1. Home
  2. Nieuws
  3. Uitgespit
  4. Douane 2018: een gesprek met expert Alexander Baert

Douane 2018: een gesprek met expert Alexander Baert

Gepubliceerd op 13-12-2017

Het nieuwe douanewetboek van de Unie is in werking sinds 1 mei 2016. Tijd om te evalueren. Wat is de huidige stand van zaken? En wat brengt 2018? TaxWorld sprak erover met douane-expert Alexander Baert.

Kan u zichzelf kort voorstellen?

Ik ben advocaat gespecialiseerd in douanerecht en internationale handel bij Laga. Ik doceer daarnaast ook douanerecht aan de Universiteit Antwerpen, Vives – Brugge Business School en Portilog. Ik ben de auteur van het boek ‘Douane en Accijnzen’ in de reeks van het Fiscaal Compendium. Daarnaast publiceer ik regelmatig in nationale en internationale juridische tijdschriften en boeken.

Het nieuwe douanewetboek is ondertussen anderhalf jaar in werking. Hoe verloopt de implementatie?

Ik stel vast in de praktijk dat de overgang tussen het Communautair Douanewetboek en het Douanewetboek van de Unie vooral als business as usual wordt behandeld. Hier schuilt evenwel een gevaar. Het Europees douanerecht, en dus het Douanewetboek van de Unie, heeft zowel betrekking op het materieel douanerecht, bv. het bepalen van de heffingsgrondslagen namelijk waarde, oorsprong en classificatie, als op het formeel douanerecht, bv. het ontstaan van een douaneschuld en het gebruik van bijzondere regelingen.

Het Douanewetboek van de Unie omvat veranderingen op beide domeinen. Veel ondernemingen menen bijvoorbeeld dat de waardering van hun goederen op basis van het Communautair Douanewetboek de test doorstaat van de regels in het Douanewetboek van de Unie. Dit is evenwel niet het geval. Zo zijn er inzake waardering belangrijke wijzigingen wanneer er intellectuele eigendomsrechten in het spel zijn. Dit geldt niet alleen voor het leerstuk van de douanewaarde.

Het Douanewetboek van de Unie zet ook zeer sterk in op de informatisering van douaneformaliteiten. Er is een werkprogramma opgesteld door de Europese Commissie en de Europese wetgever om deze informatisering gefaseerd door te voeren. Dit zou de administratieve lasten moeten doen dalen. Gelet evenwel op de ambitieuze benadering zal deze implementatie van deze IT-systemen minder vlot verlopen dan gehoopt. Marktdeelnemers zullen dan ook in de volgende jaren veelvuldig geconfronteerd worden met nieuwe systemen.

Is het nieuw douanewetboek een stap in de goede richting? Of is er nog ruimte voor verbetering?

Het nieuwe douanewetboek was noodzakelijk. Het Communautair Douanewetboek dateerde van 1992 en was voor een groot deel een codificatie van nog oudere wetgeving. We zijn ondertussen méér dan 20 jaar verder en dus drong een modernisering zich op. Ik heb mijn bedenkingen bij het tot stand komen van het Douanewetboek van de Unie. Er was de mislukking van het Gemoderniseerd Douanewetboek (Verordening 450/2008), mede omwille van formele redenen zoals het Verdrag van Lissabon dat het wetgevend proces van de Unie wijzigde. Vervolgens werd het Gemoderniseerd Douanewetboek als basis gebruikt voor het nieuwe Douanewetboek. Men drong vervolgens een datum op van 1 mei 2016 tegen wanneer alles van toepassing moest zijn. Hierdoor werden te elfder ure een Gedelegeerde Verordening en Uitvoeringsverordening gepubliceerd die niet geheel vrij zijn van (interpretatie)problemen. Dit wordt bewezen door de talloze Guidance notes van de Europese Commissie om bijkomende uitleg te geven over de toepassing en interpretatie van de nieuwe regels. Mocht er sprake zijn van een doordachte wetgeving, dan zouden er uiteraard geen Guidance notes noodzakelijk zijn. De Guidance notes zelf lijken ook voor bepaalde thema’s meer vragen op te roepen dan dat ze guidance geven. Er kan onder meer verwezen worden naar de problematiek van wie als exporteur moet worden aangeduid.

Het lijkt me ook dat er te weinig is nagedacht over de ‘nieuwe’ vormen van handel, zoals e-commerce. Douaneprocessen en formaliteiten zijn te log om hiermee op een efficiënte wijze om te gaan.

Onlangs verscheen een studie van de Europese Commissie waarbij werd geconcludeerd dat ondernemingen zich te weinig bewust zijn van preferentiële oorsprong en dit ook veel te weinig gebruiken. Dit lijkt me geen vreemde vaststelling. De regels inzake preferentiële oorsprong zijn veel te complex opdat een marktdeelnemer hiermee zelf eenvoudig aan de slag kan. Hier kon of zou de wetgever ook faciliterender (moeten) optreden. Preferentiële oorsprong is immers een stimulerend middel voor de economie.

Naast de Europese regelgeving zijn er ook nog de regels inzake afdwinging. Hiervoor zijn de lidstaten bevoegd. In België is de Algemene Wet inzake Douane en Accijnzen een codificatie die dateert van 1977. Er staan zelfs nog regels in die hun wortels vinden in de Napoleontische tijd. Er is reeds een schuchtere poging gedaan om de AWDA te moderniseren. Er is allang sprake van en men is er mee bezig, maar ook op Belgisch niveau dringt een nieuwe wet inzake douane zich op. De regels inzake bestraffing en vervolging zijn in België bijzonder rigide. Dit speelt zelfs vaak nadelig uit voor ons land waar de wil er is om een Europese logistieke draaischijf te zijn. Hier moet echt werk van gemaakt worden.

Ten slotte, hoe gaan we in België de gevolgen van de Brexit voelen op het vlak van douane?

Het Brexit-spook waart zeer zeker rond in onze contreien. We zijn een zeer belangrijke handelspartner voor het VK, niet in het minst omwille van onze ligging. Wat de uitkomst van Brexit ook zal zijn, er zullen douaneformaliteiten moeten worden vervuld. Dit zal uiteraard minstens een grote(re) administratieve last betekenen voor zowel de marktdeelnemers als de douaneautoriteiten. Het is dan ook noodzakelijk dat elke marktdeelnemer die handelt drijft met het VK zich goed voorbereid om niet voor verrassingen te komen te staan.

De fiscale impact is op heden moeilijk in te schatten aangezien geen van beide partijen precies weet waar ze zullen uitkomen.

  430