dus de (gewone) vermindering voor buitenlandse inkomsten genoten in België, het bedrag van de in het buitenland betaalde belasting op die inkomsten overschrijdt, kan geen bijkomende belastingvermindering worden verleend en heeft de belastingplichtige geen recht op enige terugbetaling. De circulaire dd. 01.07.2014 illustreert de berekening van de bijkomende belastingvermindering met een summier cijfervoorbeeld (zie punt 21, rubriek E).

In de praktijk wordt zo de mogelijkheid om een terugbetaling te verkrijgen volledig uitgehold, zeker voor belastingplichtigen met inkomsten uit Nederland, Frankrijk en Luxemburg, temeer omdat de bewijslast van het recht op en het bedrag van de bijkomende vermindering, luidens de circulaire, “aan de belastingplichtige toekomt”.

Update augustus 2015: Hof van Brussel: vrijgestelde inkomsten maken geen deel uit van hoogste inkomen

Een mogelijk nieuwe houvast wordt de betrokken belastingplichtigen geboden door een aantal recente uitspraken van het hof van beroep te Brussel. Voor de bepaling van het hoogste belastbare inkomen in het gezin (cf. art. 134 WIB92) mag hoegenaamd geen rekening worden gehouden met de bij verdrag of akkoord vrijgestelde inkomsten, zelfs al wordt die vrijstelling toegepast onder progressievoorbehoud. Tot die opmerkelijke conclusie komt het hof van Beroep te Brussel. In casu betrof het telkens een Eurocontrol-ambtenaar van wie de inkomsten net als de buitenlandse inkomsten uit landen met een dubbelbelastingverdrag worden vrijgesteld (met progressievoorbehoud) overeenkomstig art. 155 WIB92.
Het hof redeneert als volgt: het ‘belastbare inkomen’ wordt gevormd door het ‘totale netto inkomen’ (art. 6 WIB92), waarvan het nettoberoepsinkomen, naast de netto roerende, onroerende en divers inkomsten, deel uitmaken. Onder het nettoberoepsinkomen wordt verstaan ‘het totale bedrag van de inkomsten met uitsluiting van de vrijgestelde inkomsten’ (art. 23  §2 WIB92). Dat wetsartikel maakt deel uit van ‘Afdeling 4 beroepsinkomsten Onderafdeling 1 Belastbare inkomsten’ van het WIB92. Volgens het hof laat niets toe te stellen dat de ‘vrijgestelde inkomsten’ bedoeld in art. 23 §2 WIB92 beperkt moeten worden tot de in art. 38 e.v. bedoelde sociale en culturele vrijstellingen. Hieronder vallen ook de op basis van art. 155 WIB92 vrijgestelde inkomsten, die dus geen deel uitmaken van de nettoberoepsinkomsten. De Belgische belastingadministratie kan daarom enkel rekening houden met de vrijgestelde inkomsten van de Eurocontrol-ambtenaar (en naar analogie met buitenlandse vrijgestelde inkomsten) voor de bepaling van het toepasselijk belastingtarief op de overige inkomsten (progressievoorbehoud), maar niet voor de bepaling van het ‘hoogste belastbare inkomen’ in het gezin. De belastingvermindering voor kinderen moet bijgevolg worden aangerekend op het Belgische inkomen van de partner dat weliswaar lager is dan het (vrijgestelde) inkomen van de Eurocontrol-ambtenaar, maar dat, rekening houdend met voorgaande, het ‘hoogste belastbare inkomen’ is. En wat geldt voor de vermindering voor kinderen, geldt eveneens voor de vermindering voor dienstencheques die niet mag worden aangerekend op het vrijgestelde inkomen (Brussel dd. 18.03.2014 en dd. 25.06.2014).
Kanttekening: hoewel de fiscale behandeling van inkomsten van een ambtenaar van Eurocontrol en de inkomsten van een belastingplichtige die tewerkgesteld is in een land met dubbelbelastingverdrag (dat heffingsbevoegd is), identiek is, verschilt hun situatie in die zin dat de eerste zijn inkomsten in België behaalt en de tweede in het buitenland. Als ultiem argument om haar gelijk te halen, citeerde de belastingadministratie artikel 5 van het WIB92 dat onder belastbare inkomsten ook buitenlandse inkomsten begrijpt. Het hof schoof dit argument aan de kant omdat de inkomsten van de Eurocontrol-ambtenaar niet buitenlands zijn.

Update oktober 2015: artikel TaxWorld "Het kind van de rekening"

Gepubliceerd op 13-06-2014

  550