Een woonbonus komt en gaat

Brussel heeft de woonbonus afgeschaft. Die maatregel - die al langer dan een jaar bekend is - was de opener van het radionieuws op oudejaarsdag.

 

Wie nu leent om zijn woning te financieren, krijgt in het Brusselse Gewest geen belastingvoordeel meer voor zijn lening. Over twintig jaar betekent dat een financieel verlies van meer dan 50.000 euro per koppel. Dat wordt enigszins gecompenseerd door een extra korting van iets meer dan 14.000 euro op de registratierechten bij de aankoop van de woning - een onmiddellijk voordeel dus. Die korting geldt niet voor nieuwbouw. Brussel toont zich daarmee de meest drastische hervormer.

 

Hoe zit het in de andere gewesten? Een koppel dat in het Vlaamse Gewest woont en er dit jaar leent voor zijn woning, geniet nog een woonbonus die over twintig jaar iets meer dan 30.000 euro oplevert, op voorwaarde dat die woning hun enige woning is. Is ze dat niet, dan valt het voordeel terug tot 26.000 euro. In het Waalse Gewest is de woonbonus vervangen door de chèque habitat, die voor een modaal gezin een belastingbesparing van 45.000 euro betekent. De woning moet dan wel de enige woning zijn. Aan eigenaars van meerdere woningen kent het Waalse Gewest geen voordeel meer toe. En anders dan in Vlaanderen levert een verbouwingslening er fiscaal niets meer op.

 

Een gewest is enkel bevoegd voor wie in dat gewest gedomicilieerd is. Het is uitsluitend bevoegd voor de eigen woning. Dat is de gezinswoning die de eigenaar in principe zelf betrekt. Verder speelt het geen rol waar die eigen woning gelegen is. Het is een misverstand te denken dat een gewest slechts bevoegd kan zijn voor woningen die in dat gewest gelegen zijn. Zo is Brussel ook bevoegd voor een eigen woning aan de kust, als de eigenaar in Brussel om beroepsredenen een huurwoning betrekt en er gedomicilieerd is.

 

Maar ook de federale overheid heeft nog een dikke vinger in de pap, meer bepaald voor alle andere woningen dan de eigen woning. Denk bijvoorbeeld aan woningen die als tweede verblijf worden gebruikt of die als investeringspand met een lening zijn aangekocht om te worden verhuurd.

 

Daarvoor kent de federale overheid nog de fiscale voordelen toe. Omdat die overheid de regionale budgettaire ingrepen niet volgt, ontstaat er een discrepantie tussen het belastingvoordeel voor de eigen gezinswoning en dat voor een tweede verblijf. Die discrepantie bestaat in de drie gewesten, maar is het grootst in Brussel.

 

Iemand die meerdere woningen heeft en leent voor zijn tweede verblijf, kan jaarlijks nog aanspraak maken op een federaal belastingvoordeel dat vlot 1000 euro overschrijdt. Leent hij voor zijn eigen woning, dan geniet hij in het Vlaamse Gewest een voordeel van slechts 650 euro per jaar, terwijl hij in het Waalse en het Brusselse Gewest hoegenaamd geen voordeel meer krijgt - in Brussel zelfs niet als de eigen woning zijn enige woning is. Met de afschaffing van de woonbonus moedigt Brussel belastingplichtigen in feite aan in zijn gewest te investeren in vastgoed, niet om er te wonen maar wel om het te verhuren. Daarmee schiet Brussel in zijn eigen voet, want het heeft net belang bij zo veel mogelijk domiciliëringen in zijn gewest. De Brusselse belastinginkomsten, via de opcentiemen op de personenbelasting, hangen er immers rechtstreeks van af. Brussel beseft dat blijkbaar, want met zijn recentste fiscale hervorming neemt het zijn toevlucht tot twee nieuwe maatregelen om het aantal Brusselaars op peil te houden.

 

Ten eerste is er een premie - weliswaar beperkt tot 120 euro per jaar en per gezin - voor al wie in Brussel al eigenaar van vastgoed is en gedomicilieerd is met zijn gezin. Wat Brussel dus neemt met de woonbonus, geeft het meteen een beetje terug in de vorm van een parafiscale premie. Ten tweede is er een kleine verlaging van de gewestelijke opcentiemen op de personenbelasting - die weliswaar symbolisch niet te onderschatten is - waardoor Brussel zich vanaf dit jaar kan profileren als het gewest met de laagste personenbelastingdruk. Het Luxemburg van België zeg maar. En zo gaat 2017 de geschiedenis in als het jaar waarin de gewesten fiscaal definitief elkaars buitenland werden. Goed voor de fiscale concurrentie. En was dat finaal niet de bedoeling van de zesde staatshervorming?

 

(Jef Wellens, Trends, 5 januari 2017)

Gepubliceerd op 18-01-2017

  517