De hervorming van de woonfiscaliteit is een besparingsoefening

Gepubliceerd op 02-10-2019

De Vlaamse overheid spaart op termijn miljarden uit met de afschaffing van de woonbonus. Met de verlaging van de registratierechten met 1 procentpunt zou de Vlaamse overheid zichzelf enkele honderden miljoenen euro's aan inkomsten ontzeggen.

De drie Vlaamse regeringspartijen verdedigen de afschaffing van de woonbonus met enkele academische studies, die zegden dat een verlaging of een afschaffing van de registratierechten het doel beter zou dienen dan de fiscale voordelen van de woonbonus gespreid over de looptijd van een woonkrediet. Het doel is jonge - en minder jonge - mensen de mogelijkheid te bieden een woning te verwerven in plaats van te huren.

Nieuw Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) had het tijdens de voorstelling van het regeerakkoord aan de pers over "de perverse effecten van de woonbonus" die de prijzen van woningen hebben opgedreven. Toen Koen Van den Heuvel (CD&V) daarover in januari een vraag stelde aan minister van Financiën, Begroting en Energie Lydia Peeters (Open Vld), klonk het nog dat onderzoekers het onderling niet eens zijn over de "kapitalisatie-effecten" van de woonbonus. De minister verwees naar een Nederlandse studie uit 2004, die stelde dat er geen kapitalisatie-effecten zijn en een studie van de KU Leuven, die een kapitalisatie-effect van 22 procent rapporteerde.

 

Registratierechten zijn in 2018 niet verlaagd

Er klinkt vooral kritiek, omdat de verlaging van de registratierechten met 1 procentpunt nogal mager uitvalt. De regeringspartijen pareerden die kritiek gisteren tijdens een uitzending van de openbare omroep met de boodschap dat de registratierechten op 1 juni 2018 al werden verlaagd en dat we het bredere plaatje in ogenschouw moeten nemen.

Nochtans werd bij de opstelling van de begroting voor 2019 nog gesteld dat de hervorming van de registratierechten "budgetneutraal geconcipieerd" werd. Het klein beschrijf van 5 procent en het groot beschrijf van 10 procent werden midden 2018 afgeschaft en vervangen door het standaardtarief van 7 procent voor de eigen woning en 10 procent voor een tweede verblijf, bouwgrond en bedrijfsvastgoed. Als de inkomsten uit de registratierechten voor de Vlaamse overheid na die hervorming stabiel bleven, dan kan je niet spreken over een algemene verlaging van de registratierechten.

architecture-1719526_1920
  456