De nieuwe Tiberghien is er weer

Gepubliceerd op 21-12-2017

Hij is er weer, het nieuwe Handboek Tiberghien! Uw vertrouwde gids in het donkere woud van het Fiscaal Recht staat weer klaar om menig fiscaal en financieel professional, student, advocaat, magistraat of notaris de juiste weg te wijzen. De volledige fiscaliteit samengebracht op 2560 pagina’s, verdeeld over twee boekdelen. De nieuwe editie wordt naar goede gewoonte ingeleid door Koen Morbee, coördinator van het Handboek binnen kantoor Tiberghien. Wij willen alvast zijn beschouwingen met u delen.

 

62 jaar na de eerste editie, ligt voor u wederom een nieuwe uitgave klaar van uw vertrouwde Tiberghien – Handboek voor Fiscaal Recht. Dit dankzij de onverdroten inzet van de medewerkers van het kantoor Tiberghien. Staat u mij toe hen bij het begin van dit voorwoord eerst te danken voor zoveel ijver.

In het voorwoord van de vorige uitgave vroeg ik me af of de stichter van ons kantoor, Albert Tiberghien, voor eens ongelijk zou krijgen en ik vandaag eindelijk de loftrompet zou mogen steken voor onze beleidsmakers. Zeventig jaar geleden wees Albert Tiberghien erop dat fiscale hervormingen enkel een recept zijn om de mistevredenheid van de belastingplichtigen te sussen. Zij zullen na enkele maanden immers enkel maar kunnen vaststellen dat de “ontheffingen onbeduidend zijn of gecompenseerd zijn door nieuwe lasten” waarna een nieuwe vlaag van mistevredenheid ontstaat die stijgt totdat de regering het recept opnieuw toepast. Fiscale hervormingen zijn in essentie dus niets meer dan een edele vorm van bezigheidstherapie waarbij de overheid en de belastingplichtigen, beide bijgestaan door hun eigen experten, enkel haasje-over spelen. Tiberghien verwoordde het ook zo: “Een belastinghervorming bestaat in het toekennen van belastingverminderingen die door belastingvermeerderingen gecompenseerd worden. De regering hemelt het eerste luik op en kleineert het tweede, de belastingplichtige kleineert het eerste en protesteert tegen het laatste. Beide verliezen hun tijd”.

Ook voor de huidige fiscale hervorming geldt deze wijsheid. Nochtans gebiedt de eerlijkheid ook toe te geven dat de geplande hervorming van de vennootschapsbelasting die bij de redactie van dit voorwoord in de steigers staat, de meest omvangrijke is die België de laatste decennia heeft gekend. De daling van het nominale tarief is naar Belgische maatstaven opmerkelijk en met de hervorming komt de regering ook tegemoet aan enkele jarenlange verzuchtingen van de ondernemingswereld. De invoering van een fiscaal consolidatiestelsel en de volledige vrijstelling van groepsdividenden zijn inderdaad toe te juichen. Dit komt echter met een prijs voor de kleine aandeelhouder. De verstrenging van de vrijstelling voor meerwaarden op aandelen komt hard aan en over de effectentaks is voor haar inwerkingtreding hopelijk al meer geschreven dan er ooit over zal worden geschreven. Bij dit alles komt nog een prijs: deze van de nog maar eens toenemende complexiteit. Dat de memorie van toelichting twintig pagina’s (20!) wijdt aan het nieuwe regime dat vanaf 1 januari 2018 van toepassing zal zijn op kapitaalverminderingen en meerdere schoolse voorbeelden nodig zijn om een en ander te duiden, is ongezien en alleszeggend. Nog maar eens het bewijs dat het “gemakkelijker is een eenvoudig idee ingewikkeld uit te werken, dan een ingewikkeld opzet te vereenvoudigen”. Overigens, daar waar decennia geleden werd gereageerd tegen oneigenlijke kapitaalverhogingen, wordt nu gereageerd tegen de verminderingen, hoewel beide verrichtingen fiscale neutraliteit verdienen. Het kan verkeren.

De regering is zich nochtans goed bewust van de toenemende complexiteit in de fiscale wetgeving. Het regeerakkoord bevestigt terecht dat de “complexiteit dermate [is] toegenomen dat belastingplichtigen het huidige systeem niet langer als rechtvaardig ervaren”. De regering heeft zich overigens uitdrukkelijk geëngageerd “om ons fiscaal systeem te hervormen, te vereenvoudigen en te moderniseren”. Aan het eerste wordt thans gewerkt en dat is goed, meer zelfs, dat is zéér goed. Aan het tweede en het laatste lijkt me echter nog héél veel werk.

Ook de Raad van State is kritisch, en terecht. Niet alleen omdat het door de regering opgestelde ontwerp “weinig didactisch is opgesteld”, moeilijk te lezen en te begrijpen is en deels zelfs een terugwerkende kracht heeft, maar vooral omdat de Raad niet de nodige tijd krijgt om een belangrijke hervorming als deze grondig te onderzoeken. De termijn van dertig dagen waarover de Raad beschikt om zijn advies te geven, is inderdaad lachwekkend kort en bovendien niet in verhouding tot de voorbereidingstijd die de regering zelf heeft genomen. Het zou de beleidsmakers sieren hun adviesorganen ernstiger te nemen. De geschiedenis van de belasting is volgens Tiberghien een “geschiedenis van zweet, tranen en bloed, en zelfs de gebruikelijke liefde is er niet bij om al die vloeistof wat interessanter te maken voor de lezer”. Het lijkt erop dat dit nog wel even zo zal blijven.

Ik blijf met u, beste lezer, de hoop koesteren dat het beleid op een dag ook de volgende woorden van Tiberghien naar waarde zal schatten: “Het scheppen van een complicatie gebeurt met één pennentrek, door één ambtenaar, in één onbewaakt ogenblik; het afschaffen ervan vergt het bijeenschrijven van een kar papier, door een regiment politici, na een kwarteeuw discussies”. Laat dit dan ook een oproep zijn naar onze beleidsmakers om nu ook werk te maken van de fiscale vereenvoudiging.

  1075