Een nog groter belastingkluwen

Zesde staatshervorming verdubbelt belastingberekening

De Belgische personenbelasting is al complex genoeg, vindt u? Terecht, en toch verbleekt het belastingkluwen van vandaag bij dat van morgen. Na lectuur van het wetsvoorstel dat het fiscale hoofdstuk van de zesde staatshervorming regelt, lijkt een belastingvereenvoudiging verder weg dan ooit.

De regionalisering van de personenbelasting is een compromis à la belge. Vandaag betalen we 36 miljard euro federale personenbelasting, waarvan ruim 10 miljard via dotaties wordt verdeeld onder de gewesten voor de financiering van hun beleid. De personenbelasting wordt berekend aan de hand van een federale inkomensschaal met belastingtarieven die, naargelang van het inkomen, oplopen van 25 tot 50 procent. Bij een echte regionalisering van de personenbelasting zijn nog uitsluitend de gewesten bevoegd en hanteert elk gewest autonoom zijn inkomensschaal en past zijn belastingtarieven toe op de inkomsten van zijn inwoners. Maar zo’n regionalisering van de belasting zou de federale overheid voor de financiering van haar bevoegdheden volledig afhankelijk maken van de deelstaten. En dat is politiek ondenkbaar.

Van een zuivere regionalisering van de personenbelasting is dus geen sprake. In essentie zet het akkoord over de zesde staatshervorming de huidige dotatie uit de personenbelasting om in een eigen, gewestelijke personenbelasting. Maar ondanks die nieuwe gewestbelasting blijft de federale overheid fiscaal de lakens uitdelen. Ze blijft bevoegd voor de personenbelasting en blijft instaan voor de aangifte en de inning ervan. Ook de geschillenregeling blijft federaal.

De belastingberekening wordt wel grondig door elkaar geschud. De huidige federale belasting blijft na de staatshervorming weliswaar nog berekend zoals nu, maar ze wordt gereduceerd met de zogenoemde autonomiefactor. Dat wordt het nieuwe fiscale sleutelbegrip. De autonomiefactor wordt tegen 2018 definitief vastgelegd, maar voor de eerste drie jaar, te tellen vanaf het inkomstenjaar 2014, is die factor bepaald op 26 procent. De federale belasting wordt dus met 26 procent verminderd. En op die gereduceerde federale belasting rekenen de gewesten vervolgens via eigen opcentiemen een aanvullende belasting aan. Het gewest waar de belastingbetaler werkelijk verblijft, heft die aanvullende belasting. Woont u op 1 januari 2015 in Vlaanderen, dan betaalt u dus de Vlaamse opcentiemen op uw ‘gereduceerde federale belasting’ die u verschuldigd bent op uw inkomsten van 2014.

De opcentiemen kunnen differentiëren volgens een belastingschaal die de gewesten zelf vastleggen. Zo kan een gewest opteren voor hogere opcentiemen naarmate men meer belasting betaalt. De opcentiemen bedragen gemiddeld 35 procent met de mogelijkheid voor de gewesten om beperkt van dat percentage af te wijken binnen een eigen schaal. Maar die belastingschaal zit in zo’n strak, door de federale overheid opgelegd keurslijf dat van fiscale autonomie niet veel overblijft.

Concreet: een huidige federale belasting van 100 euro zal vanaf het aanslagjaar 2015 (het inkomstenjaar 2014) eerst worden verminderd met 26 procent tot 74 euro. Daarop mogen de gewesten 35 procent opcentiemen aanrekenen voor een bedrag van 26 euro (74 euro x 35%): 74 euro voor de federale overheid en 26 euro voor de gewesten. Net zoals de gemeenten zullen de gewesten, als veredelde lokale overheid, dus hun inkomsten slechts puren uit aanvullende belastingen op de federale belasting, waarop ze zelf geen impact hebben.

Die inkomsten zouden ze ook kunnen genieten via het oude dotatiesysteem. Maar geen politiek akkoord over een staatshervorming zonder een ‘eigen’ gewestelijke personenbelasting en daarom kennen we binnenkort naast één federale inkomensschaal drie gewestelijke belastingschalen. De gevolgen voor de belastingberekening, die bijna verdubbelt in omvang zijn enorm. Voor iedere Belg moeten twee parallele berekeningen worden gemaakt – één federaal en één gewestelijk – rekening houdend met, wat de federale belasting betreft, de belastingverminderingen die federaal blijven en met, wat de gewestbelasting betreft, de huidige en nieuwe gewestelijke belastingverminderingen.

(uit: Trends, 19 september 2013)


 

Gepubliceerd op 26-09-2013

  518