Eén jaar Michel I: een (fiscale) balans

Op 11 oktober 2014 ging de federale regering Michel I van start. De regering had heel wat (moeilijke) taken op haar bord gekregen. TaxWorld kijkt terug op het eerste jaar en maakt een fiscale balans op.

Het regeerakkoord

In haar regeerakkoord ontvouwde de regering Michel I onmiddellijk vrij ambitieuze fiscale plannen. Vooral de al zo lang beloofde en fel besproken tax shift sprong daarbij in het oog. Nog niet al deze plannen zijn omgezet in concrete wetten, of zelfs maar wetsontwerpen. Toch heeft de regering al heel wat werk verzet.

De eerste verwezenlijkingen

De eerste verwezenlijkingen lieten uiteindelijk niet zo lang op zich wachten.

Eerst en vooral kwam er de liquidatiereserve, een bestendiging van het overgangsregime om de harde gevolgen van de verhoging van de roerende voorheffing op liquidatieboni te verzachten. Enig pijnpunt was dat de aanslagjaren 2013 en 2014 buiten het toepassingsgebied – en dus enigszins in de kou – bleven staan. Daar werd echter aan verholpen door het invoeren van een bijzondere liquidatiereserve voor deze aanslagjaren. Al zijn nog niet alle onduidelijkheden weggewerkt…

Ook aan de regels voor het pensioensparen werd er gesleuteld. Voor belastingplichtigen heeft het nieuwe regime voor- en nadelen. Voordeel: het tarief wordt verlaagd van 10 % naar 8 %. Nadeel: de heffing zal nu (en de komende vier jaar) al deels moeten worden betaald, via een anticipatieve heffing van 1 % per jaar.

In de personenbelasting werden de forfaitaire beroepskosten dan weer verhoogd.

Steun voor starters

Al van bij haar start maakte de regering het duidelijk dat het ondersteunen van ondernemingszin een belangrijk werkpunt zou worden tijdens deze legislatuur. De nadruk ligt daarbij op fiscale incentives die enerzijds startende ondernemers moeten ondersteunen, en anderzijds mensen moeten aanmoedigen te investeren in starters. Vlak voor de zomer kwam er al een wetsontwerp met drie concrete voorstellen, ondertussen via de programmawet ook effectief wet geworden:

  • belastingplichtigen die investeren in het risicokapitaal van kleine startende ondernemers (vennootschappen of natuurlijke personen die hun activiteit maximum vier jaar geleden opstartten) hebben recht op een belastingvermindering. Voor meer info hierover zie het artikel over de belastingvermindering.  
  • wie liever investeert door via een crowdfundingplatform krediet te verstrekken aan een startende ondernemer, moet dan weer geen roerende voorheffing/personenbelasting betalen op de interesten die hij ontvangt op de eerste som van 15.000 EUR die hij geleend heeft aan een kleine of middelgrote onderneming. Voor meer info hierover zie artikel over crowdfunding.  
  • de startende ondernemer zelf wordt dan weer gesteund door een gedeeltelijke en tijdelijke vrijstelling (10 % of 20 % gedurende vier jaar) van de bedrijfsvoorheffing die hij heeft ingehouden op de bezoldigingen van zijn personeel. 

Het onontwarbare kluwen van de opeisbaarheid van de btw

Hoe de opeisbaarheid van de btw op een goede manier wettelijk regelen is duidelijk niet zo makkelijk. De laatste jaren zijn de regels steeds opnieuw gewijzigd, waarbij steeds opnieuw de permanente regeling werd vooruitgeschoven en belastingplichtigen voorlopig nog de overgangsmaatregel konden toepassen. Begin 2015 leek er dan toch een einde te komen aan deze soap. Er kwam één nieuwe duidelijke regeling, met drie mogelijke redenen van opeisbaarheid: levering van het goed, voltooiing van de dienst of betaling van (een deel van) de prijs. Helaas, ook hier volgden weer (noodzakelijke) administratieve toleranties en praktische toepassingsmogelijkheden.

