1. Home
  2. Nieuws
  3. Uitgespit
  4. De rompslomp van de dienstencheque

De rompslomp van de dienstencheque

Gepubliceerd op 02-10-2017

Jaarlijks kopen 650.000 Vlamingen samen 80 miljoen dienstencheques, waarmee ze de 100.000 dienstenchequewerknemers in het Vlaams Gewest betalen. Een cheque is goed voor een uur wassen, plassen, strijken of poetsen. In 2008 kostte een cheque nog 6,70 euro. Ondanks de prijsstijging tot 9 euro blijft het systeem populair. Dat is vooral te danken aan de belastingvermindering die de gebruiker van dienstencheques krijgt. Zo wordt 30 procent van de prijs via een belastingkorting terugbetaald, vroeger door de federale overheid en sinds de laatste staatshervorming door het Vlaams Gewest. Een cheque van 9 euro kost de gebruiker zo slechts 6,30 euro. En als hij geen belasting betaalt – denk aan een gepensioneerde met een laag pensioen – dan wordt de vermindering van 2,70 euro toch nog gesponsord door de Vlaamse overheid in de vorm van een belastingkrediet. Fiscaal is het dus een lucratief systeem. Toch weten veel Vlamingen dat fiscale voordeel nog altijd niet naar behoren te benutten.

De belastingvermindering is niet onbeperkt. Het bedrag van de gekochte cheques waarvoor het voordeel wordt toegekend, is geplafonneerd. Initieel bedroeg dat plafond, geïndexeerd tot vandaag, 2.830 euro. Een Vlaams gezin koopt jaarlijks gemiddeld voor 1800 à 2200 euro cheques. Ruim onder dat maximum dus. In de praktijk sloot daarom maar één lid van het gezin een gebruikersovereenkomst met een dienstenchequeonderneming. Zijn investering gaf toch volledig recht op het fiscale voordeel. Maar in 2013 besliste de federale regering het plafond fors te verlagen, als besparingsmaatregel. Vandaag bedraagt het nog slechts 1.440 euro per persoon.

Vooral alleenstaanden waren de dupe van die maatregel. Ze zagen hun fiscale budget voor dienstencheques halveren, terwijl ze nog altijd dezelfde woning moesten onderhouden. Maar de maatregel trof ook gezinnen. Terwijl het vroeger niet uitmaakte wie een gebruikersovereenkomst sloot en de cheques kocht, is het systeem voor koppels sinds 2013 heel wat rigider en bureaucratischer. Als een gezin voor meer dan 1440 euro dienstencheques koopt, is elke partner nu verplicht een eigen gebruikersovereenkomst te sluiten, met een aparte account en login op de website van Sodexho. Het gezin kan de cheques niet langer collectief beheren, de partners moeten dat afzonderlijk doen. Iedere partner moet erover waken dat hij niet voor meer dan 1440 euro cheques koopt en de dienstenchequewerknemer moet voortdurend switchen tussen beide partners om de gepresteerde uren correct te boeken. Ook voor de dienstenchequeondernemingen brengt dat een hoop nodeloze administratieve rompslomp met zich mee, met aan het einde van het jaar soms tijdrovende rechtzettingen en compensaties van de elektronische portefeuilles van beide partners.

Maar heel wat koppels kopen nog altijd hun cheques op één naam. Sluit een gezin slechts één gebruikersovereenkomst en koopt het bijvoorbeeld voor 2500 euro cheques, dan gaat 1060 euro fiscaal verloren. Jammer, want dat saldo kan niet worden overgedragen naar de partner. Gebruikers van dienstencheques staan zo nog altijd voor onaangename verrassingen bij hun belastingafrekening.

Al die kritische bedenkingen bij het dienstenchequestelsel konden de vorige regering er vier jaar geleden niet van weerhouden de omstreden maatregel toch door te voeren. Maar het besef dat een en ander nu veel minder efficiënt verloopt, is er wel doorgedrongen, want onlangs werd de federale minister van Financiën, Johan Van Overtveldt (N-VA), geïnterpelleerd om het stelsel aan te passen “in plaats van nodeloze administratieve rompslomp te creëren door de verplichting tot het aanmaken van een tweede account”. Maar ook al zou de minister dat willen, hij is er niet langer bevoegd voor. Die bevoegdheid ligt nu bij zijn Vlaamse collega Bart Tommelein (Open Vld). Alleen hij kan het systeem opnieuw versoepelen.

Jef Wellens, Trends

  653