Esthetische ingrepen en bestuurdersvennootschappen : btw-nummers aanvragen tegen 31 mei 2016

In het nummer van Fiscale Actualiteit van deze week herinnert Jurgen Opreel er aan dat op 31 mei de overgangsperiodes voor zowel de btw-heffing op esthetische ingrepen als voor bestuurdersvennootschappen op hun einde lopen. Artsen, ziekenhuizen en bestuurdersvennootschappen die handelingen (zullen) verrichten waarover btw verschuldigd is, moeten zich dus voor de btw registreren, uiterlijk op 31 mei 2016.

Bestuurders-vennootschappen

Vanaf 1 juni 2016 zijn rechtspersonen verplicht om btw aan te rekenen over hun vergoedingen die ze als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar ontvangen van een andere vennootschap (of rechtspersoon naar publiek of privaatrecht, met zetel van bedrijfsuitoefening in België) (zie Fisc. Act. 2014, 40/1 en 2016, 8/12).

Die bestuurdersvennootschappen moeten hun btw-registratie in orde brengen vóór 1 juni 2016, via het formulier 604A als ze nog niet voor de btw zijn geregistreerd, of via het formulier 604B als ze al een btw-registratie hebben voor een andere activiteit (dus in te dienen uiterlijk 31 mei 2016).

Bestuurdersvennootschappen die deel zullen uitmaken van een btw-eenheid, hoeven niet afzonderlijk een formulier 604A in te dienen, op voorwaarde dat de aanvraag voor de identificatie van de btw-eenheid (formulier 606A) al is ingediend. Bij dat formulier heeft men immers op de individuele inlichtingenfiches al moeten aanduiden of er al dan niet al een btw-registratie was, en zo neen, de nodige registratiegegevens moeten meedelen aan de fiscus.

Als de btw-eenheid nog niet is aangevraagd, en die aanvraag pas ná 31 mei 2016 zal gebeuren, zullen de betrokken bestuurdersvennootschappen in principe toch nog verplicht zijn om vóór 1 juni 2016 individueel voormelde formaliteiten na te leven. Met als gevolg dat de bestuurdersvennootschappen die zich in die situatie bevinden, dus voor de periode vanaf 1 juni 2016 tot en met de aangifteperiode waarin ze toetreden tot de btw-eenheid, individueel nog btw-aangiftes zullen moeten indienen en ook alle andere verplichtingen van individuele btw-plichtigen zullen moeten naleven. Het is nog niet geweten of de fiscus alsnog met een tolerantie zal komen, waardoor die individuele verplichtingen toch niet vervuld hoeven te worden als de btw-eenheid binnen een ‘korte’ periode na 31 mei 2016 wordt aangevraagd.

Bestuurdersvennootschappen die gebruik willen maken van de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, kunnen, als ze aan de voorwaarden voldoen, de regeling toepassen vanaf 1 juni 2016. Zij moeten dan ofwel voor die regeling kiezen in het formulier 604A als ze nog niet voor de btw zijn geregistreerd, of via een vóór 1 juni 2016 ter post aangetekende brief, gericht aan het bevoegde btw-controlekantoor.

Hou er rekening mee dat de omzet van vrijgestelde verzekerings- en financiële diensten en onroerende verhuuropbrengsten (art. 44 § 3 Wbtw) bij de jaarlijkse omzet moet worden geteld om na te gaan of de drempel van € 25000 is overschreden.

Esthetische chirurgie

Ook artsen die betrokken zijn bij handelingen met een esthetisch karakter die niet terugbetaald worden door een verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, moeten zich in principe vóór 1 juni 2016 registreren voor die handelingen via het formulier 604A als ze nog niet voor de btw zijn geregistreerd, of via het formulier 604B als ze wel al over een btw-registratie beschikken (dus in te dienen uiterlijk 31 mei 2016).

Hetzelfde geldt voor ziekenhuizen en privéklinieken voor de ziekenhuisverpleging en de medische verzorging alsmede de diensten en de leveringen van goederen die daarmee nauw samenhangen die betrekking hebben op de ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter waarvoor geen tegemoetkoming van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering is voorzien.

Artsen moeten via een bijzonder formulier ook een verklaring indienen over de btw-regeling die ze kiezen. Dat formulier moet zelfs vóór 31 mei 2016 worden ingediend. Het formulier is beschikbaar op de website van de fiscus (www.financien.belgium.be) (zie al Fisc. Act. 2016, 17/9). Iemand die niet voor de vrijstelling of een van de bijzondere regelingen kiest, is ook verplicht het formulier in te dienen. Dat blijkt toch uit de mededeling van de fiscus.

Behalve de normale btw-regeling en de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, kunnen artsen in bepaalde gevallen nog uit twee andere bijzondere regelingen kiezen:

  • ontheffing van btw-aangifteplicht;
  • bijzondere wijze van betaling.

De eerste is in principe voor artsen die hun btw-belaste ingrepen enkel via één of meerdere ziekenhuizen verrichten, de tweede is voor artsen die daarnaast ook nog zelf in hun privépraktijk dergelijke handelingen uitvoeren (zie Fisc. Act. 2016, 15/11).

Bij de keuze voor één van die twee bijzondere regelingen moet de arts aan zijn btw-controlekantoor ook een kopie van de overeenkomst bezorgen waarin het ziekenhuis (of de privékliniek of een gemachtigde derde) zich er toe verbindt in haar eigen btw-aangifte de belaste handelingen die de arts verricht, aan te geven en de daarover verschuldigde btw, in naam en voor rekening van de arts, aan de Schatkist te voldoen.

Het ziekenhuis (of de privékliniek of de gemachtigde derde) moet zijn btw-controlekantoor in kennis stellen van die overeenkomst met vermelding van de volgende gegevens:

  • de naam/maatschappelijke benaming van de betrokken arts;
  • het adres/administratieve zetel van de betrokken arts;
  • zijn/haar btw-identificatienummer;
  • de datum van de overeenkomst.

Aangezien die melding het btw-nummer van de betrokken arts (of artsenvennootschap) moet bevatten, zal die melding pas kunnen gebeuren nadat dat btw-nummer is toegekend. De fiscus spreekt nergens van een uiterste datum voor die melding, dus die kan ook nog na 1 juni gebeuren.

Voor de btw-plicht ingevolge ingrepen met een esthetisch karakter stelt de fiscus dat al die documenten (604A, 604B, het formulier voor de keuze van de belastingregeling en de overeenkomst met het ziekenhuis, privékliniek of gemachtigde derde) ook per e-mail naar het bevoegde btw-controlekantoor verstuurd mogen worden.

Ingevolge het KB nr. 44 wordt het laattijdig indienen van het formulier 604A of 604B bestraft met een boete van € 100 per aangifte en per maand vertraging met een maximum van € 500 per aangifte (de boete voor het niet indienen van die aangiften). Maar laat ons hopen dat het feit dat de fiscus zelf overgangsregelingen heeft moeten instellen wegens het uitblijven van de nodige administratieve commentaren, een voldoende reden is om ontheffing van die boeten te kunnen krijgen bij een niet al te grote vertraging…

Gepubliceerd op 30-05-2016

  468