Conclusie: nog steeds problemen en een nieuwe wetswijziging die werd aangekondigd. Vanaf 2016 zou de factuurdatum terug het doorslaggevend criterium voor de opeisbaarheid worden.

Een andere opvallend btw-dossier is de verhoging van de btw op elektriciteit van 6 % naar 21 %, terwijl de omgekeerde verlaging nog maar net een jaar daarvoor door de regering Di Rupo was doorgevoerd.

De bijzondere aanslag geheime commissielonen: een processie van Echternach?

Ook aan de eindeloze wijzigingen aan regels omtrent de bijzondere aanslag geheime commissielonen zou een einde komen. De programmawet van december 2014 voerde een echte versoepeling door: de aanslag werd enkel nog vergoedend en niet langer bestraffend, daalde van 309 % naar 103 % of 51,5 % en zou enkel nog als ultimum remedium worden opgelegd. Als de genieter spontaan zijn inkomen aangeeft, wordt de aanslag niet langer toegepast. Meer zelfs: het is voldoende dat de genieter binnen de twee jaar en zes maanden op ondubbelzinnige wijze kan worden geïdentificeerd. Tot zover de wet. Duidelijk, toch. Helaas gooide de administratie met een circulaire van 11 juni 2015 roet in het eten door de versoepeling toch weer strikt te gaan interpreteren en in feite nieuwe voorwaarden aan de wet te gaan toevoegen.

Er was ook: kaaiman- en karaattaks

De regering Michel I kwam ook met twee nieuwe taksen (die niets met elkaar te maken hebben, maar die we voor het gemak hier samen behandelen).

De kaaimantaks of doorkijkbelasting zorgt ervoor dat belastingplichtigen kunnen belast worden op de inkomsten van juridische constructies die ze in het buitenland hebben opgezet. Twee KB’s sommen op welke constructies in welke landen worden geviseerd. Dat zijn uiteraard vooral belastingparadijzen, vandaar de benaming kaaimantaks, naar de Kaaimaneilanden.

De karaattaks of het Diamant Stelsel is een nieuwe forfaitaire belasting op de omzet van diamantairs.

De lang verwachte tax shift

Ten slotte heeft de regering ook werk gemaakt van de lang verwachte tax shift. Er vindt een verschuiving plaats van belasting op arbeid naar andere vormen van belasting, zoals btw (verhoging btw op elektriciteit) en accijnzen (verhoging accijnzen op diesel, drank en sigaretten).

Er zal voor bedrijven een lastverlaging komen voor bedrijven van 33 % naar 25 %.

Het standaardtarief van de roerende voorheffing zou dan weer stijgen tot 27 % en er zou een speculatietaks komen.

Er is al heel wat inkt gevloeid over deze plannen: treffen ze de juiste mensen, zal iedereen nu naar draagkracht gaan bijdragen, …

Om hierover echt te kunnen oordelen, is het echter wachten tot de plannen tot meer concrete maatregelen hebben geleid.

Meer info op seminarie Kluwer Opleidingen: “De begrotingsmaatregelen en taxshift van Michel I: welke impact voor werkgever en werknemer?” (presentatie: Yves Verdingh/Maurice De Mey)

De fiscale krachtlijnen van de regeerakkoorden

Meer weten over de fiscale krachtlijnen van de regeerakkoorden ?

Het boek ‘De fiscale krachtlijnen van de regeerakkoorden’ geeft een algemeen overzicht van de vernieuwde fiscale maatregelen die in het Vlaams regeerakkoord d.d. 23 juli 2014 en het federaal regeerakkoord d.d. 9 oktober 2014 werden aangekondigd. Het federale regeerakkoord focust op een “tax-shift”-beleid, waarbij het de bedoeling is de lasten op arbeid te verschuiven naar de lasten op consumptie. Het Vlaamse regeerakkoord brengt vooral, mede door de nieuwe bevoegdheden die naar aanleiding van de Zesde Staatshervorming aan het Vlaams Gewest werden toegekend, een grote verschuiving teweeg op het vlak van de woonfiscaliteit en op het vlak van de lagere tarieven voor schenkingen van onroerende goederen.


Gepubliceerd op 05-10-2015

  497