De ontvanger en zijn uitgebreide bevoegdheden - gefnuikt door de motiveringsplicht?

Gelet op zijn financiële verantwoordelijkheden is de ontvanger aansprakelijk voor de invordering van de sommen (inzonderheid de belastingschulden) waarvan de inning hem is toevertrouwd. Zo moet hij vooraleer hij decharge krijgt voor de niet-ingevorderde posten, doen vaststellen dat de niet-invordering geenszins aan zijn nalatigheid te wijten is en dat hij ten gepaste tijde alle nodige maatregelen heeft getroffen en de nodige vervolgingen heeft ingesteld. De staatskas heeft ook een voorrecht op de goederen van iedere ontvanger en de ontvanger in wiens stortingen het Rekenhof valse waarden heeft vastgesteld, kan schuldenaar worden verklaard voor het bedrag ervan.

Verregaande bevoegdheden

De onderzoeksbevoegdheden van de ontvanger zijn verregaand. Zo beschikt hij in de regel over dezelfde onderzoeksbevoegdheden als de taxatieambtenaar. Omwille van het doelgebonden karakter van onderzoeksbevoegdheden, is het evenwel niet steeds mogelijk de onderzoeksbevoegdheden van de taxatieambtenaar zonder meer te transponeren naar de ontvanger. De ontvanger mag de betrokken onderzoeksbevoegdheden immers slechts aanwenden wanneer zij er toe strekken de vermogenssituatie te bepalen van de schuldenaar en dit met het oog op de invordering. Daarnaast moet ondermeer ook rekening worden gehouden met het feit dat het zogenaamde bankgeheim t.a.v. de ontvanger niet geldt waardoor op dit vlak zijn onderzoeksbevoegdheden verder reiken.

In het kader van de invordering van de belasting kan de ontvanger overgaan tot het betekenen van een dwangbevel tot betaling binnen de 24 uren, bewarend en uitvoerend beslag, de inschrijving van een wettelijke hypotheek, een vereenvoudigd beslag onder derden in handen van de notaris, een vereenvoudigd derdenbeslag op de aan de belastingschuldige verschuldigde of toebehorende sommen en zaken, het aanwenden van sommen die door de Belgische Staat aan een belastingschuldige moeten worden terugbetaald en het aanrekenen ervan op openstaande schulden, schuldvergelijking, het zich beroepen op bijzondere aansprakelijkheden zoals voor de belastingschulden van een aannemer, voor de belastingschulden naar aanleiding van de overdracht van een geheel van goederen, voor de belastingschulden naar aanleiding van de overdracht van kasgeldvennootschappen en voor de belastingschulden in het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders of nog bij de veroordeling voor fiscale misdrijven.
Specifiek voor de btw-ontvanger is ondermeer dat hij kan overgaan tot het uitvaardigen van een btw-dwangbevel (als titel van de schuld en tevens als eerste uitvoeringsdaad), het inhouden van btw-tegoeden en het beheren van de bijzondere rekeningen die worden aangelegd bij ondermeer het niet indienen van btw-aangiften. Een ganse waslijst dus, die dan nog zeker niet exhaustief kan worden genoemd. Niet voor niets werd door BOURGEOIS en  PHILIPPE de ontvanger recent aangemerkt als één van de machtigste mensen in België, zoals men dat vaak ook van een onderzoeksrechter zegt.

Motivering

Wanneer de belastingschuldige geconfronteerd wordt met één of meerdere van de voornoemde maatregelen, krijgt hij vaak weinig of geen motivering waarom de ontvanger er toe overgaat. Nochtans moet er bij bewarende maatregelen in principe sprake zijn van spoedeisendheid. Daartoe wordt vereist dat de solvabiliteit van de debiteur in het gedrang komt zodat de latere uitwinning gevaar loopt. De hoogdringendheid kan niet afgeleid worden uit de enkele omstandigheid dat de debiteur de schuld niet erkent en zijn recht van verdediging uitoefent, uit de loutere achterstand in de betalingen of uit het feit dat er bij voorbeeld een herstructurering van het bedrijf plaatsvond. Er moet bovendien sprake zijn van een schuldvordering die zeker en opeisbaar is en vaststaand of vatbaar is voor een voorlopige raming. Bij uitvoerend beslag moet er sprake te zijn van een uitvoerbare (en actuele) titel. 

Hierna bespreken we, aan de hand van een greep uit de praktijkgevallen, een aantal situaties waarbij telkens de vraag rijst in welke mate de ontvanger een motiveringsplicht heeft. Een leidraad daarbij is de wet van 29 juli 1991 inzake de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen (hierna: motiveringswet). Er wordt aangenomen dat de wet van 29 juli 1991 als minimumnorm geldt en enkel van toepassing is wanneer er geen specifieke bepaling bestaat die eventueel strengere verplichtingen oplegt. Volgens deze wet moeten bestuurshandelingen uitdrukkelijk worden gemotiveerd. Onder bestuurshandeling wordt begrepen een eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur.

