Fiscale humor

Fiscaliteit hoeft zeker niet saai te zijn. De fiscale praktijk leidt soms tot situaties die ongewild op de lachspieren werken. Daarvan getuigen volgende rechtszaken…

Fiscale welsprekendheid

Sommige belastingplichtigen doen geen poging om hun ongenoegen te verbergen. “De waanzin van de belastingdiensten heeft weer toegeslagen en de rechter in eerste aanleg heeft de corruptie van de belastingdiensten niet doorzien. Niettegenstaande alle elementen aanwezig waren, heeft de eerste rechter zwaar gefaald in zijn opdracht om recht te spreken.” Het hof van beroep was overigens niet echt onder de indruk van ’s mans welsprekendheid. Die bleek bijna 40.000 euro inkomsten van zijn vennootschap op zijn eigen rekening te hebben laten storten, zogezegd als vergoeding voor kosten die hij persoonlijk maakte voor de vennootschap. Het ‘falen’ van de eerste rechter bestond erin dat die geoordeeld had dat die som belastbaar is als een beroepsinkomen. Of de man net zo verbolgen was over het feit dat het hof van beroep even jammerlijk ‘faalde’ als de rechter in eerste aanleg, leren we niet uit het arrest…

(Antwerpen 20 januari 2015)

Het fiscale belang van een diepvries

Wie zich moet verantwoorden tegenover de fiscus, zorgt er best voor dat zijn verweer toch een béétje geloofwaardig overkomt. Daar schortte het aan bij een traiteur die grote hoeveelheden garnalen en mascarpone aangekocht had. De fiscus vond het uitermate verdacht dat er wel aankoopfacturen waren maar geen enkel document over een verkoop. De traiteur verweerde zich door te stellen dat hij gewoon zijn voorraad wou aanvullen en alles ingevroren had. Enig probleem: de man bleek geen diepvries te hebben…

(Rb. Antwerpen 14 januari 2015)

Rendeert een verblijf in de gevangenis fiscaal?

Als je bij de fiscus met een vergezocht verhaal aankomt, probeer dan tenminste consequent te blijven. Een zaakvoerster van een advieskantoor zit vijf maanden in de gevangenis. Zij brengt haar advocaatkosten in als beroepskost. Logisch, vindt zij, want zonder haar kan het kantoor niet werken. Dat ze zo vlug mogelijk vrijkomt, is dus noodzakelijk om haar inkomsten als bedrijfsleider veilig te stellen, en dus moeten die kosten aftrekbaar zijn. Alleen: door onmiddellijk na haar vrijlating een nieuw kantoor op te richten, ondergraaft ze die redenering natuurlijk volledig.

(Rb. Antwerpen 7 januari 2015)

monKEY_new De volledige fiscale rechtspraak – van serieus tot soms iets minder serieus – kan u terugvinden op www.monkey.be.

Gepubliceerd op 18-02-2015

  384