De impact van Europa op onze fiscaliteit

Gepubliceerd op 09-05-2019

Er is in Europa betrekkelijk weinig geharmoniseerd op het vlak van fiscaliteit. Dit komt vooral omdat Europese grondbeginselen zoals, ‘fiscale soevereiniteit’ en unanimiteit afspraken en wetgeving bemoeilijkt. Uiteraard is het heel moeilijk om consensus te vinden tussen de kleine en de grote lidstaten, of tussen de rijke en armere. Een regeling die voordelig is voor kleine lidstaten, kan minder interessant zijn voor de grotere lidstaten en omgekeerd. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de fameuze CCCTB (of common consolidated corporate tax base), een eengemaakte Europese vennootschapsbelasting zeg maar. Er wordt al decennia lang over gediscussieerd, er zijn al meerdere voorstellen gelanceerd, maar we zijn nog steeds niet in de buurt van een werkelijke realisatie.

Toch mogen we niet vergeten dat Europa wel degelijk een invloed heeft op onze fiscaliteit. We lichten een paar belangrijke elementen toe.

dag_van_europa

Richtlijnen

Een richtlijn is een specifiek Europees rechtsinstrument, een soort Europese wetgeving. Een richtlijn stelt een bepaald doel dat de EU wil verwezenlijken en legt daarvoor de krijtlijnen vast. De lidstaten moeten die vervolgens omzetten in hun nationale wetgeving. De richtlijn geeft een einddatum waartegen de lidstaten dat moeten doen. België is zeker niet de beste leerling van de Europese klas, en laat de deadline al eens verlopen.

Voordeel is dat de lidstaten wel zelf nog enige vrijheid hebben bij de omzetting. De EU legt een aantal normen op, maar de lidstaten kunnen daar soms van afwijken. Zo kan de EU een minimumnorm invoeren, maar de lidstaat er voor kiezen zelf strengere regels op te leggen.

In de directe belastingen denken we dan o.a. aan:

  • moederdochter-richtlijn
  • de fusierichtlijn
  • de interest- en royaltyrichtlijn

Naast richtlijnen kent de EU nog andere vormen van regelgeving. Belangrijkste zijn de verordeningen, dit zijn regels die in heel de EU op dezelfde manier van toepassing zijn. De lidstaten mogen er niets aan veranderen en moeten ze ook niet omzetten in nationaal recht. De verordening is als dusdanig in iedere lidstaat van toepassing. Bekend voorbeeld is de GDPR-regelgeving.

U leest er meer over op monKEY.

Het Hof van Justitie

Het Hof van Justitie zorgt ervoor dat het Europees recht wordt gerespecteerd door de lidstaten en de andere Europese instellingen. Ze doet dat op twee manieren:

  • De Europese Commissie kan een lidstaat die het Europees recht schendt voor het Hof brengen.
  • Een nationale rechterlijke instantie kan een prejudiciële vraag aan het Hof stellen. Hoe gaat dat in zijn werk? Stel dat u in een rechtszaak met de Belgische fiscus bent verwikkeld. U bent van mening dat de regels waarop de fiscus zich baseert om u te belasten in strijd zijn met het Europees recht. U vraagt aan de Belgische rechter om daar een uitspraak over te doen. Om er voor te zorgen dat die de Europese regel juist toepast, vraagt hij aan het Hof van Justitie hoe hij die Europese regel precies moet interpreteren. Het Hof doet een uitspraak en de rechter is daardoor gebonden.

Meestal gaan de vragen over de zogenaamde vier vrijheden: de  vrijheid van goederen, diensten, personen en kapitaal. Die vrijheden staan in één van de basisverdragen van Europa: het VWEU of Verdrag over de Werking van de Europese Unie. We zagen eerder dat de lidstaten fiscale soevereiniteit hebben. En dat klopt, ze zijn baas over hun eigen belastingwetgeving, maar – en dit is een grote ‘maar’ – ze moeten bij het uitvaardigen van regels altijd het grotere Europese kader respecteren. Ze kunnen dus niet ingaan tegen bestaande Europese regels. Het Hof zal dat onderzoeken wanneer ze een prejudiciële vraag moeten beantwoorden.

Het Hof zorgt er zo voor dat de Europese regels correct worden geïnterpreteerd en dat de regels in heel Europa op dezelfde manier worden toegepast (ook rechters uit andere lidstaten stellen vragen). Als het Hof vaststelt dat een nationale regel strijdig is met het Europees recht, moet de betrokken lidstaat zijn wetgeving aanpassen.

Het Hof is de laatste jaren zeer productief en velt heel wat ‘fiscale arresten’. Internationale Fiscale Actualiteit geeft aan deze Europese rechtspraak de nodige aandacht.

De Europese Commissie en staatssteun

Ook de Europese Commissie ziet er op toe of onze nationale regels in overeenstemming zijn met de Europese regels. Een belangrijk thema voor hen is staatssteun. Om de mededinging in Europa eerlijk te houden mogen lidstaten bepaalde ondernemingen of burgers geen oneerlijke steun bieden die de concurrentie kunnen verstoren. Dat noemt men verboden staatssteun. Mogelijke steunmaatregelen moeten de lidstaten daarom eerst aan de Commissie voorleggen, die dan kan oordelen dat de voorgenomen maatregel niet door de beugel kan. Ook bestaande maatregelen kan de Commissie aanvechten.

Staatssteun kan ook bestaan in de vorm van gunstige fiscale maatregelen voor een selecte groep van belastingplichtigen. Een bekend recent voorbeeld is de heisa rond de Belgische  excess profit rulings. De Commissie vocht die aan. Terwijl België het geen verboden steun vond. Het Gerecht van de Europese Unie gaf België uiteindelijk gelijk. Maar dat is nog niet noodzakelijk het einde van de discussie.

Lees meer over het arrest in Fiscale Actualiteit.

 

 

  405