Een eerste praktijkgeval betreft de uitvaardiging door de btw-ontvanger van een dwangbevel waarbij voor de motivering ervan wordt verwezen naar een minnelijke inregelstelling die als bijlage bij het dwangbevel werd gevoegd. Er bestaat dienaangaande geen twijfel dat dergelijk dwangbevel conform artikel 2 en 3 van de motiveringswet afdoende moet worden gemotiveerd. Er kan voor de motivering evenwel, ondermeer volgens een recent arrest van het hof van beroep van Gent, worden verwezen naar een bijlage zoals in casu een minnelijke inregelstelling. De bijlage moet dan wel mee betekend worden om de belastingplichtige in de mogelijkheid te stellen zich rekenschap te geven van het voorwerp en de oorzaak van de vordering van de administratie (Gent 10 december 2013).

Een aanslag in de inkomstenbelastingen is in principe betaalbaar binnen de twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet. De belastingen en voorheffingen moeten evenwel over hun geheel ‘onverwijld’ worden vereffend “wanneer de rechten van de Schatkist in het gedrang komen”. Het hof van beroep van Luik oordeelde (in een arrest van 10 september 1997) dat de handeling waarbij de ontvanger de belasting onmiddellijk eisbaar stelt een bestuurshandeling uitmaakt die een bestaande rechtstoestand wijzigt (betaling binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet). Bijgevolg moet deze handeling worden gemotiveerd in de zin van de motiveringswet. Volgens het Luikse hof moeten uitdrukkelijk de wettelijke grondslag alsook de feitelijke elementen die de ontvanger hebben overtuigd dat de rechten van de Schatkist in gevaar verkeren, worden vermeld. De aanslagbiljetten die enkel de vermeldingen “Onmiddellijke vervaldag – rechten van de Schatkist in gevaar – toepassing art. 413 WIB92” bevatten zijn volgens het hof niet wettelijk gemotiveerd zodat de vereenvoudigde derdenbeslagen die op dergelijke nietige titels zijn gebaseerd, zelf nietig zijn en van generlei waarde moeten worden verklaard.

In een cassatiearrest van 10 november 2000 kwam aan bod of de kennisgeving door de administratie aan de notaris van een openstaande fiscale schuld naar aanleiding van ondermeer de vervreemding of hypothecaire aanwending van een onroerend goed valt onder het toepassingsgebied van de motiveringswet. Volgens het Hof van Cassatie betreft het een handeling die strekt tot de tenuitvoerlegging door het bestuur van een vooraf bestaande, uit een uitvoerbare titel voortvloeiende verbintenis die geen bestuurshandeling is in de zin van de motiveringswet. Dergelijke maatregel ontleent volgens het Hof zijn rechtsgrond aan die vooraf bestaande titel; er is sprake van een loutere executiehandeling die niet onderworpen is aan de motiveringsplicht van de motiveringswet (Cass. 10 november 2000).

In een recent arrest van het hof van beroep van Gent werd geoordeeld over de vraag of en in welke mate de inschrijving van een wettelijke hypotheek door de ontvanger moet gemotiveerd worden. Het hof sloot zich aan bij het standpunt dat de ontvanger zijn beslissing om de inschrijving van de wettelijke hypotheek te vorderen niet moet motiveren, vermits deze inschrijving de rechtstoestand van de betrokken belastingschuldigde niet wijzigt. In essentie omdat uit de wet volgt dat de goederen van de belastingschuldige van rechtswege bezwaard zijn met de wettelijke hypotheek. Dergelijke motivering zou zich slechts opdringen indien de inschrijving vóór de vervaldag wordt gevorderd omdat de rechten van de Schatkist in gevaar verkeren. Terecht formuleert DELANOTE dienaangaande kritiek vanuit de vaststelling dat de inschrijving van een hypotheek, als een maatregel die de invordering moet waarborgen, wel degelijk een  bestuurshandeling uitmaakt die een wijziging meebrengt van de rechtstoestand van de belastingschuldige lastens wie de invordering wordt gevorderd. Dit brengt met zich mee dat hij de mogelijkheid moet hebben om deze bestuurshandeling aan te vechten. De belastingschuldige moet volgens DELANOTE dan ook op de hoogte te worden gebracht van de motieven waarom de inschrijving nodig wordt geacht. Het vorderen van een inschrijving in situaties waarin er reeds voldoende waarborgen zijn dat de belastingschuld zal worden betaald lijkt volgen DELANOTE moeilijk verzoenbaar met het doel van de invorderingsmaatregel.

Conclusie

De belastingontvanger heeft belangrijke financiële verantwoordelijkheden waarvoor hij persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld. Hij heeft dan ook vergaande bevoegdheden op het vlak van de inning en de invordering van ondermeer belastingschulden. In de praktijk kan worden vastgesteld dat zijn innings – en invorderingsmaatregelen niet steeds gepaard gaan met een grondige motivering. In hoofde van de belastingschuldige rijzen dan ook vaak vragen naar de wettelijke grondslag of naar de feitelijke elementen die de ontvanger hebben doen overgaan tot een bepaalde invorderingsmaatregel. Voor er kan worden gesproken over een al dan niet voldoende motivering, is het zaak te weten of er überhaupt een motivering is vereist. Dit is ontegensprekelijk het geval wanneer de bestaande rechtstoestand van de belastingschuldige wordt wijzigt. In geval er daarentegen sprake is van een loutere executieregel die zijn rechtsgrond ontleent aan een vooraf bestaande titel lijkt een motivering niet vereist. Het komt er dan ook op aan als belastingschuldige telkens de oefening te maken zodat gepast kan worden gereageerd, met kennis van zaken.

imposto logo

Gepubliceerd op 17-09-2014

  613