De geboorte van de Microvennootschap.

1 januari 2016. Brussel.

Een blik in de (nabije) toekomst.

Op 1 januari 2016 krijgen de kleine vennootschappen er een nòg kleiner broertje bij! De Belgische familie zal de nieuwste spruit verwelkomen in artikel 15 van het wetboek vennootschappen. Op het geboortekaartje prijkt de naam: ‘Microvennootschap’.

Dis bonjour au micro!

Dat deze uitbreiding er kon komen, stond sinds 2013 in de Europese sterren (lees: Richtlijn 2013/34/EU) geschreven. Dat ook in België dit voorstel het zou halen, konden we afleiden uit het gepubliceerde Advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven van 18 maart 2015. De persmededeling van de ministerraad (19 juni 2015) kwam er na de goedkeuring van enkele teksten terzake en bracht meteen een einde aan de geruchtenmolen: zou het, zou het niet? Het zou en zal! De Belgische microvennootschap wordt een feit anno 2016.

Zoals het bij elk kraambezoekje betaamt, volgt meteen de standaardvraag hoe groot die kleine spruit nu precies is?

De EU Richtlijn voorziet de grensbedragen met als a) balanstotaal; 350.000 EUR, b) een netto-omzet van 700.000 EUR en c) een personeelsbestand van 10. Deze gegevens liggen volledig in lijn, met wat  we reeds konden aflezen via de voorgaande onderzoeken. En ja, u leest het correct,  er zijn veel van deze ‘microkleintjes’ die slechts één van deze criteria zullen overschrijden. Meer bepaald 321.235 ‘microotjes’ , i.e. ruim 83,50 % van de Belgische vennootschappen die minstens één van deze criteria overschrijdt. Hen wachten de grootste administratieve (boekhoudkundige) vereenvoudigingen: een beperkte ‘microjaarrekening’ met minimale toelichtingen. Dat deze ‘micro’s’ daarenboven ook nog een aantal specifieke fiscale gunstregels zullen kunnen genieten, is als geboortegeschenkje mooi meegenomen.

Traditioneel staat er aan elke wieg een trotse vader, of zoals in deze ‘modern times’ wel meerdere plus-ouders. Natuurlijk is de hele ingreep er (verplicht) gekomen door de omzetting van de nieuwe EU Richtlijn, ter vervanging van de klassiekers: de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG, door u beter bekend als  ‘de Vierde’ en  ‘de Zevende Richtlijn’. Maar deze nieuwe richtlijn liet veel, héél veel, van de uiteindelijke beslissingen over aan de respectievelijke lidstaten. De beslissingen om, en in welke mate, dit ook in België in te voeren, werden in de schoot van de huidige vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, Kris Peeters genomen samen met collega’s minister van Justitie Koen Geens, minister van kmo’s Willy Borsus en minister van Financiën Johan Van Overtveldt. De gemaakte keuzes gaan voor minder administratief werk ten voordele van de competitiviteit.

Uitbreiding in de familie, zet een bestaande hiërarchie vaak op stelten. De kleine vennootschappen, zijn niet langer de kleinsten, en maken dus een bijhorende groeispurt door. Dit is hier niet anders. De nieuwe grensbedragen van de klassieke criteria gaan voor de kleine vennootschappen naar a) balanstotaal: 4 500 000 EUR, b) netto-omzet: 9 000 000 EUR en c) gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar: 50. Het is logisch dat door het optrekken van deze grensbedragen automatisch meer (voorheen grote) vennootschappen voortaan als klein zullen worden gecatalogeerd. Dit laatste betreft ruim 1.000 ondernemingen.

Ook in de hogere regionen (groepen) worden de drempels verhoogd én is er aandacht voor vereenvoudiging. Dochterondernemingen, die zelf geen moedervennootschap zijn, zullen voortaan als kleine vennootschap door het leven kunnen gaan. Dit heeft als direct gevolg dat zij een verkort schema mogen neerleggen wat een vereenvoudiging en verlaging van de werklast impliceert.

Houvast en regelmaat zijn sleutelwoorden als men consistent en consequent wil rapporteren. Voortaan zal een onderneming haar categorie vb. ‘klein’ pas verlaten als ze twee opeenvolgende jaren de criteria overschrijdt. Dat zorgt ervoor dat een kleine vennootschap met een uitzonderlijk succesvol jaar daarvoor niet bestraft zal worden met bijkomende rapporteringsverplichtingen.

Tevens behoort de verplichte publicatie, van de melding dat de jaarrekening is ingediend, in het Staatsblad in 2016 tot het verleden. Dit brengt een gezamenlijke besparing van meer dan 20 miljoen EUR met zich mee voor de ondernemingen.

Melden u dit heugelijke nieuws, de aanpassingen in de teksten van:

  • het Wetboek van vennootschappen;
  • het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen;
  • de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven;
  • de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid;
  • het Wetboek van economisch recht;
  • het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningstelsel;
  • het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen.

Meer details omtrent de ontwikkelingen van deze kleinste telg en aanverwanten volgen ongetwijfeld.

Met dank aan: Persberichten Ministerraad van 19 juni 2015 – Advies CRB 2015-0600 Omzetting van de nieuwe boekhoudrichtlijn van 18 maart 2015.

Els De Wielemaker
HIAF - Universiteit Gent

Gepubliceerd op 27-11-2015

  1026